woensdag 10 maart 2010

meisje in de bus


Bus 4 tufte zoetjes van halte naar halte, op weg naar het station, en ik had niets beters te doen dan een beetje om me heen koekeloeren naar de andere mensen die in de bus zaten. Het bussende publiek was een evenwichtige mix van bejaarden en scholieren, voor wie de lesdag erop zat. Buiten, bij de bushaltes, sneed een ijzige wind door merg, been en jas, maar het zonnetje scheen troostend en in de bus heerste een opgewekte pré-lente-stemming.
Alleen aan het meisje tegenover mij ging de opgewekte vibe in de bus geheel voorbij. Met haar handen in haar schoot zat ze rechtop, tussen knikkebollen en slapen in. Ze had een op het eerste oog onsamenhangende maar waarschijnlijk toch zeer hippe combinatie van kleren aan (bonten kraagje op ordi jackje in wit/zwart/grijs, superstrakke zwarte spijkerbroek en witte sneakers met, let op, paarse veters) en haar zorgvuldig geprepareerde jaren '80-coupe met kuifje glom van de lak.
Ze dommelde voor zich uit met haar mond half open en haar bovenlip iets opgetrokken, haar voortanden bloot. Af en toe vertrok een magere vinger aan haar ringloze handen. Net een klein katje dat droomde dat het op een muurtje sprong en daarbij al doezelend een kleine bijbehorende beweging maakte.
Om de halve minuut gingen haar twee blauw geschaduwde luikjes heel moeilijk open, rolde ze eventjes met haar ogen en sloot haar luikjes dan weer.
Wat zag ze er schattig uit, dat vermoeide meisje tegenover me. Misschien had ze wel een lange en zware stage-dag achter de rug op een kinderdagverblijf, was ze daardoor helemaal opgebrand, toe aan een tukje. Of wie weet had ze net een heel pittig proefwerk gemaakt waarvoor ze de hele nacht had doorgeleerd, en ging haar kaarsje nu gewoonweg even uit.
Ik keek geregeld de andere kant op, om te voorkomen dat ze, bij het telkens even opslaan van haar ogen, zou kunnen denken dat ik haar gebiologeerd als een potentiële stalker aan zat te staren. Maar ze leek er helemaal niets van te merken dat ik haar aan het bekijken en wegen was, in gedachten puzzelend hoe het nou toch kon dat ze zo kapot zat en uitgeput met de slaap zat te vechten, hier in de bus tegenover mij.
Je kon wel zien dat ze het buskruit niet uitgevonden had. Bij sommige mensen zie je dat gewoon meteen. Aan de andere kant had ze best iets weg van een groffe schets van Texas-zangeres Sharleen Spiteri als tienermeisje, en met zo'n vergelijk kun je thuiskomen.

De bus stopte op het station, de mensen stonden op en ook de schone slaapster kwam nu moeizaam en wankel overeind.
Zonder haar nog altijd halfopen mond te sluiten waggelde ze onvast naar de uitgang, steeg daar als een oud vrouwtje uit en stapvoette zichtbaar gedesoriënteerd over het busplein. Ze bleef een moment stilstaan, licht door de kniëen gebogen en met de kont naar achteren om in evenwicht te blijven. Daarna haalde ze traag een hand door haar haar en kuifje en slofte ze weg, richting een bankje waarop ze neerplofte en direct weer wegzonk in een andere wereld.

Nu zag ik 't. Een beetje verdrietig liep ik door, richting mijn trein. Niks stage in een kinderdagverblijf. Niks zwaar proefwerk gehad. Gewoon verkeerde pillen van een verkeerde figuur gekregen.

Dat was alles.

1 reacties:

  1. Altijd leuk, als het je zelf niet overkomt, die slapende mensen in het OV. Een collega van mij werd ooit door een schoonmaker in de trein gewekt toen deze op het rangeerterrein stond. Triester is het busmeiske dat jij beschrijft. Die pillen blijven toch eng, je kunt n.l. niet weten wat er in zit. Ik houd het maar op Ome Joop: Geef mij maar een neut, mensen!
    PeterR.

    BeantwoordenVerwijderen