
Midden jaren negentig stond ik met mijn sinistere waveband Life To Us op het punt om landelijk door te breken. In onze thuisstad Haarlem waren we al behoorlijk gevierd: we hadden het Patronaat al eens uitverkocht en ook een optreden op het prestigieuze Haarlemse Bevrijdingsfestival was ons ten deel gevallen, terwijl onze debuutsingle A traditional Sunday Night volop airplay kreeg op Radio 3.
Het was de tijd waarin ik weliswaar nog een baantje in een archief van een kantoor had, maar wist dat het slechts een kwestie van tijd was vooraleer ik dat slavenwerk definitief kon inruilen voor een meeslepend bestaan van camera's, studio's, drank, drugs en schaarsgeklede vrouwen. Van top tot teen in het zwart gehuld, in leren broek, onder elke weersomstandigheid getooid met zonnebril en steevast met korte witte peroxide-haartjes op de kruin fietste ik aldus dagelijks van huis naar kantoor, de dagen tellend totdat ik een rijk en gelukkig popster zou zijn.
Onze zanger kreeg dagelijks geparfumeerde fanmail van meisjes in de kwetsbare leeftijd van 14, 15 jaar. Postzakken vol brieven, gedichten en zelfs tekeningen zonden ze ons populaire zangdiertje, en alle brieven en gedichten las hij ons iedere zaterdagnacht in onze oefenbunker urenlang met groot genoegen voor.
Het was in deze tijd, waarin roem en fortuin hun beloftevolle lied voor ons zongen, dat een ander Haarlems popboegbeeldje zich met enige regelmaat in onze kringen begaf: Bloem de Ligny.
Net als wij gold ook Bloem de Ligny als een grote Haarlemse belofte voor de popmuziek. Ze werd door enige uiterlijke gelijkenis met Björk ook wel de Nederlandse evenknie van deze IJslandse malle meid genoemd, en wekte in interviews de indruk een moderne Pippi Langkous te zijn, die bijvoorbeeld op tv-camera's tufte om gefascineerd te bekijken hoe haar kwat van een lens afdroop, en aangaf met haar vriendje langdurige en grondige etensgevechten te voeren, waarbij zij elkaar met onder meer lustig met pindakaas insmeerden.
Het was deze Bloem de Ligny, door onze toetsenist ook wel liefkozend Bloemetje genoemd, die met enige regelmaat des nachts bij diezelfde toetsenist in Heemstede aanbelde om aldus haar goede vriendin Karin bij hem aan te bevelen. Deze Karin was net als Bloem een beetje gek, maar dan wel gek van het minder blije soort. Zeg maar gerust zwaar op hand plus het noorden kwijt. Karin danste tijdens onze concerten als een Kennemer uitgave van Siuouxsie Sioux, een gothic vlinder zonder gelijke, een zwart vers op hoge hakken, speciaal voor onze toetsenist.
Allemaal leuk en aardig, maar onze toetsenist hoefde er geen verkering mee. "Te raar", placht hij over Karin te zeggen, terwijl hij zich nog eens omdraaide tussen zijn twee actuele muzetjes van dat moment.
In ieder geval, wij mochten Bloem wel en zij mocht ons. Haar geleur met Karin ging geheel aan mijn deurtje voorbij, maar vlak voordat ze vriend en vijand zou verrassen met haar fraaie debuutalbum Zink, met daarop de onverslijtbare cultklassieker Fingiecrookie, beleefde ik mijn eigen speciale moment met dit even merkwaardige als ontwapenende jonge genie.
In de Ierse pub op het Houtplein had ik een ontmoeting met de manager van Life To Us. Het ging geloof ik over de marketingcampagne voor onze nieuwe single, het bier vloeide rijkelijk en toen ik mij met knalvolle blaas richting wc begaf, had ik uit mijn ooghoeken al gezien dat ook Bloem in da house was.
Enigszins betrapt keek ik opzij toen ik, al waterend en staand in de wc met de deur open, merkte dat zich iemand bij mij voegde in het kleine hokje, de deur afsloot, in elkaar dook en giechlelend sssssst... lispelde. "Ik kom even bij je schuilen hoor, we spelen verstoppertje en ze mogen me niet vinden", kirde een geamuseerde Bloem, terwijl ik verbluft doch onverdroten voortklaterde.
"Ik zal je niet verraden hoor", mompelde ik goeïg terug.
Even later verliet ik het toilet, nadat ik nogmaals plechtig en met de hand op mijn hart had beloofd niet te zullen verklappen waar die dekselse Bloem zich toch had verstopt. Binnen bleek inderdaad een zoektocht van jewelste gaande naar Bloem, wel vier vriendjes en vrindinnetjes zochten koortsachtig naar de kleine popnimf die bij mij op het toilet was ondergedoken.
Die Bloem toch... zo puur en zo lief, maar eigenlijk nog maar een kind... waar moest dat toch naartoe met haar?
Ik glimlachte en bestelde nog twee pints voor mijn manager en mezelf.
Noot van de redactie: vijftien jaar later zijn de heertjes van Life To Us vrijwel allemaal knorrige steuntrekkers terwijl Bloem de Ligny in Londen furore maakt als top-dj en filmmaakster

Had je dat bloempje bijna water gegeven in een bedompte darkroom. Gelukkig is ze er niet door verwelkt!
BeantwoordenVerwijderenPeterR.
Hahaha, nee nee nee Peter, niet zó..! ;0)
BeantwoordenVerwijderen