maandag 13 juni 2011

Spoken in mijn hoofd


Sinds ik aankomend rockster was (als drummer van local breakout Life To Us) en bovendien vrijgezel, kwam ik weer wat vaker in de Haarlemse underground-discotheek Stalker.
Toen Stalker net was geopend, midden jaren ´80, programmeerden ze daar de meest fantastische bandjes. De voorhoede van de alternatieve rock en new wave, mag ik wel zeggen. Ik heb er de eerste podiumstapjes gezien van latere grootheden als Fatal Flowers, De Div en zelfs van het naderhand in Amerika en Japan uiterst succesvolle Clan of Xymox. Maar ook de meest cultige buitenlandse acts zoals de Schotse gekwelde zielen van Plague of Fools, die heel duidelijk in de duistere keuken van mijn Britse afgoden Killing Joke hadden rondgesnoept, werden ingevlogen naar het piepkleine maar o zo smaakvolle Stalker.
Maar nu was Stalker, tien jaar later, verworden tot een toko waarin de Summer of Love van house genadeloos had huisgehouden, en waar de pillen en snuifdoosjes van hand tot hand gingen. Het was dan ook niet voor de muziek dat ik op deze avond terugkeerde in Stalker (oenke-doenke-oenke-doeke-pwèp-pep-pep-pep-pepperdepèèèp … oenke-doenke-oenke-doenke…) maar vanwege de dames. Volgens onze zanger lagen die daar namelijk voor het oprapen.
Nu ben ik geen versierder, toen al niet. En dan kunnen de dames hoegenaamd in rijen van drie voor je klaar staan als populaire trommelaar van de plaatselijke rocktrots – als je ten diepste niet zo`n veroveraar bent, kun je toch aardig wortelschieten tegen muurtje zus of pilaar zo in een schimmige discotheek, waar iedereen om je heen volkomen vanzelfsprekend en zelfverzekerd tegen elkaar aan staat te rijen en te glijen.
Terwijl ik vanuit mijn ooghoeken zag hoe onze zanger een buitengewoon complex dansje aanving met een hooggehakte schone - een dansje van het soort vraag en antwoord, met veel wegdraaien van de fraaie dame in kwestie bij momenten van toenadering van haar kant; wij spreken hier ook wel van het vaak onbegrepen systeem afstand trekt aan - leunde ik berustend achterover tegen de donkere achterwand, aan de rand van de dansvloer.
Ik kon er allemaal niks mee.
Ik haalde nog een biertje, nam een sigaret, leunde weer tegen de donkere achterwand aan en begon te zinken in peilloos diepe getourmenteerde gevoelens – triest en warm tegelijk.
Toen ging ze naast me staan, tegen de donkere achterwand.
Ze keek gelukzalig naar me op.
„Hey“.
Ze deed haar ogen even toe, leek op te gaan in een ander universum, glimlachte, en trok haar oogleden heel langzaamaan weer op.
Haar downer was buitengewoon zoet in haar bloed geland. Ze had prachtig blond haar in een kort paardenstaartje, een wat bleke teint maar vooral een schittend mooie mond met rode volle lippen, die ik terstond wilde kussen.
Dat zei ik haar ook – dat ik haar mooie mond graag eens kussen wilde.
Ze schudde, heel erg traag, haar zacht verdoofde hoofd.
„Hoe heet jij“, vroeg ze zachtjes, zonder vraagteken erachter.
„Jeroen“.
„Jeroen… Jeroen…“
Ik zag hoe ze, met dichtgeknepen ogen en nog altijd mild glimlachend, haar koppie nauwelijks waarneembaar heen en weer wiegde en haar wenkbrauwen lichtjes fronste.
„Vecht tegen de spoken in je hoofd, Jeroen…“
Ik knikte.
Ja. Zo is `t.
Verder wist ik me geen raad.
Toen ik terugkwam, na onhandig vlug twee biertjes te hebben gehaald, één voor haar en eentje voor mij, bleek ze in rook te zijn opgelost.
Vecht tegen de spoken in je hoofd, Jeroen.
Het galmde na in mijn hoofd, toen ik veel te vroeg en verontrustend helder op mijn fiets stapte, het steegje van Stalker uit, op weg naar huis.
Vecht tegen de spoken in je hoofd.

1 reacties:

  1. Gelukkig deed je de naam van de locatie geen eer aan Jeroen, de meeste dames kunnen daar niet goed tegen en roepen dan: Wat heb jij nu weer uitgespookt.

    BeantwoordenVerwijderen