vrijdag 12 maart 2010

NRC Mega


Na een voortreffelijke lunch bij het Utrechtse top-etablissement Delano (vooral hun insalata bresaola is nagenoeg bovenmenselijk) zwalkten Debbie en ik vanmiddag vrolijk gearmd nog enige tijd door de binnenstad, op cadeaujacht naar onder andere de nieuwe plaat van Goldfrapp en het kakelverse deeltje 16 van de legendarische stripreeks De Partners. Voor beide meesterwerkjes bleken we wat àl te early bird, want ze werden nog verwacht door de detailhandel, zo bleek.
Hierdoor geenszins uit het veld geslagen keutelden en keuvelden we genoeglijk voort langs grachten en door straten van het centrum van de Domstad. De enige stoorzenders waren de vele straatverkopers, die als muggen om en tussen het winkelend publiek zoemden, op zoek naar vriendelijke sufferds die zich een abonnement zus of een goed doel zo in lieten kletsen.
Bij sommige van deze klevertjes konden we ongehinderd passeren, vermoedelijk omdat we niet binnen hun doelgroep vielen. Te oud, welllicht? Deze gedachte vervulde ons met lichte spijt, een knagend gevoel dat zwaarder weegt dan de hinder van lastig gevallen worden door een Boek en Plaat-colporteur die wél pap van je lust.
Het NRC was haar beide uitgaven, het aloude Handelsblad en het hippe Next, behoorlijk actief aan het opdringen, en sloot potentiële abonnees met twee, soms zelfs drie man in, aanvankelijk flemend dat ze een gratis krantje te geef hadden, om er daarna indringend en grondig op los te verkopen.
De Next-ploeg liet ons hoofdschuddend en minachtend snuivend lopen (eentje stak zelfs haar tong naar ons uit, achter onze rug, niet zichtbaar dus, maar we konden het gewoon vóelen!), maar de Handelsbladders zagen wel brood in ons.
"Gratis krantje, meneer, mevrouw?"
"Nee hoor, bedankt jongeman!"
"U leest een andere krant?"
"Ja, Trouw."
"Sinds kort?"
"Nou... al dik twintig jaar..."
De Handelsbladder liet zijn uitgestoken arm met gratis krantje zakken, zijn gezicht betrok.
"Goh... dat vind ik nou rot voor u... hier, u krijgt deze van me mee, voor de afwisseling. Sterkte hè."
De charmeur. We konden er wel om lachen.

Eenmaal weer in de trein terug naar huis besloot ik mijn gratis NRC dan ook daadwerkelijk te gaan lezen. Het is immers een kwaliteitskrant hè. Veel van mijn academische vrinden zweren erbij, dus er moet toch wel iets deugen van deze gazet, dacht ik vol voorvreugde.
Een tegenvaller was dat het een krant van gisteren betrof. Dat kan natuurijk niet. Je nodigt ook geen vrienden bij je thuis uit om ze na binnenkomst bij het aannemen van de jassen opgewekt mede te delen: "Zo, even snel de kliekjes van gisteren opwarmen en dan kunnen we aan tafel hoor!"
Maar de tweede tegenvaller was nog veel erger: allejezus wat is die krant gróót! Anderhalve meter bij een meter per pagina, niet te geloven! Deze krant moeten ze de NRC Mega gaan noemen!
Ik weet dat ik, toen Trouw in, wanneer was dat, ik geloof in 1924, de overstap van groot formaat naar tabloid maakte, aanvankelijk veel moeite had met deze ingrijpende verandering. Ja, ik was zelfs bereid om mij uit protest naakt vast te laten ketenen aan de poorten van het Trouw-gebouw. Maar gelukkig, ik wende snel, en ik heb dat vastketenen maar laten zitten.
Maar nu zat ik daar, in een eivolle vrijdagmiddag-tjoeketjoek, met het zweet op mijn voorhoofd die enorme pagina's om te slaan, daarbij links en rechts medepassagiers verwondend, brillen van hoofden slaand en koffiebekers in gezichten duwend. Ik ben te Barneveld door een woedende coupé de trein uit gedreven, door een kordate conducteur ook nog eens van het perron verjaagd en heb daarna huilend op de volgende trein moeten wachten.

Nou, NRC Handelsbladders: bedankt.

1 reacties:

  1. Dus jij bent die andere Trouwlezer! Nee hoor, ik niet, maar wel ontroerend, deze trouw aan de Trouw. Nog vouwfietsen gezien, of werd je uitzicht geblokkeerd door het NRC?
    PeterR.

    BeantwoordenVerwijderen