Posts tonen met het label Frank Boeijen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Frank Boeijen. Alle posts tonen

dinsdag 23 april 2013

Vertrokken

In een zonovergoten Goffert was het de dag van de vroege vertrekkers, en van een enkel raadsel. Eerst over die vroege vertrekkers. Om te beginnen lijkt de complete ploeg van NEC al geruime tijd met zomervakantie te zijn vertrokken. Lusteloos en afwezig schuift rood, zwart en groen de leren kogel over de grasmat. Of over de zijlijn. Het deert niet. Wordt het Mallorca of Madeira deze zomer - dát is de problematiek die in elf NEC-hoofden dobbert. Of de duvel ermee speelt: als ik naar NEC kom kijken, druipt de landerigheid er nagenoeg altijd vanaf bij de spelers. Tegen de ´grotere´ clubs zie ik ze thuis in de regel bedeesd en niet zelden met forse cijfers verliezen, en tegen de kleiner geachte tegenstanders lijkt de motivatie voor een lekker potje voetbal vrijwel niet op te brengen door het team. Nou, tel uit je winst. Gelukkig is de PEC-selectie duidelijk wél met het goede been uit bed gestapt: blauw-wit dribbelt opgewekt over het veld, uitstralend dat ze zich enorm verheugd hebben op NEC-uit. Ik ben er zeker van dat de busreis van Zwolle naar Nijmegen in luide samenzang is doorgebracht, terwijl koffie en gevulde koeken van hand tot hand gingen. Alle gelegenheid vandaag dus weer voor mij om, niet afgeleid door opwindende acties van de lokale helden, helemaal op te gaan in randzaken. Randzaken, o ja - over vroege vertrekkers had ik het. Naast de voltallige elf van NEC, in geestelijke zin compleet vetrokken, is ook de onverzettelijke Zwolle-goalie Diederik Boer vroeg exit. Bij een vlerkerige actie in zijn doelmond, waarbij hij swingend een NEC-aanvaller uitkapt, verdraait Boer de boel, en moet hij eruit. Keeperswissel - altijd een bijzonder moment. Ook vroeg op pad naar moeder de vrouw: de mij bekende fotograaf Peter Lous, die voor mijn vak Z en vlak naast het doel aldaar dromerig wat heeft zitten staren en knipsen, maar het na 80 minuten ineens welletjes vindt. Hij pakt zijn boeltje fluks in, wuift vaagjes naar een paar collega-fotografen en spoedt zich dan naar taart en koffie thuis. Hij mist daardoor de beslissende 1-3 van Zwolle, die zich vlak voor zijn verlaten stekje op oogverblindende wijze voltrekt. En ook de NEC-fans vertrekken weer vroeg vandaag. In antwoord op genoemde 1-3, met nog vijf minuten regulier plus blessuretijd (zes minuten!) te gaan, glijdt een dikke sliert knorrige nuilers rap de vakken uit. De Goffert lijkt vandaag wel één grote vertrekhal. En dan dat raadsel. Coach Alex Pastoor grijpt in de tweede helft naar het aloude dreigende middel van het collectief warm laten lopen door de reserve-spelers. Daarbij blijft volgens ongeschreven wet normaal gesproken de doelman in de dugout zitten, omdat deze collectieve waarschuwing normaal gesproken falende veldspelers moet opjutten. Maar vandaag begint ook doelman Khalid Sinouh aan een warming-up. Het lijkt me hartstikke leuk als Sinouh wat speelminuten krijgt, daar niet van, maar afgezien van ongelukkig gedrag in de zestien bij de 0-2 van Fred Benson valt eerste keus Gábor Babos nu echt niet zo veel te verwijten. Daarmee is het mij een raadsel wat Pastoor beoogt met het uit de dugout zenden van Sinouh. Wil hij Babos tarten? Of juist Sinouh een beetje voor joker zetten? Of gaat het om iets anders? Vette toestanden? Spijkers op laag water? Hmm. Vertrek ik toch nog peinzend naar huis. Buiten wurm ik mij door de chagrijnige meute heen. Het is bewolkt geworden. Via de speakers treurt stadsbard Frank Boeijen: "Zeg me dat het niet zo is". ****** NEC - PEC Zwolle, 21 april 2013: 1-3 (0-2), Eredivisie. Toeschouwers: 11.586. (Foto´s: nuilende NEC-fans verlaten vroegtijdig de tribunes; fotograaf Peter Lous bovenop het nieuws - foto´s van Rißmann)

dinsdag 8 januari 2013

Ik wil contact

Ik kom intussen met enige regelmaat bij NEC kijken en het is opvallend hoe snel je de vaste patronen rond zo’n wedstrijd in je systeem opneemt. Ik ben er deze keer met het gezellige ADO-span Iwan en Inge, ware voetbalgenieters die ook graag eens een wedstrijdvorkje buiten de eigen Haagse deur meeprikken. Ik neem ze bij de hand rondom en in de Goffert. Vooraf even mijn goede contact bij de viskraam showen, vervolgens naar het piepkleine fanshopje, en dan kalmpjes door naar vak Z. Alsof ik daar al decennia lang mijn eigen kuipstoeltje heb. Geroutineerd wijs ik waar de fanatieke aanhang zit, en vraag ik vooraf alvast aandacht voor het vaste slotlied van de pauze: Al mot ik krupe, dat traditioneel wordt uitgezongen door de fans, als de plaat allang gestorven is. Lekker gevoel is dat, gastheer zijn in een stadion dat je zelf nog niet eens zo heel lang geleden zelf nog moest ontdekken. We zien een vrolijke pot voetbal, het spel golft op en neer en Melvin Platje steelt op koddige wijze een doelpunt van Utrecht-goalie Robbin Ruiter, die net als een week eerder Piet Velthuizen even niet goed uit zijn doppen kijkt. Het is zo’n moment waarvan je nu al zeker weet dat die het jaaroverzicht van de Eredivisie zal gaan halen. Leuk – dat je kunt zeggen: ja ja mensen, daar was ik bij hoor. En we zaten precies achter dat doel waar het gebeurde, ook dat nog. In het herentoilet, als ik me tegen de plaswand te buiten ga, valt me vandaag voor het eerst op dat fijne watersproeiertjes op borsthoogte niet alleen zorgen voor constante bewatering van de plaswand, maar ook voor vernevelde luchtstroompjes met een geurmengeling van fris water en klef mannenvlees. Een barre sensatie. Ik voel dat ik een vies gezicht trek. Moderne techniek is lang niet alles, gadverdamme nee! ******************** Enkele weekenden later ga ik op cadeautjesjacht voor Kerstmis, en pak mij stevig in met onder meer mijn NEC-sjawl. Dat doe ik al dit hele najaar. Voelt goed. Beetje binding met de omgeving. En: komt goed aan. Ik fiets eerst naar het winkelpleintje bij ons in de buurt, voor een paar kleine aankopen. Daar loop ik pardoes die goeie lieverd van een visvrouw tegen het lijf – naast hun visstand bij het stadion hebben ze hier op het pleintje hun reguliere viswinkel. “Acccchhh Jeroen..!”, brengt ze met haar zachte G zoemend warm uit. Ik ben niet minder enthousiast haar weer te zien. “Kom je v`naovond nog ne NEC, ze motte tege PSV?”, vraagt ze, koppie schuin. “Nee... we krijgen bezoek...” “Ach, jammer... wel laot hoor, ze beginne pas um kwart veur nege... is veur ons eige`lijk geen doen joh... wat motte wij nou doen, al die ure wachte, as de winkel dich is, to`dat et bij het stadion es begint... wel zwaor hoor, Jeroen...” Het lijkt mij ook zwaar, en ik heb alle respect voor haar en haar man, keiharde viswerkers van dik in de zestig, en dat altijd met een gulle lach op hun snuit. Ik wens haar sterkte, en als altijd vooral ook: een goede omzet. Vanaf het pleintje zoef ik naar het centrum, waar ik onder meer voor de taak sta een paar erg moeilijke geschenken voor mijn schoonvader te bemachtigen. Vooral zijn vage wens “chique sjawl, geen das, passend bij bleu” baart mij grote kommer. Eerst echter naar good old V&D, alwaar ik op de damesafdeling hoop te slagen voor wat wij in huiselijke kring een Isabell Schmidt-mutsje noemen: een modieus omgedraaid smurf-hoofddekseltje. Na enig stuurloos gedraal begeef ik mij naar de klantenservice waar een kloeke schone blonde dame van rond de veertig mij hartelijk begroet, zich over haar toonbank buigt en zonder waarschuwen even zachtjes doch kordaat aan de uiteinden mijn slajwtje trekt. ”Ik hoop wel dat ze vanavond winnen hoor, meneer... anders zit ik de rest van het weekend met twee straalchagrijnige mannen thuis...” Ze lacht haar tanden bloot en vraagt waarmee ze mij van dienst kan zijn. (Nou... even dwalen mijn gedachten af naar die twee knorrepotten bij haar thuis... kan mij daar werkelijk niets bij voorstellen...). Dan gaat het, op aanwijzingen van de struise blonde schoonheid met hart voor NEC-mannen, verder op mutsjesjacht – de assecoiresafdeling biedt soelaas. Ik ben blij: gescoord! Dan komt de kwestie-sjawl-bij-bleu aan de orde. Ik dool wat door de C&A, zucht door de HEMA en moet dan langzamerhand toch wel dringend pissen. De H&M is daarom mijn laatste hoop voor knappen. Bij de herenafdeling begint het al goed als de jongedame achter de kassa blij zegt, blikkend op mijn NEC-sjawl: “Ha, goed volk!” Minder goed komen we eruit als het gaat om de sjawl waar schoonpaps zo naar langt. “Ik haal er even mijn mannelijke collega bij, meneer, die weet wel raad.” En of haar mannelijke collega dat weet – als hij in mij zijn gelijke gespiegeld ziet als toegewijd NEC-fan, geeft hij alles voor de juiste match met bleu. Tussendoor bezingt hij zijn liefde voor zijn Nijmeegse club, die hij als jochie nog heeft zien degraderen naar Eerste Divisie - een echte hardliner dus – en die hij altijd intens lief heeft gehad, en nog altijd trouw bezoekt bij iedere thuiswedstrijd. “Ik begrijp er niks van man... ze staan gewoon keurig zevende, en iedereen maar zeiken nu we een keer bij RKC verliezen... alsof dat zo’n schande is...” Hij heeft helemaal gelijk, mijn fijne verkoper, die mij op nonchalante wijze raak naar een grijze nichtensjawl leidt die perfect past bij het bleu waar mijn schoonvader zo om verlegen zit. Dit is een hele echte fan, en kenner ook, die niet geleid wordt door de waan van de dag, en donders goed weet dat je in je handjes moet klappen van plezier als je zevende staat met NEC. Hij zwaait me uit, met in zijn ogen al de wedstrijdspanning van straks. “Tot straks man!”, sist hij me toe, en balt een vuistje. Ik durf niet te zeggen dat ik niet kan omdat wij bezoek krijgen. Ik bal een vuistje terug. Boks! Dan stap ik op mijn fiets, voorzichtig met mij knalvolle blaas, en vang te trappen aan. Murmel flarden van opper-Nijmegenaar Frank Boeijen: Ik wil contact... tussen jou en mij... ik wil contact... laten we eerlijk zijn... Gewoon een NEC-sjawl omdoen in Nijmegen, Frank, dan komt dat wel goed. ****************** NEC – FC Utrecht, 24 november 2012: 2-0 (2-0), Eredivisie. Toeschouwers: 12.350