Posts tonen met het label Michel Vorm. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Michel Vorm. Alle posts tonen

vrijdag 6 september 2013

Hommeles bij het kindervoetbal

Ingewijden weten dat ik dol ben op bijna alle vormen van prof- en topvoetbal, behalve dan op datgene wat ik onder de noemer kindervoetbal schaar. Ik doel daarmee niet op een guitig wedstrijdje kluitjesvoetbal van F´jes van de lokale amateurclub, want dat kan best geinig zijn om te zien. Als je vijf bier op hebt.
Nee, wat ik absoluut niet trek, dat zijn de zogeheten ´vertegenwoordigende teams´ van onvolgroeid spul, zoals Jong Oranje, Oranje onder 19, Oranje onder 17, pfff... noem het hele rijtje maar op. Ik moet daar heel erg van gapen, en noem het schampertjes kindervoetbal.
Vroeger, toen alles beter was, kraaide er geen haan naar kindervoetbal. Jaarlijks werd er in het sportgedeelte van de krant een kort kolom-berichtje gewijd aan de uitslag van het vermaarde jeugdtoernooi van Toulon, en dat was het dan wel. Geen liefhebber die op het idee kwam, om pakweg Haarlem - SC Amersfoort te laten lopen en in plaats daarvan langs de lijn te gaan staan bij een interlandje van een stel puistige pubers die, wie weet, misschien ooit nog eens in het echte grote Oranje terecht zouden kunnen komen. Misschien, ja. Want kampioen worden in de jeugd zegt helemaal niets over succes later - sla er de statistieken maar op na. Vroegere Europese jeugdheersers als Joegoslavië en Bulgarije (!) hebben hun kennelijke belofte nooit in kunnen lossen. Zelfde geldt voor Portugal dat begin jaren ´90 heerste op de kinder-WK´s, en recent nog Ghana, dat in 2009 mondiaal de beste was in de ballenbak van de FIFA.
De enorme toename aan tv-zenders sinds begin deze eeuw, en daarmee ook de ongeloofelijk dikke kluwen aan uitgezonden voetbal op de buis van de afgelopen jaren heeft met zich meegenomen dat ook voor vroegere randverschijnselen opeens een podium ontstond. Vaak betrof het toe te juichen uitbreidingen zoals samenvattingen van de complete Eerste Divisie op het Nederlandse scherm, en vrouwen-EK´s en -WK´s op Eurosport en bij de Duitsers. Maar ineens doken daar ook massaal de jeugdtoernooien op, waarbij het feit dat Jong Oranje in 2006 het EK won, en die titel een jaar later in eigen land met succes verdedigde, stevig bijdroeg aan de populariteitsdoorbraak in ons land.
Morrend en wegwerpgebaren makend houd ik mij sinds die twee titels nog verder dan voorheen van kindervoetbal. En dus lijkt het raar dat ik er nu dan ineens zit, op de tribune bij Jong Oranje tegen Jong Schotland. Maar ja... het is een wedstrijd bij mij in de stad, ik heb een vrije avond, en dan stap ik toch maar eens op het fietsje om te kijken of mijn vastgeroeste vooroordelen stand zullen houden...
Het is vooral de sfeer rondom de wedstrijd, die mij (helaas, helaas) bevestigt in mijn ongemakkelijke gevoel omtrent kindervoetbal.
Om te beginnen: het wemelt in het stadion in extreme mate van de, jawel, kinderen. Kinderen die gillen, aan elkaar plukken, met hun vouwkleppertjes onafgebroken op de stalen relingen slaan, en voor van alles en nog wat oog hebben - behalve de wedstrijd.
Al die drukke kindertjes dragen vrijwel zonder uitzondering oranje shirtjes en aanverwante attributen, waarbij opvalt dat de naam van Arjen Robben angstaanjagend vaak is afgedrukt op kinderruggetjes. Uitgerekend de als onbeschaamd egoïstische speler bekend staande Robben, aan wie bovendien een uiterst kwalijke reputatie qua sportiviteit kleeft door zijn talloze fopduiken plus bijbehorend gejammer, blijkt dus de grote favoriet waaraan de kindertjes zich spiegelen. Dat belooft nog wat als deze generatie straks als nieuwbakken volwassenen de maatschappij instroomt. Krijgen ze onvoldoende aandacht, erkenning en/of hun zin niet, berg je dan maar als je ermee samen moet werken of, erger nog, leiding aan ze moet geven.
Op ruime afstand van Robben volgt Wesley Sneijder, met alles bijeen toch ook nog de nodige volgelingetjes. Sneijder, ook al zo´n zelfingenomen geweldenaar. En ten slotte is er dan nog een enkeling die Van Persie heeft uitgekozen voor op het shirtje. Aan hem plakt nog wel een vermeend zedenzaakje van vroeger, maar vooruit, die zaak is toen geseponeerd.
Andere internationals zijn kennelijk niet in beeld bij de kindjes, en dat is jammer. Wat zou het mooi zijn als juist keurige Oranje-jongens als Michel Vorm, Stijn Schaars en Paul Verhaegh wat meer tot de verbeelding zouden spreken. Maar nee, zij zijn nu eenmaal niet zulke opvallende blikvangers of doelpuntenmakers. Zij zijn eerder stille krachten, opofferingsgezind en teamplayers. En dat zijn eigenschappen waar anno 2013 nu eenmaal niets cools meer aan.
Vrijwel de gehele eerste helft hoor ik slechts gekir en geroezemoes als stadiongeluiden, en geen enkel spreekkoor of aanmoedigingslied. Wat er behalve kids verder in het stadion zit, is een mengelmoes van ouders, opa´s en oma´s, meesters en juffen, scholieren en andere dagjesmensen. Alles bij elkaar een merkbaar onervaren publiek dat de vanwege de hitte ingelaste korte drinkpauzes op het veld, na 25 minuten in de eerste en tweede helft, opvat als normale pauzes in het ´programma´, en doodgemoedereerd en bloque opstaat en de trappen afdaalt om zelf ook wat te drinken gaat halen.
In de tweede helft, nadat een lollige vader of oom het initiatief heeft genomen voor het aftellen voor de wave, krijgen we elke twee minuten een nieuwe wave voor de kiezen. Die onophoudelijke wave illustreert perfect dat het vandaag bovenal een vrolijk evenement moet zijn voor het publiek. Daarbij past ook de jolige stadionmuziek en de ruime aandacht voor mascotte Dutchy, wiens gehops en gedar op het veld zó sterk uitgelicht worden, dat het pijnijk bijdraagt aan het onserieuze sfeertje in het stadion.
Wat dát mis ik toch het meest: een beetje serieuze voetbalbeleving. En wat spanning op de rangen.
Want dat niemand het vanavond spannend vindt, dat ligt er heel dik bovenop. Hoewel de Schotten lang het betere van het spel hebben en een trits dotten van kansen krijgen, is er niet de geringste twijfel aan een goede afloop van Jong Oranje - duidelijk voelbaar. Oranje wint altijd, en dus vanavond ook, weet men. Komt goed.
Verdomd als het niet waar is: als Schotland ´m niet maakt, doet Nederland het dan ten slotte maar. En dan lopen ´we´ vervolgens ook nog eens over die arme Schotten heen: 4-0 wordt het maar liefst. Niet geboren voor het geluk, die jongens uit Glasgow en al die andere grauwe Schotse steden, dorpen en gaten.
"´t Is stil aan de overkant!", zingt een trosje jongetjes plagerig richting de negen Schotse fans die in het uitvak zitten. En volgens een ander knaapje hoort invaller Steven May niet op dit veld thuis met zijn paardenstaart: "Daar heb je vrouwenteams voor!"
Temidden van al dit gekwetter en gesnater wordt het toch nog even hommeles, zij het dan spreekwoordeljk, als ik een volwassenen kerel belet om een hommel dood te slaan, die op het lege stoeltje tussen hem en mij is neergestreken. Daar zit de oude, vermoeide hommel onschuldig wat voor zich uit te hijgen, der dagen moe nu de zomer op haar eindje loopt. "Het is maar een hommeltje, hij doet niks.", spreek ik vol natuurlijk gezag, en verbouwereerd laat de man zijn vouwkleppertje zakken.
"Nee! Niet doodslaan!", roept een meisje achter me.
"Hij moet leven!", snerpt een ander.
Dit zijn de pareltjes onder het kindervolk.
De man laat de hommel nu met rust. Na een kwartiertje is het mooie, grote insect weer wat bijgekomen en vliegt dan langzaam ronkend heen.
******
Jong Oranje - Jong Schotland, 5 september 2013: 4-0 (0-0), EK-kwalificatie. Toeschouwers: 5.000.
******
(Foto´s: de vermoeide hommel, steens des aanstoots * kindervoetbalpubliek in optima forma * Dutchy paradeert op de middenstip * eenmaal thuisgekomen, nog even een mooi prentje geschoten vanaf ons balkon richting het stadion, waar de lichtjes nog branden (middenin, net boven het groen van de bomen) - foto´s van Rißmann)

woensdag 1 mei 2013

Auswärtssieg!

Ik had mij er zo op verheugd, mijn favoriete Duitse club weer eens in actie te zien in haar karateristieke, knusse Stadion der Freundschaft. Aan ons vorige bezoek, in november 2007, bewaar ik fantastische herinneringen: de underdog uit Cottbus versloeg Schalke 04 die dag, de Glühwein ging erin als Ketellapper, de stemming was lyrisch. Mijn grote vriend Tomislav Piplica, cultkeeper en erkend brokkenpiloot in de zestien, was sinds kort in de pikorde gepasseerd door Gerhard Temmel (vandaag de dag de stand-in van Michel Vorm bij Swansea) en bleef de volle negentig minuten op de bank zitten. In de aanloop naar die wedstrijd had ik meneer Piplica een kaartje gestuurd waarop ik onze komst uit Nederland (speciaal voor hem, zo benadrukte ik) had aangekondigd. Inclusief in welk vak we zouden zitten, zodat hij even naar ons kon wuiven tijdens de warming-up. Helaas werd er niet gewuifd, maar dat weerhield mij er als toegewijd fan niet van om na afloop, bij de drankkraampjes voor het stadion, vol passie zijn naam op orkaansterkte door de Cottbusser avond te laten galmen: "Pi-pli-caaaaaaaaaaa..!" En dat dan een half uur lang, achter elkaar door, totdat ik door Martin en Dirk met zachte drang in een taxi werd gelepeld. Zes jaar later sta ik op zondagmiddag, een uurtje voor aftrap, broodnuchter blij te wezen op de staantribune waar de die-hard-fans zich altijd verzamelen. Op tijd het bedje ingegaan gisterenavond, dat heeft geloond. Dit keer zijn het anderen in ons gezelschap bij wie de vlag op half elf of erger hangt - vooral bij de wazig koekeloerende Peter maak ik me zorgen of hij nu eigenlijk wel weet waar hij op dit moment is, na een nachtje kruidig stappen in Teplice. Bij tegenstander Bochum keert de grappige trainer Peter Neururer terug in het Duitse betaalde voetbal, na een afwezigheid van meerdere jaren. De olijke Neururer, die vroeger vele voetbalharten heeft gestolen met zijn uitspattingen langs de lijn en zijn edele kunst om de fans tot extase op te zwepen, krijgt bij het betreden van het veld een warm applaus van de Cottbusser aanhang, die daarbij zijn naam scandeert - zó algemeen geliefd is hij in Duitsland. Enigszins verbaasd, maar zichtbaar aangedaan neemt Neururer de bijval in ontvangst. Dit blijkt, achteraf gezien, slechts een opmaatje voor wat er na de wedstrijd zal gebeuren. In de tussentijd doen de elf van Energie hun clubnaam geen enkele eer aan: ze spelen zonder enige fut en laten de tegen degradatie vechtende Bochumers alle tijd en ruimte om hun slag te slaan in Cottbus. De heertjes hebben er gewoon geen spatje zin in, dat is glashelder. De rust wordt nog met 0-0 gehaald maar na de pauze knalt Cottbus er zelf de 0-1 maar in, om vervolgens helemaal weg te worden getikt door de ontketende mannen van ´Brandweerman` (vanwege zijn reputatie om clubs in nood uit de penarie te helpen) Neururer. De fanatieke aanhang in ons vak schakelt over van aanmoedigen naar het geven van een ferme trap onder de elf thuiskonten: "Aufwachen! Aufwachen!" Als dat niet helpt, gaat er een schepje bovenop: "Wir haben die Schnauze voll, wir haben die Schnauze voll..!" Maar ook deze motie van wantrouwen brengt het niet, en Bochum is zielsgelukkig met de beslissende 0-2 die in blessure-tijd valt. Echter, niet alleen Bochum juicht - ook de harde kern van Cottbus barst los in luid gejubel. Duizenden kelen spuwen: "Auswärtssieg! Auswärtssieg!" We zijn een tikje geschokt door zoveel cynisme. Maar dit was nog niet alles. Na het laatste fluitsignaal worden de eigen spelers uitge-boed op een dermate oorverdovende wijze, dat diverse zondebokken in een angstig drafje de catacomben (waarvan de ingang precies onder onze boze tribune ligt) opzoeken, of juist minutenlang nog wat in de midencirkel blijven dralen, om toch vooral maar niet onder de gesel der volkswoede door te hoeven gaan. Slechts twee spelers durven na geruime tijd de confrontatie aan, en klappen deemoedig voor hun nijdige supporters. Kijk, dát kan de staantribune dan wel weer waarderen - zuinig applausje terug. Maar dan. Dan worden afwisselend Peter Neururer en zijn team in woord en gebaar heilig verklaard. Minutenlang worden de heldendaden van Neururer bezongen - hij wordt er merkbaar door afgeleid bij het geven van een zoveelste tv-interview over zijn glorieuze comeback, en daarna laaft hij zich geruime tijd aan de staande ovatie die hij van ons hele block krijgt. Hij zwaait terug met de blik van een gelukkig kind dat in een donzig sprookje is beland. Maar ook zijn dappere blauwe rakkers ontkomen niet aan de intense verering die hen vandaag in Cottbus ten deel valt. Als de ploeg gezamenlijk uitloopt, rolt van onze tribune een donderend gejuich en geklap, waarvan sommige spelers eerst schrikken. Wanneer echter duidelijk wordt dat het hier om een spontane blijk van acute aanhankelijkheid gaat, doen de Bochumers vrolijk mee: ze doen hand-in-hand de klassieke dankjubel, gevolgd door het eveneens obligate pogo-dansje, en klappen dan hun handen stuk voor de fans van Cottbus - ongetwijfeld de sportiefste die zij ooit in hun carrière tegen zullen komen. ****** FC Energie Cottbus- VfL Bochum 1848, 14 april 2013: 0-2 (0-0), 2. Bundesliga. Toeschouwers: 8.555 ****** (Foto: Rißmann)