

Het valt niet altijd mee om trots te zijn op je familie, maar ik doe mijn uiterste best en sta altijd pal achter mijn broers, zussen, ooms, tantes, neven, nichten en noem dat hele spul maar op.
Een speciaal geval binnen de familie is mijn geliefde, beroemde neef Frans. Neef Frans was in de jaren '80 een dijk van een speler op het middenveld van FC Utrecht, waarmee hij in 1985 de KNVB-beker won en in de competitie thuis schier onverslaanbaar was. Als mijn sympathieke neef Frans niet zulke tere knietjes en wat minder blessures had gehad, dan had-ie beslist ook Oranje gehaald. Daar zijn alle kenners het wel over eens.
Neef Frans was niet alleen als speler een sieraad op de velden, ook als coach schittert hij op alle fronten. Met FC Utrecht de bekerfinale gehaald, met De Graafschap promoveerde hij op overtuigende wijze naar de Eredivisie, Volendam liet hij zó attractief spelen dat gans voetbalminnend Nederland er de vingers bij aflikte, en vorig weekend nog draaide neef Frans met Sparta PSV in Eindhoven de duimschroeven dermate zwaar aan, dat PSV niet mocht klagen met de 1-1 eindstand.
Kortom, denk ik dan als loyale neef van Frans, met mijn neef Frans kan ik glansrijk voor de dag komen!
Maar nee. Zo simpel is het niet.
De mensen zijn tegen mijn neef. Massaal en zonder genade.
De één vindt zijn haar stom (maar ik zeg: let op, over twee seizoenen verder loopt echt ìedere trainer in Europa met zo'n goed gesoigneerd golvend kapsel als neef Frans!), de ander vindt neef Frans ronduit "een ordinaire vent". De derde noemt neef Frans "een typische degradatieclubtrainer", en weer de volgende serveert neef Frans af als "agressief kereltje", waarbij altijd graag wordt verwezen naar het incident in het Griekse restaurant waar neef Frans ertussen moest springen om zijn geheel onschuldige dochter te beschermen tegen een woeste en onverklaarbare aanval van de eigenaresse van deze bedenkelijke tent.
Deze vredestichtende activiteit van neef Frans werd in de pers uitgelegd als een daad van agressie, en staat daarmee symbool voor hoe mijn geplaagde neef, die lief is voor kinderen en dieren, netjes belasting betaalt en eigenlijk een koninklijke onderscheiding verdient voor al zijn goede daden, telkens weer opzettelijk in een kwaad daglicht wordt gesteld.
Het is gewoon een complot.
Zie de affaire-Harald Wapenaar, oud-keeper van FC Utrecht, die niet alleen goed naar de bal maar ook in de bedstee kan duiken en aldus de vrouw van neef Frans, zijn lieve Toosje, afpakte, alleen maar om het afpakken en neef Frans te pesten, hiertoe aangemoedigd door de complete selectie en organisatie van FC Utrecht.
Of neem nu de bekerfinale van 2002, FC Utrecht-Ajax, met neef Frans als Utrecht-coach, waarbij grensrechter Kloeg lachend doortocht gaf aan de heer Wamberto, die ongeveer anderhalve kilometer buitenspel staand vlak voor tijd namens Ajax de gelijkmaker mocht maken, waarmee op de valreep een verlenging werd afgedwongen, waarin Ajax volkomen onterecht alsnog de beker van neef Frans stal... allemaal doorgestoken kaart en samenzwering, puur om mijn neef Frans verdriet te doen.
Maar dat hoef ik u niet uit te leggen.
Ik heb het nagezocht, en wat blijkt: de heertjes Kloeg en Wapenaar zijn enkele van de grootste gangmakers van het Anti-Frans Adelaar Genootschap (AFAG), dat wekelijks bijeen komt in een ondergrondse, stinkende kelder te Amsterdam, waar zonder ophouden plannen worden gesmeed om mijn lievelingsneef te dwarsbomen. In dat sombere syndicaat zitten niet alleen grensrechters maar ook journalisten, KNVB-bestuurders en zelfs spelers die thans of vroeger onder de bezielende leiding van neef Frans werden c.q. worden getraind. Het allerergste van deze speciaal tegen neef Frans opgerichte club met Ku-Klux-Klan-achtige neigingen is nog wel dat vrijwel al mijn persoonlijk voetbalvrienden er eveneens prominent lid van blijken te zijn. Daar schrik je toch wel even van, kan ik u zeggen. Zo leer je je vrienden nog eens kennen zeg.
Neef Frans en ik troosten ons maar met de gedachte dat al die naarlingen jaloers zijn op de vele successen van neef Frans, op zijn mooie koppie met haar en op zijn bekoorlijke Toosje. Op die heldere en verlichtende gedachte zullen neef Frans en ik ook dit weekend weer toasten in ons eigen, veilige bunkertje in Utrecht, waar verder niemand anders in mag komen.
Proost!

Een dierrijke familie. Je zou denken dat een adelaar geen haantje nodig heeft om voor hem op te komen, per slot van rekening heeft hij een paar flinke klauwen, om over zijn snavel nog maar te zwijgen. Als Ajaxadept moet ik toegeven dat Calimero Wamberto inderdaad randje buitenspel stond. Over de grijpgrage ledematen van Wapenaar kan ik niet oordelen, maar mogelijk heeft het te maken met het diepgewortelde verlangen van keepers om alle ballen die voor hun neus komen te pakken.
BeantwoordenVerwijderenPeterR.