dinsdag 23 april 2013

Vertrokken

In een zonovergoten Goffert was het de dag van de vroege vertrekkers, en van een enkel raadsel. Eerst over die vroege vertrekkers. Om te beginnen lijkt de complete ploeg van NEC al geruime tijd met zomervakantie te zijn vertrokken. Lusteloos en afwezig schuift rood, zwart en groen de leren kogel over de grasmat. Of over de zijlijn. Het deert niet. Wordt het Mallorca of Madeira deze zomer - dát is de problematiek die in elf NEC-hoofden dobbert. Of de duvel ermee speelt: als ik naar NEC kom kijken, druipt de landerigheid er nagenoeg altijd vanaf bij de spelers. Tegen de ´grotere´ clubs zie ik ze thuis in de regel bedeesd en niet zelden met forse cijfers verliezen, en tegen de kleiner geachte tegenstanders lijkt de motivatie voor een lekker potje voetbal vrijwel niet op te brengen door het team. Nou, tel uit je winst. Gelukkig is de PEC-selectie duidelijk wél met het goede been uit bed gestapt: blauw-wit dribbelt opgewekt over het veld, uitstralend dat ze zich enorm verheugd hebben op NEC-uit. Ik ben er zeker van dat de busreis van Zwolle naar Nijmegen in luide samenzang is doorgebracht, terwijl koffie en gevulde koeken van hand tot hand gingen. Alle gelegenheid vandaag dus weer voor mij om, niet afgeleid door opwindende acties van de lokale helden, helemaal op te gaan in randzaken. Randzaken, o ja - over vroege vertrekkers had ik het. Naast de voltallige elf van NEC, in geestelijke zin compleet vetrokken, is ook de onverzettelijke Zwolle-goalie Diederik Boer vroeg exit. Bij een vlerkerige actie in zijn doelmond, waarbij hij swingend een NEC-aanvaller uitkapt, verdraait Boer de boel, en moet hij eruit. Keeperswissel - altijd een bijzonder moment. Ook vroeg op pad naar moeder de vrouw: de mij bekende fotograaf Peter Lous, die voor mijn vak Z en vlak naast het doel aldaar dromerig wat heeft zitten staren en knipsen, maar het na 80 minuten ineens welletjes vindt. Hij pakt zijn boeltje fluks in, wuift vaagjes naar een paar collega-fotografen en spoedt zich dan naar taart en koffie thuis. Hij mist daardoor de beslissende 1-3 van Zwolle, die zich vlak voor zijn verlaten stekje op oogverblindende wijze voltrekt. En ook de NEC-fans vertrekken weer vroeg vandaag. In antwoord op genoemde 1-3, met nog vijf minuten regulier plus blessuretijd (zes minuten!) te gaan, glijdt een dikke sliert knorrige nuilers rap de vakken uit. De Goffert lijkt vandaag wel één grote vertrekhal. En dan dat raadsel. Coach Alex Pastoor grijpt in de tweede helft naar het aloude dreigende middel van het collectief warm laten lopen door de reserve-spelers. Daarbij blijft volgens ongeschreven wet normaal gesproken de doelman in de dugout zitten, omdat deze collectieve waarschuwing normaal gesproken falende veldspelers moet opjutten. Maar vandaag begint ook doelman Khalid Sinouh aan een warming-up. Het lijkt me hartstikke leuk als Sinouh wat speelminuten krijgt, daar niet van, maar afgezien van ongelukkig gedrag in de zestien bij de 0-2 van Fred Benson valt eerste keus Gábor Babos nu echt niet zo veel te verwijten. Daarmee is het mij een raadsel wat Pastoor beoogt met het uit de dugout zenden van Sinouh. Wil hij Babos tarten? Of juist Sinouh een beetje voor joker zetten? Of gaat het om iets anders? Vette toestanden? Spijkers op laag water? Hmm. Vertrek ik toch nog peinzend naar huis. Buiten wurm ik mij door de chagrijnige meute heen. Het is bewolkt geworden. Via de speakers treurt stadsbard Frank Boeijen: "Zeg me dat het niet zo is". ****** NEC - PEC Zwolle, 21 april 2013: 1-3 (0-2), Eredivisie. Toeschouwers: 11.586. (Foto´s: nuilende NEC-fans verlaten vroegtijdig de tribunes; fotograaf Peter Lous bovenop het nieuws - foto´s van Rißmann)

dinsdag 9 april 2013

Domstadt-Wochenende (2)

Het is en blijft wonderlijk dat de grootste voetbaltrots van Keulen, de FC, ook in de 2e Bundesliga voor de ene volle hut na de andere blijft zorgen. Ook tegen het onaanzienlijke Jahn Regensburg, dat al bijna zo goed als gedegradeerd is, blijkt het vandaag weer nagenoeg ausverkauft. Dat de FC, ondanks een moeizame seizoenstart na de degradatie, stilaan is opgeklommen richting de 3e stek, de zogeheten Relegationsplatz die in mei recht geeft op beslissingsduels voor promotie/degradatie met de nummer 16 van de hoogste klasse, helpt daar misschien wel een klein handje bij. Maar ook zonder dit soort prikkel, dat in de Nederlandse traditie al snel zorgt voor hordes tijdelijke extra fans die alleen maar in succestijden onder hun steen vandaan komen gekropen, komt de Keulse liefhebber opvallend trouw naar zijn cluppie kijken. In deze even liederlijke als trotse stad hoort de FC namelijk bij de vanzelfsprekende intense band die de mensen ook hebben met de stedelijke dom, het carnaval, en met het lichte, heerlijk frisse Kölsch-pilsener. Blijmoedig chauvinisme is de norm in Keulen. Geen wonder is het dan ook, dat iedere zichzelf respecterende Keulse topband ooit wel eens een innig loflied op de FC heeft opgenomen. De totale overgave aan ups en downs van de FC betekent overigens nog niet dat de Keulse supporters alles maar goed vinden wat er op het veld gebeurt. De fans blijven weliswaar onvoorwaardelijk komen, zowel in goede als in slechte tijden, maar zijn wel vast van oordeel dat hun sleeping giant, de 1. FC Köln, altijd top hoort te presteren en met hoge cijfers winnen moet. In die zin lijkt het allemaal precies op wat we kennen van FC Utrecht, in die andere domstad waar de aanhang nimmer moe wordt om boe te roepen naar de eigen helden als die niet ruim genoeg afstand nemen van ploegen waar in het hartsie vân 't lând op wordt neergekeken - we praten dan over ongeveer 15 van de 17 tegenstanders in de Eredivisie. Anders dan in Utrecht is de sfeer rondom de wedstrijd in Keulen er heel duidelijk eentje van een dagje uit voor het hele gezin. Springkussens, showtjes van cheerlealders (waar ik zwager Martin maar moeilijk van los kan weken), vreettentjes en bierkramen, balletje-trap met herinneringsfoto, overal sponsors die geschenkjes uitdelen - het is compleet kermis rondom het stadion. De lokale Sparkasse deelt vanwege Pasen guitige haasoortjes uit, waarmee je een "bijzondere prijs" kunt winnen als je zo mal bent om ze de hele wedstrijd op te houden, en een camera je uit de oortjesmassa pikt. Bulderend van de lach maar ondertussen toch heel gedwee doen zelfs de meest gestaalde hardliners de kartonnen oren op - ook boven dikke bierbuiken in spijkerjack-met-opnaaiemblemen, en ook boven vervaarlijke ZZ Top-baarden met boze zonnebrillen, zie ik de oren van de Paashaas overal om me heen. De wereld wordt er werkelijk een beetje zachter van - maar zelf kijk ik natuurlijk wel link uit om zo voor schut te gaan lopen, ver buiten het carnavalsseizoen. In het vak waar Martin en ik zitten, stikt het van het gezinnetjes en wemelt het dan ook van de kinderen. Zelfs grut in de volstrekt onmachtige leeftijdscategorieën wordt meegesleept naar de FC, en bekommerd zien wij een leuk blond moedertje in de weer met drie voor stadionsbezoek veel te prille ukkies, die het na vijf minuten allemaal wel al gezien hebben. Het kroost wordt uitermate ongedurig. Ook oma moet er al snel aan te pas komen om voor aanvullend vermaak te zorgen, en na nog geen half uur gaat puk nummer één onder zeil, gedrapeerd over twee kuipstoetjes met een dikke das onder zijn koppie. Het is een wat onwezenlijke sfeer, in zo'n Kindergarten-vak, maar gelukkig zitten er achter ons twee wat meer serieus betrokken fans, die onophoudelijk de spelers van hun favoriete elftal uitschelden, afkammen, en van woedend gebrulde aanwijzingen voorzien - van een eenvoud en pieterheid waar u en ik van z'n levensdagen niet op zouden zijn gekomen. Zo blijft het toch nog een beetje écht voetbal, hier in deze familie-tempel in de domstad aan de Rijn. ****** 1. FC Köln - SSV Jahn Regensburg, 31 maart 2013: 2-1 (1-0), 2. Bundesliga. Toeschouwers: 45.600. ****** (Foto`s: zwager Martin in Paashaas-extase voor het stadion; hoog niveau bij de Keulse cheerleaders; uitgeputte peuter wordt te slapen gelegd op twee stoeltjes - foto`s van Rißmann)

Domstadt-Wochenende (1)

Door een werkelijk geheel toevallige samenloop van omstandigheden (waarvan onze echtgenotes niets geloven) beschikten mijn zwager Martin en ik plotsklaps samen over kaartjes voor wedstrijden in Utrecht en Köln, daags na elkaar in één weekend. We doopten dit Paasweekend om tot Domstadt-Wochenende, vanwege de domstedelijke status van Utrecht en Köln, en snorden op zaterdag voor de eerste helft daarvan naar mijn geboortestad. Ik vind lichtwedstrijden in de Galgenwaard altijd het mooist, hoewel de club en haar trouwste supporters toch het meest hechten aan de traditionele zondag als speeldag. Voor mij, hopeloos nostalgisch aangelegde romanticus, straalt de betonnen Utrechtse stadionklomp in het avonddonker een troost en warmte uit die mij vervult met het zoete besef dat ik hier geboren ben, en zoveel mooie herinneringen aan deze grond heb bewaard. We parkeren op mijn aanwijzingen aan de Koningslaan, pal voor nummer 110, waar ik rond de eeuwwisseling heel chique woonde - uitzicht op het voorname Wilhelminapark, en ingeklemd tussen vooraanstaande buren als oud-burgemeester mevrouw Vos en media-icoon Pia Dijkstra. Hier vlakbij had ik ooit een fotosessie met Paper Moon, aan de vooravond van mijn bescheiden doorbraak als semi-professioneel rockdrummer. En hier ook zoende ik voor het eerst met mijn knappe, half-Indische vriendinnetje Monique. Op slechts een steenworp afstand van het park ben ik bovendien geboren, in een hospitaal dat tegenwoordig dienst doet als appartenmentencomplex. De snijdende Paaskou laat me koud - ik ga helemaal op in mijn hartsmeltende persoonlijke geschiedenis in deze stad. De Galgenwaard ligt net aan de rand van een aantal volkswijken, waardoor het voor veel fans goed te doen is om simpelweg te voet naar het voetbal te kuieren. Bij het naderen van stadion wordt de stroom van roodwitte volgelingen, die uit alle straten en richtingen komt aangedromd, dan ook alsmaar dikker - ook een beeld van vroeger, toen dat bij vrijwel alle stadions zo ging, en het nog niet usance was om voetbaltempels neer te kwakken buiten de stadsgrenzen, op een liefdeloos industrieterrein of midden in de pampa. We passeren de snackbar die zich officeel dé fancafetaria van FC Utrecht mag noemen, met nog altijd de goedlachse blonde Roxette-lookalike achter de toonbank, en waar ik ooit eens aan de beurt was met de opgave van mijn snackwensen, juist nadat Jan van Halst er zijn patatjes had besteld. Dan buigen we, aan het einde van de Adriaen van Ostadelaan, de bocht om en zien lichtjes van de Utregse burcht in de sombere hemel fonkelen en twinkelen. Het belooft een schitterende avond te worden. ****** FC Utrecht - VVV-Venlo, 30 maart 2013: 2-1 (2-1), Eredivisie. Toeschouwers: 19.245. ****** (Foto: Rißmann)

zondag 7 april 2013

2012-2013: een mager voetbalplaatjesseizoen

Nu het voetbalseizoen 2012-2013 op de Europese velden overal ontknopingen nadert, kan als eerste de balans opgemaakt worden voor de voetbalplaatjesalbums die mij door dit seizoen heen hebben begeleid. Het was niet veel, vrienden en vriendinnen, maar: uit een goed hart. Alleen de albums van de Bundesliga (van Topps) en de Champions League (Panini) heb ik dit keer gespaard. Het zijn alleraardigste boekwerkjes. Op het eerste gezicht zonder veel verschillen met vorig seizoen, maar voor de fijnproevers zijn er toch wel trends zichtbaar die ik u als geïnteresseerd lezer van dit blog toch niet wil onthouden. Topps heeft dit seizoen voor de vierde maal in successie het traditionele Duitse Bundesliga-stickeralbum uitgegeven, dat in de jaren daarvoor altijd van Panini kwam - zoals we dat in Nederland ook lang gewend waren sinds 1977, toen Panini de strijd aanbond met voetbalplaatjesuitgever Vanderhout - een strijd die Vanderhout in 1982 helaas definitief moest opgeven. Sterker dan Panini focust Topps zich primair op kinderen met reclames voor haar voetbaluitgaven, wat enigszins merkwaardig is als je nagaat juist ook vele duizenden volwassen kerels verwoede plakkers zijn, die druk plaatjes zoeken en aanbieden op de diverse speciale ruilsites die internet rijk is - naast de vele moeders die hier voor hun kids op speur zijn naar nog missende prentjes. Net als Panini kent ook Topps naast de geijkte stickerplaatjes de variant van de spel/verzamelkaarten, de zogeheten Topps Match Attax-cards. Als klassiek plaatjesaanhanger haal ik hiervoor minachtend mijn neus op, maar die rare cards zijn intussen wel dermate populair, dat zij al een release krijgen bij het begin van het seizoen, en de voetbalstickertjes pas na de jaarswisseling verschijnen - als de markt voor die modernistische cards al danig is ingekakt. Toch zijn ook de gewone stickerplaatjes van Topps van de Bundesliga nog altijd een groot succes, en het is via digitale wegen dan ook makkelijk en vlot ruilen geblazen met de vele Duitse spaarders, naast overigens toch ook nog aardig wat Oostenrijkse liefhebbers van het Duitse topvoetbal. In het album zelf is sprake van de bekende opsomming van kernspelers: beginnend bij de doelman, dan de defensie en het middenrif, om af te sluiten met de voortwaartsen. De spelers worden niet vanaf de borst geportretteerd, zoals Panini dat vele jaren steevast heeft gedaan, maar vanaf pakweg de navel. Dat geeft voldoende ruimte, vast niet toevallig, om de shirtsponsor niet te missen duidelijk in het beeld mee te nemen. Helaas worden de trainers niet afgebeeld (iets wat Panini vroeger terecht als goede gewoonte had), zodat markante oefenmeesters als bijvoorbeeld de charismatische Jürgen Klopp, de bezonken Dieter Hecking en de explosieve Christian Streich deerlijk ontbreken. Een ander minpunt is de keuze om per club slechts één doelman op te nemen in de albumselectie. Dat vind ik niet alleen jammer omdat ik een groot liefhebber ben van keepers - ook wordt er tegenwoordig duchtig gewisseld en soms ook geroteerd in de diverse Bundesliga-doelen. Zo streden in Hoffenheim en auf Schalke niet minder dan drie doelwachters om de stek in de basis, en woedt in Mainz al seizoenen lang een felle concurrentie-strijd tussen de heertjes Müller en Wetklo. Helaas heeft alleen Christian Wetklo namens Mainz het album gehaald, en als enorm fan van Timo Hildebrand ben ik opgelucht dat hij ook bij Topps de slag heeft gewonnen van zijn toch ook niet misselijke Schalke-collega's Fährmann en Unnerstall. Voor het overige is het een fijn strak geheel van prentjes, maar wat er dan allemaal aan zogenaamde informatie bij die plaatjes staat... alleen maar statistiekjes over vorig seizoen, en dat op een aantal onderdelen: het aantal passes, schoten, assists, wedstrijden en doelpunten - voor de keepers het aantal reddingen, clean sheets, wedstrijden en tegendoelpunten. Verder niets - geen geboortedatum, geen persoonlijke profhistorie... de moderne fascinatie voor statistieken, die volgens mij lang niet altijd alles zeggen, en de heiligverklaring daarvan nemen in Duistland helaas hand over hand toe - deze nare Amerikaanse ziekte slaat dus over in onze richting..! Ik erger me dood aan de steeds mallere statistische feitjes waarmee Duitse voetbalcommentatoren je zonder oponthouden op de oren slaan - maar daarover een andere keer meer. Topps verrast nog wel positief met een aantal actie-plaatjes van beroemde Bundesliga-doelpunten uit de afgelopen vijftig jaar. Het zijn weliswaar weinig onthullende, soms zelfs vage beelden, maar deze kleine hommage aan vroeger (toen alles beter was) neemt me toch zeer in voor de redactie van Topps. Dat in deze nostalgische mini-parade ook een heel ongelukkig moment van mijn Cottbusser Torwart-held Tomislav Piplica is meegenomen (via zijn achterhoofd slaat de bal in het doel), vormt hierbij de spreekwoordelijke kers op de taart. Panini beeldt in haar fraaie Champions League-album de spelers af op prentjes die niet in de lengte, maar in de breedte zijn vormgegeven. Vorig jaar kwam Panini voor het eerst met deze aardige noviteit, die gepaard ging aan het ontbreken van namen van de spelers in het kale album. Een stilistische breuk met het verleden van heb-ik-jou-daar, en het went maar niet: bij het inplakken kan ik me nu alleen oriënteren op het volgnummer van het plaatje - de naam van de speler als extra bevestiging dat je goed zit met plakken, is nu foetsie. Spijtig genoeg doet Panini ook al heel lang niet meer aan trainers in dit type album, en ook hier blijft het aantal doelmannen per vereniging steken op de schamele 1 - het zo onlosmakelijk aan keepers verbonden nummer. Op de plaatjes is een hele zut info en logootjes meegenomen - het is rijkerlijker dan wat we bij Topps wijs worden van onue voetbalhelden, maar ook hier ben ik niet echt tevreden. Wat vooral ontbreekt, is een beetje luchtig-journalistiek beschreven achtergrond-info van de spelers. Vroeger was dat, in ieder geval in Nederlandse edities van Vanderhout, de aangename standaard. Maar in de beeldcultuur van vandaag de dag doet tekst er blijkbaar steeds minder toe. We doen het heden ten dage dan maar met de pure prentjes, en die staan er weer verdraaid lekker op in dit pico bello album van Panini. Een meevaller trouwens, dat Panini het dit jaar weer aangedurfd heeft met de stickerversie van de Champions League uit te komen in Nederland, want er lijken door de jaren heen steeds minder smulpapen in extase te raken van deze schitterende jaarlijkse traditie: ook dit keer was het rondom dit album akelig rustig op de Nederlandse ruilsites. Niettegenstaande mijn fijnslijperig gemopper links en rechts, ben ik natuurlijk hartstikke blij met Panini en Topps en hun uitgaven van de Bundesliga en Champions League, want van Nederland en de Eredivisie moeten we het al jaren niet meer hebben als toegewijde plaatjesvrienden. De KNVB heeft de rechten al lang geleden afgepakt van Panini, en gunt de ene na de andere dwaze supermarkt de eer om er wat leuks mee te doen - wat leidt tot ieder jaar iets anders kinderachtigs, compleet afgestemd op kleine kindjes, die kennelijk als de werkelijke bepalers worden gezien als het gaat om wat moeders inkoopt. Steeds weer een ander marketingbureau voor steeds weer een nieuwe supermarkt meent geheel origineel en vernieuwend uit de hoek te moeten komen, en zo hebben we de afgelopen seizoenen puzzelstukjes, pop-ups en dit jaar rare kaartspelkaarten voorbij zien trekken. Gewoon fijn klassiek voetbalplaatjes verspreiden, iets waar ook kinderen écht wel voor gaan, dat is kennelijk niet creatief genoeg. En zo kijkt de Nederlandse liefhebber weiterhin dorstig de grens over, en verlangend de zomer tegemoet - want wie weet, wie weet gebeurt er iets moois rond het dames-EK dat in juli loos gaat... ****** (afbeeldingen: Timo Hildebrand, dit seizoen afgebeeld door Topps en Panini)

zaterdag 9 maart 2013

Sjaak strooit

Sjaak Lettinga / Trotse parel / Van zacht TATA-staal / Op Schoonenberg
Alles inleveren bij Sjaak / Dat is het devies / En Sjakie / Hij strooit, hij tovert / Wijst zwijgend en verovert / Onze Harten
Sjaak de goocheldooos van Velsen / Van hele Jupiler League / Balmagneet met haarband / Verdeelt / Op de stropdas / Over de hele / In de voetjes / Steekjes en ragjes / Fijn met buitenkantje
Oosttribune buldert / Sjakie! Sjakie! / Maar buiten de IJmond / Kent niemand het geheim / Van de magiër / Sjaak Lettinga
******
Telstar - SC Cambuur, 8 maart 2013: 1-1 (1-0), Jupiler League. Toeschouwers: 1.963.
******
(Foto: kassa-huisje van Telstar, een half uur voor aftrap van de wedstrijd tegen Cambuur - foto van Rißmann)

donderdag 28 februari 2013

Handtekening van Rob Boersma

Rob Boersma / Komt na de training / Bemodderd en doorweekt / Langs het hek / Waar ik bedremmeld sta /
Rob Boersma / Staart naar het schriftje / Doorlopen en gekreukt / In mijn knuistjes / Ze trillen van ontzag /
Rob Boersma´s ogen branden / Maar ik voel slechts de kou /
Rob Boersma / Zegt niets terug en beent / Gedecideerd en vlot / Warme douches tegemoet /
In gure wind en hagel / Lossen zilte tranen op / Alleen gelaten zonder / Zijn handtekening - / Rob Boersma
******
(dit is een voorpublicatie - dit gedicht verschijnt komende voorjaar in nummer 5 van De Roodbroek)
******
(met dank aan Jan-Jaap van den Berg voor het beschikbaar stellen van de foto)

zaterdag 23 februari 2013

Eindhoven zal wezen

Sinds begin deze eeuw bezoek ik ieder seizoen weer enkele malen de fijne volksclub FC Eindhoven, waar het voetbal nog werkelijk van de mensen is. Waar je de spelers tijdens de warming-up bijna aan kunt raken als je langs de boarding staat, en waar de scheidsrechter van dienst tussen het rekken en strekken door vrolijk terugzwaait als je hem vriendelijk succes wenst voor de wedstrijd. En waar de harde kern op de lange zijde lekker stemming maakt voor alle supporters daaromheen, inclusief kinderen en ouden van dagen. Voetbal zoals ik dat nog ken van vroeger, voetbal zoals het bedoeld is. Stipt om 19:00 uur, als de kassa en het stadion zich openen voor de trouwe blauwwitte schare, arriveer ik vandaag bij het stadion. Het is nog erg rustig, en ik kan dan ook parkeren op slechts een steenworp afstand van het Jan Louwers Stadion. Voor de fijnproever staat deze avond een waarachtige Eerste Divisie-klassieker op het programma: FC Eindhoven - Telstar. Beide clubs spelen sinds eind jaren '70 onafgebroken in dezelfde competitie, komen elkaar ieder seizoen weer twee keer tegen en hebben samen dus een indrukwekkende geschiedenis. Deze ploegen kenden vroeger nog echte iconen. Bij Eindhoven speelde legende Henk Bloemers, recordhouder meeste wedstrijden betaald voetbal in Nederland, een slordige 100 jaar in het eerste. En bij de Velsenenaren leek Paul van der Meeren niet uit het doel te branden. In 1991 werd hij nog eens opgetrommeld voor een invalbeurt bij Telstar, als 47-jarige - ook al een record. Dàt zijn nou voetbalhelden. Kom daar nog maar eens om, anno 2013. Vandaag de dag bestaan beide selecties vooral uit jonge tot piepjonge taleten, die het ene jaar door de draaideur binnenkomen om er het volgende seizoen alweer door te vertrekken. Slechts een enkele routinier geeft de teams wat kleur op de wangen. Bij Eindhoven zijn dat oude krijger Theo Lucius, de ervaren doelman Brahim Zaari en de kwikvlugge goalgetter Serhat Koç; bij Telstar de sierlijke technicus Sjaak Lettinga en oude rot Cor Varkevisser. Het dondert allemaal niet, want naar FC Eindhoven kom je in de eerste plaats niet voor topvoetbal, maar voor de ouderwets gezellige voetbalsfeer. En dat begint al bij de kassa, waar Jan mij breed lachend eerst een hand geeft en welkom heet alvorens ik mijn kaartje in ontvangst neem. Bij de frietkraam wordt met harde grappen gesomberd over de treurige laatste positie op de ranglijst, terwijl Anoek mij een patatje-met inschept. Als Anoek even later koffie gaat halen voor haar baas en zichzelf, wordt het opeens een stuk drukker bij de kraam. "Snappen jullie dat nou?", grapt de patatchef ons toe, "ik zou juist wat willen bestellen als Anoek wél achter de toonbank staat!" Ik slenter naar de Noud van Melis-tribune, onderwijl links en rechts stewards en collega-fans groetend, want zo hoort dat hier. Eenmaal bij de tribune aarzel ik waar ik neer zal strijken. Het vertrouwde stekje waar ik altijd de Van Berkeltjes tref, is nog onbezet, maar vlak daarbij zitten nu al wat anderen. En of de Van Berkeltjes vandaag ook aanschuiven, dat is nog maar de vraag. Ik neem daarom maar ergens op de helft van de rangen plaats, er is immers plek zat en wijd om mij heen zit niemand. Tot mijn verbazing komen een vader en een zoon steeds naderbij om dan pontificaal naast mij te komen zitten. Vader kijkt er wat dreigend bij. Het is een beetje alsof je in een late, lege bus zit, er stapt nog iemand in die uit 40 vrije plekken kan kiezen maar uitgerekend precies naast jou neerploft. Zo iemand is gegarandeerd verliefd óf heel erg boos op je - door de war dus, en zeker geen goed nieuws. De vader kijkt mij doordringend aan, loert nog eens naar het kuipstoeltje dat ik bezet, en toont mij dan twee seizoenkaarten. "Als de persoon van het stoeltje waar jij nu zit straks niet komt, dan heb ik er geen moeite mee hoor, dat je hier zit." "Nou", zeg ik zo luchtig mogelijk terug, "wat een bof." Potsierlijke toestand. Je kunt hier een een dubbele flikflak op de tribune doen zonder iemand te raken, maar Bromsnor naast mij houdt vast aan zijn eerlijk gekochte seizoensplaatsje. "Los kaartje gekocht, zeker", moppert hij door. En ook nog: "Ben je hier eigenlijk wel eens vaker geweest" - eigenlijk geen vraag van hem, meer een misprijzend oordeel. "Ik kom hier al twaalf jaar, een keer of vijf per seizoen als het meezit", lispel ik terug. Ik schik mijn Eindhoven-sjawl en tik nadrukkelijk tegen mijn Eindhoven-mutsje terwijl ik opsta omdat opa Van Berkel aan komt kuieren, en ik natuurlijk liever bij hem aanschuif dan nog langer het territorium van die balsturige Ueberfan met mijn aanwezigheid te bederven. Opa Van Berkel begroet mij hartelijk en trakteert mij aansluitend op een tirade tegen de technische staf. Heerlijk ritueel. Geen geslaagde Eindhoven-avond zonder opa Van Berkel die de vloer aanveegt met het beleid van de actuele trainer. Maar ook anderen om ons heen zijn tamelijk verbolgen over de huidige gang van zaken bij blauw en wit. Er wordt gefluisterd dat de spelers dit seizoen expres slecht spelen. Eerst om oefenmeester John Lammers weg te pesten (gelukt!) en daarna om de rest van de clubleiding dwars te zitten. Het zit het fanatieke deel van de altijd zo gemoedelijke aanhang dermate dwars, dat de helft hiervan vanavond uit protest wegblijft. Dat is jammer, want nu zorgen vooral de toeterende en zingende supporters in het uitvak voor de meeste sfeer. Wel vertrouwd is de onderwerpkeuze van de spreekkoren van de wél aanwezige diehards. Wat mij zeer is bijgebleven van een vorig bezoek, toen niemand minder dan Erwin Koeman coach van Eindhoven was, is het hartstochtelijk bezingen van de drie grootste liefdes van de fans, in één klinkende zin: "Erwin Koeman, bier en tieten!" En dat dan eindeloos gescandeerd. Erwin Koeman zal wel een traantje weggepinkt hebben. Deze avond gaat het vooral veel over homo´s. Daarbij betreft het in hoofdzaak spelers van Telstar, maar ook Eindhovense supporters die ver voor het eindsignaal al teleurgesteld opstappen, vallen zonder pardon in deze categorie. Speciaal ervanlangs krijgt ene Maartje, van wie wij uit tientallen kelen luid en melodieus vernemen dat zij hier en daar behoorlijk nat schijnt te zijn. In de pauze krijg ik een heerlijk warm bakkie van een kennis van opa Van Berkel, en voegt ook Yvonne zich bij ons. Haar gemoedelijke en nuchtere kijk op het spel en de resulaten zijn als balsem voor de ziel. Daarmee staat zij model voor de sleutelpassage uit het clublied: "Eindhoven zal wezen, Eindhoven zal zijn". Ofwel: het komt altijd wel weer goed met Eindhoven. De kansloze nederlaag tegen Telstar, 0-2, doet dan ook niet heel erg veel pijn. Er wordt gewoon teruggeklapt naar de Eindhovense spelers die na afloop keurig komen applaudiseren voor ons fans. Trouw bestaat nog. Vervuld en dromerig rijd ik naar huis, door de donkere late avond, gelukkig dat FC Eindhoven nog altijd is, en er zal blijven zijn. ****** FC Eindhoven - Telstar, 22 februari 2013: 0-2 (0-0), Jupiler League. Toeschouwers: 1.862.