Posts tonen met het label Joop Böckling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Joop Böckling. Alle posts tonen

zondag 10 november 2013

Handtekening van Diego

Afgelopen vrijdag hadden Phil en ik voor De Roodbroek een fantastisch interview met Haarlem-legende Gerrit Peijs (maar liefst 368 keer in Haarlem 1, alleen Beer Wentink en Piet Groeneveld gingen daar overheen). Aanvankelijk hield de voormalige roodblauwe ijzervreter de boot een beetje af toen we hem benaderden voor een vraaggesprek. Peijs vreesde dat we alleen maar jubelverhalen uit het nostalgische verleden wilden horen, en dan had hij er eigenlijk niet zo veel trek in. Toen hij echter vernam dat recent nog Misha Salden enkele flink kritische noten had gekraakt in het interview dat wij met hem hadden gedaan voor De Roodbroek, en dat wij dat bovendien heel interessant hadden gevonden, sloeg de stemming bij Gerrit Peijs acuut om: "Okee, ik doe mee!"
Aan het einde van een uitermate genoeglijke ontmoeting met onze Haarlem-held kwam onvermijdelijk even de verleiding bij mij bovendrijven om meneer Peijs nog om zijn handtekening te vragen. Je wordt immers toch weer even dat knulletje van 14 als je daar tegenover een van je grote voetbal-idolen zit. Maar net zoals tijdens eerdere interviews met grootheden als Joop Böckling en Alwin Leysner, wist ik me toch te beheersen: niet om een handtekening vragen, kom op Rißmann, dat kan écht niet meer hoor!
Des te grappiger was het dan ook toen ik mij, eenmaal thuisgekomen, plots bedacht dat Gerrit Peijs zijn mailadres voor me op een briefje had geschreven... had ik dus tóch min of meer zijn handtekening gekregen - zonder erom te hebben hoeven vragen!
Diezelfde nacht hield het thema handtekeningen vragen me kennelijk nog altijd bezig want ik droomde dat ik mij met een blocnote in de hand bij de spelersbus van Bayern München posteerde, vastbesloten om de kittige linksback Diego Contento een krabbel te ontfutselen.
Nu heb ik niets, maar dan ook he-le-maal niets met Bayern - wél met die guitige eeuwige reserve-verdediger.
(Onbegrijpelijk lijkt het, dat de zwaar getalenteerde Contento maar op de bank blijft plakken bij Bayern. Maar allez, Diego is natuurlijk wel geboren en getogen in München - dat bindt hem, de club en de fans in de stad enorm).
Ik weet niet wat ik precies aan en door elkaar hebt geknoopt in deze droom, maar aardig is het wel om te merken dat je toch altijd een beetje dat kind van vroeger blijft.
Ik beloof dan ook plechtig, dat ik voor Diego Contento die ene keer mijn volwassen principes zal laten varen als de spelersbus van Bayern bij mij in de straat stopt: "Herr Contento, können Sie mir ein Autogramm geben?"
******
(Foto van Gerrit Peijs door Rißmann)

maandag 17 juni 2013

De bomen schudden nee (deel 18 van 60)

Ik had mijn handen vol aan school, Zandvoort'75 en Haarlem. Thuis trok ik me terug in mijn kamer. Draaide plaatjes. Luisterde radio. Hilversum 3 of Langs de Lijn. Las de VI en speelde met smurfen voetbalwedstrijdjes. Vijf tegen vijf. Een klein kleien balletje had ik speciaal voor mijn smurfen op school bij handenarbeid gebakken. Het balletje had ik wit geverfd en daarna voorzien van zwarte stippen. De bal was niet helemaal egaal rond maar rolde toch prima. Doelen had ik gemaakt van opgestapelde gummen en lege doosjes van vulpenvullingen als doelpalen, met een potlood er overheen als lat. Zakdoeken deden dienst als netten. De bedoeling van het spel was, dat de smurfen de bal naar hun medespelers overschoten. Als de bal uitgerold was, was-ie voor de dichtstbijzijnde smurf. Die mocht de bal vanaf de plek waar de bal lag dan weer schieten naar een ploeggenoot. Dat vergde heel veel gevoel en precisie. Was de bal na tal van combinaties aangekomen in de speciale schietzone, dicht bij het vijandelijke doel, dan mocht de smurf aan de bal een schot op doel wagen. Daar ging het natuurlijk allemaal om. Ik speelde in mijn eentje, en bediende dus zowel mijn eigen ploeg Haarlem alsook die van de opponent. Kwam mijn eigen Jopie Böckling in doelrijpe posite te staan, dan volgde een daverend schot waar het hele doel van instortte, liefst met keeper en al. Dat alles begeleidde ik met opgewonden verslaggeving. 'En jaaaaaa hoooooor, Jo-pie Böck-ling doet ' t weerrrrrrrr! 3-0 voor Haarlem dames en heren, Ajax krijgt voetballes aan de Jan Gijzenkade!' Aan de overzijde had Haarlem-keepersmurf Edward Metgod het stukken rustiger. Spitsen van de tegenstander waren vaak al zó door zijn aanblik geïmponeerd, dat ze de bal van angst naast schoven, of niet verder kwamen dan een slap rollertje, waar Edward Metgod niet eens voor hoefde te duiken. Meestal hield-ie zijn doel schoon. Alleen voor een enkele sympathieke tegenstander, zoals SC Amersfoort, FC Utrecht of Wageningen, kon er wel een eretreffertje van af. En uiteraard werd het doel van Edward Metgod nooit aan puin geschoten. * Mijn stiefvader mocht dan tegen mij niet zo aardig zijn na ons uitstapje naar het Blijf van mijn lijf-huis, tegen mijn moeder was-ie poeslief. Elke dag als-ie uit zijn werk thuiskwam, begroette hij mijn moeder alsof ze zonet ongedeerd van een reis naar de Noordpool was teruggekeerd. Een luidkeels 'Ha meissie!' en dan veel smakkerdesmak. Hij vroeg aansluitend omstandig hoe haar dag was geweest en de dozen bonbons en fleurige boeketten waren niet van de lucht. Hij was kennelijk erg geschrokken van de vluchtpartij. Mijn moeder was eveneens nog steeds van slag. Ze was vaak heel ergens anders met haar gedachten als ik iets tegen haar zei of als ome Klaas haar op de bank over haar rug streelde. Ze zag bleek als een vaatdoek, rilde af en toe. Als ik uit school kwam, en ome Klaas was nog niet thuis, dan lag ze meestal op de bank. Als ze niet sliep, dan lag ze diep te zuchten terwijl ze rusteloos haar voorhoofd wreef. 'Mamma..?' 'Laat mamma maar...' 'Wil je thee? Ma? Zal ik thee maken?' 'Nee...' Ze stond moeizaam op, met trillende armen, waggelde naar een raam en keek met holle blik naar de boomtoppen en de donkerblauwe lucht. 'Ik word gek hier.' * Het was zaterdag. Mijn moeder werd inderdaad gek. 's Morgens tegen tienen, toen ik mijn spullen in mijn voetbaltas pakte, hoorde ik hoorde haar hard rondstappen over onze étage. 'Oooooooooowwww...' kreunde ze daarbij voor zich uit. Mijn stiefvader was er niet, die was even naar de winkels bij het station om zijn krant, shag en drie tompoucen te halen. Dat deed-ie sinds het Blijf van mijn lijf-incedent iedere zaterdag, drie gebakjes halen. Juist als mijn stiefvader er even niet was, gedroeg mijn moeder zich de afgelopen tijd steeds een tikkie vreemder. En nu banjerde ze vingerkauwend en klaaglijk jammerend door onze woning alsof ieder moment de hemel op onze kop kon vallen. Haar water kookte over, ze gaf stoom af. 'Ik wor gek jochie, ik wor gék!' Haar ge-was-en-watergolfde haren zaten plat en door de war, haar bloeddoorlopen ogen waren wijd opengesperd en met haar ondergebit beet ze in haar bovenlip, zoals Gene Simmons op de hoes van Dynasty. Ze hipte van haar linkerbeen op haar rechter. Ik voelde paniek opkomen. Mijn moeder werd gek. Wat moest ik nu doen? Ik hoorde de deur. Een zucht van verlichting. Nog nooit eerder was ik zó blij geweest mijn stiefvader thuis te horen komen. Ook hij zag direct dat het mis was. In een laatste poging om tegenover haar man zo normaal mogelijk te doen, stapte ze op hem af om het een zoen te geven. Daarbij duwde ze met haar tong om en om haar boven- en ondergebit uit. Ze schudde van boven tot onder, terwijl ze met een kinderlijk stemmetje 'Ha, Klaas' piepte. Terwijl mijn stiefvader mijn moeder stevig aan haar bovenarmen vastpakte en zacht brommend op haar inpraatte, sloop ik terug naar mijn kamer om mijn voetbaltas verder in pakken. No chance. 'Nelis! Bel jij die klote-voetbal maar lekker af. Je blijft mooi hier.' Met tranen in mijn ogen belde ik meneer Peitsman op. 'Ik kan vandaag niet komen spelen... mijn moeder is ziek en daar moet ik bij blijven...' 'Wat rot voor je, jochie. Nou... geeft niks, we zijn vandaag met z'n veertienen, dus geen man over boord. Beterschap voor je moeder en ik zie je dan volgende week weer, goed?' 'Wel winnen hè...' 'Doen we! Ik legde neer. Achter me draaide mijn moeder cirkels om de bijzettafel. 'Ooooooooooooooowwwww...' kermde ze zachtjes, daarna ging het van 'Aaaaaaaa....waaaaah!' Gelukkig hadden we geen directe buren in Aerdenhout. haar volume werd steeds hoger, in Amersfoort of Zandvoort had ze beslist de halve galerij of straat bij mekaar gebruld. 'Hier die telefoon. Let jij op je moeder.' ****** (wordt vervolgd) ******

De bomen schudden nee (deel 17 van 60)

'Hij heeft gisteren toch heel erg zijn best gedaan', hoorde ik mijn moeder prevelen. 'Wil je terug naar huis ma?' 'Ja... ik denk dat dat voor ons allemaal het beste is...' Ze klonk niet alsof ze erin geloofde, maar alsof ze wílde dat ze erin geloofde. Er werd getelefoneerd. Hij kwam ons halen. De directeur wenste mijn moeder succes. Mij gaf-ie een knipoog en een aai over mijn bol. 'Het komt vast wel weer goed voor mekaar jongen.' De hele rit naar huis was mijn stiefvader aan het woord. Wat-ie allemaal wel niet door had moeten maken. En waaraan hij dit in Godsnaam toch verdiend had. Hij kon er nóg niet over uit. Regelmatig schoot-ie vol. Ik vroeg me af of-ie de weg nog wel goed kon zien. Ik rook cognac om hem heen. Mijn moeder rommelde in haar tas. 'Hier Klaas, een zaddoekie.' * 'Ik hou je in de gaten, vuile schmiecht.' Mijn moeder was in de keuken bezig met koken. Ik rook bloemkool en karbonaadjes. Ik lag in mijn kamer op de grond de Voetbal International te lezen. Mijn stiefvader stond naast me, ik keek tegen zijn sandalen aan. Ik keek omhoog. Ik zag zijn gebalde vuisten in zijn zij. Zijn geërgerde kop. Dat mondje. Hij siste nog even door. 'Stiekem rotjong. Je moeder ophitsen tegen mij hè. 'm Smeren als een dief in de nacht, samen met je moer. Flik dat niet nog een keer, Nelis. Dan trek ik je kop van je romp. Met dat stomme smoel van je.' Hij liep weer weg. Ik staarde even voor me uit. Schudde mijn hoofd als een hond die kletsnat uit een vijver was gekropen. Daarna zonk ik weer terug in het artikel over Haarlem, dat na de degradatie in de eerste divisie aan een sterk seizoen bezig was. Ik was de afgelopen weken al een paar keer in mijn eentje wezen kijken. Met de fiets van Aerdenhout naar Haarlem-noord op zaterdagavond of zondagmiddag. In het begin belandde ik nog in het altijd bijna lege oostvak, naderhand vaste prik op de West-side, onder het scorebrod, waar de fantiekste blauw-rode fans stonden en waar 90 minuten lang gezongen, gescandeerd, gejouwd, gejuicht en gefloten werd. Daar voelde ik me thuis. Mijn schoolvriendjes Jan en Theo stonden er ook altijd. Theo stotterde, maar tijdens het zingen van Haarlem-liederen verdween die handicap als sneeuw voor de zon. Maar als-ie in al zijn opwinding wat tegen de scheidsrechter of een Haarlem-speler wilde roepen, dan liep-ie gelijk weer helemaal vast. 'S-s-s-schop 'm-em-em-em-em neer g-g-g-godvrrr-redomme!' Voorstopper Piet Huyg was de grote favoriet van Theo. Piet Huyg stotterde ook. Daarnaast had hij een sportzaak in Haarlem-noord en ook nog een knappe dochter. Piet Huyg was Mister Haarlem voor de harde kern op de tribunes. Ikzelf was het meest gecharmeerd van de dartele spits Joop Böckling, die koket met de handjes wapperend door het vijandelijke strafschopgebied huppelde. Hij had sluik haar, een fijn snorretje, ondeugende ogen en hij droeg altijd witte enkelsokjes over zijn kousen. Volgens Jan en Theo duidden die sokjes en dat verwijfde gedoe met die handjes maar op één ding: Jopie Böckling was een ongelofelijke nicht. Ik vond zijn sokjes en kittige gebaartjes juist erg grappig, en besloot Joop nog feller dan ooit tevoren aan te moedigen. Ik begon zijn manier van bewegen in het veld bij Zandvoort'75 te imiteren. Het maakte me lichtvoetiger, wendbaarder, en sneller in de eerste meters. Jopie Böckling was mijn grote held. Op school rolde ik aardig door de brugklas. Mijn contact met de andere drie brugklassers van de Nicolaasschool was snel verwaterd. Ik sloot me aan bij een groep jongens die iedere pauze met een tennisbal voetbalde op een groot stenen veld. Met jassen werden doelpalen aangemerkt. Het ging er rauw aan toe. Er werden beuken uitgedeeld, hier en daar maakte een jongen een onbedoelde buikschuiver over de tegels en gilde het uit. Maar het ging vooral om het maken van doelpunten, die op uitzinnige wijze werden gevierd. De doelpuntenmaker spurtte van het stenen veld naar het aanperkende gras, alwaar hij voor zijn juichende medespelers uitvluchtte totdat eentje hem tackelde, waarna het hele team de gelukkige schutter op brute wijze besprong en bedolf. Zo ging dat op tv immers ook. Mijn lievelingsvakken waren Duits en Nederlands. Dat ging me het makkelijkst af. Gym vond ik ook leuk. Tenminste, als er gehonkbald of gevoetbald werd. Dat gedoe met paarden, ringen en rekken lag me een stuk minder. Ik had hoogtevrees en was bang om te vallen. Sancta Maria viel me reuze mee, het was hier veel leuker dan op die achterlijke Nicolaasschool. ****** (wordt vervolgd) ******

zondag 9 december 2012

Drie legendes

Op 23 november stond Abe van den Ban in het middelpunt van de belangstelling in het Haarlem-stadion (zie ook een eerder blog van mij), maar Abe was bepaalde niet de enige voetbalprominent die in het wild te zien was die dag. Voor mijn cameraatje zag ik een mooi onderonsje gaande tussen drie voormalige topspitsen, die alledrie een verleden hebben bij mijn cluppie Haarlem. Ik overwon mijn schroom en vroeg, van links naar rechts, Johnny Rep, Joop Böckling en Piet Keur om even naar het vogeltje te kijken. Mooi om te zien hoe verschillend ze zijn in hun uitstraling: de wat gekweld ogende Rep naast de ijdele good-looking Böckling, met naast hem weer de laconieke Keur. "Drie Haarlem-legendes op een rij! Dank jullie wel, mannen!" De heren voetbalgoden grijnsden woordloos terug. Achter mij snoof mijn trouwe Haarlem-maat JJ verontwaadigd. Hij was het er totaal niet mee eens dat ik de heer Rep tot de Haarlem-legendes waagde te rekenen. "Poe. Vijf wedstrijdjes voor Haarlem. Stelt niks voor!" Demonstratief kiekte JJ het duo Böckling-Keur, daarbij de tweevoudig WK-finalist Rep volstrekt negerend. Ja, jeetje... ergens heeft JJ wel gelijk. Na Böckling en Keur komt er natuurlijk een hele tijd niets voor de ware Haarlem-fan. Of, als we het even puur bij spitsen houden, het moet good old Piet van den Berg zijn. Maar ik ben er toch stiekem best trots op, dat de Man Met Het Gouden Pikkie het korenblauwe shirt van Haarlem ooit gedragen heeft! (foto: Rißmann)

In den ban van Abe

Slechts enkele weken nadat we met een heleboel Haarlem-suppoters, bloggers, journalisten en andere voetbalromantici de levende snor-legende Abe van den Ban in het zonnetje hebben gezet in het vervallen Haarlem-stadion, kan ik nog altijd maar nauwelijks bevatten dat ik Hem weer terug heb gezien, en dan ook nog wel In Het Echt... Abe van den Ban! Ik spreek van geluk dat ik Abe als jeugdige fan van de roodbroeken nog twee seizoenen heb zien schitteren op het middenveld van mijn Haarlemse favorieten. Voor dat schitteren moest je overigens wel oog hebben: Abe was geen man van spectaculaire pegels of omhalen, en ook al geen schopper of theatermaker. Veel meer was hij de strateeg die het middenrif met stille kracht controleerde, strooide met ragfijne steekballetjes, er op los stofzuigde alsof er niet al een Willy van de Kerkhof bestond, en continue in beweging leek te zijn. Ik smaakte zelfs het bijzondere genoegen, een doelpunt van de zelden scorende Abe live mee te mogen maken:in de thuiswedstrijd tegen Helmond Sport op 3 september 1980. Het werd die dag uiteindelijk 3-1 voor mijn helden, en naast Abe troffen ook Ruud Gullit en Jopie Böckling doel. Ik herinner mij de goal van Abe als zodanig eerlijk gezegd niet meer - wel zie ik nog scherp voor me hoe hij als een magneet een kluit jubelende teamgenoten naar zich toe leek te zuigen. Volgens mij was de hele ploeg hartstikke blij dat de ultieme teamspeler Abe er eindelijk zelf ook weer eens eentje had mogen maken! Ruim dertig jaar later lijkt Abe van den Ban zowel gevleid alsook verbaasd over zoveel aandacht en verering voor zijn persoontje. Herhaaldelijk wordt verwezen naar zijn legendarische snor, die hem inderdaad een ongekende beroemheid heeft bezorgd in de voetbalwereld, tot zelfs heel ver over onze grenzen. Ook ik viel als voetbalplaatjes sparend jochie als een blok voor zijn betoverende looks, maar zeker ook vereerde ik Abe van den Ban voor zijn lepe spel en zijn grote opofferingsgezindheid. De eer van een hele middag rondom Abe kwam hem volledig toe, en ik genoot van het plezier dat hij er in had. Ik was te bleu om Abe om een handtekening te durven vragen, maar wat geheel onverwacht wél lukte, was een klein eerbetoon brengen aan de maestro, toen de eerste vraag werd gesteld in een quiz over de carrière van Abe. De quizmasters daagden de eivolle kantine van Haarlem uit, zoveel mogelijk spelers op te noemen, waarmee Abe in zijn profloopbaan samen had gespeeld. Geroezemoes alom, maar niemand riep een getal. Dan ik maar, dacht ik, en in een flits woog ik de keuze tussen twintig of dertig brullen. Allebei geen probleem voor me, twintig of dertig oud-ploeggenoten van Abe, maar ik besloot bescheiden eerst tot: "Twintig!" Het geroezemoes sloeg om in een soort "Oooeeehhh...", dat kan opstijgen als iemand in een geanimeerd gezelschap wat gewaagds roept. Gewaagd dus, was het blijkbaar volgens deze kantine vol voetbalbollebozen - niemand durfde een tegenbod uit te brengen. " Nou, kom maar naar voren meneer", gebaarde de geamuseerde quizmaster, en zo stond ik daar ineens pardoes vooraan, vlakbij Abe Himself, die ging beoordelen of ik twintig juiste oude voetbalmaten van hem op ging sommen. Tot merkbare verbazing van Abe lepelde ik de ene na de andere juiste naam op uit zijn jaren bij FC Amsterdam en Haarlem, toebehorend aan veelal vergeten idolen als Theo Cornwall, Frits Flinkevleugel, Eef Melgers en Paul de Jong. Lekker langzaam als Zwarte Kip drupten de namen uit mijn stalen voetbalgeheugen, en onder luide jubel bereikte ik de beloofde twintig. Ik glunderde, blij dat ik Abe had kunnen tonen hoe goed ik opgelet had tijdens zijn fraaie loopbaan. Maar ook omdat nu eindelijk eens bewezen was, dat al die nutteloze voetbalkennis in mij bij nader inzien tóch heel nuttig wezen kon! (met dank aan Jan-Jaap van den Berg voor het checken van de juiste data van Haarlem - Helmond Sport)