dinsdag 8 januari 2013
Ik wil contact
Ik kom intussen met enige regelmaat bij NEC kijken en het is opvallend hoe snel je de vaste patronen rond zo’n wedstrijd in je systeem opneemt. Ik ben er deze keer met het gezellige ADO-span Iwan en Inge, ware voetbalgenieters die ook graag eens een wedstrijdvorkje buiten de eigen Haagse deur meeprikken. Ik neem ze bij de hand rondom en in de Goffert. Vooraf even mijn goede contact bij de viskraam showen, vervolgens naar het piepkleine fanshopje, en dan kalmpjes door naar vak Z. Alsof ik daar al decennia lang mijn eigen kuipstoeltje heb. Geroutineerd wijs ik waar de fanatieke aanhang zit, en vraag ik vooraf alvast aandacht voor het vaste slotlied van de pauze: Al mot ik krupe, dat traditioneel wordt uitgezongen door de fans, als de plaat allang gestorven is. Lekker gevoel is dat, gastheer zijn in een stadion dat je zelf nog niet eens zo heel lang geleden zelf nog moest ontdekken.
We zien een vrolijke pot voetbal, het spel golft op en neer en Melvin Platje steelt op koddige wijze een doelpunt van Utrecht-goalie Robbin Ruiter, die net als een week eerder Piet Velthuizen even niet goed uit zijn doppen kijkt. Het is zo’n moment waarvan je nu al zeker weet dat die het jaaroverzicht van de Eredivisie zal gaan halen. Leuk – dat je kunt zeggen: ja ja mensen, daar was ik bij hoor. En we zaten precies achter dat doel waar het gebeurde, ook dat nog.
In het herentoilet, als ik me tegen de plaswand te buiten ga, valt me vandaag voor het eerst op dat fijne watersproeiertjes op borsthoogte niet alleen zorgen voor constante bewatering van de plaswand, maar ook voor vernevelde luchtstroompjes met een geurmengeling van fris water en klef mannenvlees. Een barre sensatie. Ik voel dat ik een vies gezicht trek. Moderne techniek is lang niet alles, gadverdamme nee!
******************** Enkele weekenden later ga ik op cadeautjesjacht voor Kerstmis, en pak mij stevig in met onder meer mijn NEC-sjawl. Dat doe ik al dit hele najaar. Voelt goed. Beetje binding met de omgeving. En: komt goed aan.
Ik fiets eerst naar het winkelpleintje bij ons in de buurt, voor een paar kleine aankopen. Daar loop ik pardoes die goeie lieverd van een visvrouw tegen het lijf – naast hun visstand bij het stadion hebben ze hier op het pleintje hun reguliere viswinkel. “Acccchhh Jeroen..!”, brengt ze met haar zachte G zoemend warm uit. Ik ben niet minder enthousiast haar weer te zien.
“Kom je v`naovond nog ne NEC, ze motte tege PSV?”, vraagt ze, koppie schuin.
“Nee... we krijgen bezoek...”
“Ach, jammer... wel laot hoor, ze beginne pas um kwart veur nege... is veur ons eige`lijk geen doen joh... wat motte wij nou doen, al die ure wachte, as de winkel dich is, to`dat et bij het stadion es begint... wel zwaor hoor, Jeroen...”
Het lijkt mij ook zwaar, en ik heb alle respect voor haar en haar man, keiharde viswerkers van dik in de zestig, en dat altijd met een gulle lach op hun snuit. Ik wens haar sterkte, en als altijd vooral ook: een goede omzet.
Vanaf het pleintje zoef ik naar het centrum, waar ik onder meer voor de taak sta een paar erg moeilijke geschenken voor mijn schoonvader te bemachtigen. Vooral zijn vage wens “chique sjawl, geen das, passend bij bleu” baart mij grote kommer.
Eerst echter naar good old V&D, alwaar ik op de damesafdeling hoop te slagen voor wat wij in huiselijke kring een Isabell Schmidt-mutsje noemen: een modieus omgedraaid smurf-hoofddekseltje. Na enig stuurloos gedraal begeef ik mij naar de klantenservice waar een kloeke schone blonde dame van rond de veertig mij hartelijk begroet, zich over haar toonbank buigt en zonder waarschuwen even zachtjes doch kordaat aan de uiteinden mijn slajwtje trekt.
”Ik hoop wel dat ze vanavond winnen hoor, meneer... anders zit ik de rest van het weekend met twee straalchagrijnige mannen thuis...”
Ze lacht haar tanden bloot en vraagt waarmee ze mij van dienst kan zijn. (Nou... even dwalen mijn gedachten af naar die twee knorrepotten bij haar thuis... kan mij daar werkelijk niets bij voorstellen...). Dan gaat het, op aanwijzingen van de struise blonde schoonheid met hart voor NEC-mannen, verder op mutsjesjacht – de assecoiresafdeling biedt soelaas. Ik ben blij: gescoord!
Dan komt de kwestie-sjawl-bij-bleu aan de orde. Ik dool wat door de C&A, zucht door de HEMA en moet dan langzamerhand toch wel dringend pissen. De H&M is daarom mijn laatste hoop voor knappen. Bij de herenafdeling begint het al goed als de jongedame achter de kassa blij zegt, blikkend op mijn NEC-sjawl: “Ha, goed volk!”
Minder goed komen we eruit als het gaat om de sjawl waar schoonpaps zo naar langt.
“Ik haal er even mijn mannelijke collega bij, meneer, die weet wel raad.”
En of haar mannelijke collega dat weet – als hij in mij zijn gelijke gespiegeld ziet als toegewijd NEC-fan, geeft hij alles voor de juiste match met bleu.
Tussendoor bezingt hij zijn liefde voor zijn Nijmeegse club, die hij als jochie nog heeft zien degraderen naar Eerste Divisie - een echte hardliner dus – en die hij altijd intens lief heeft gehad, en nog altijd trouw bezoekt bij iedere thuiswedstrijd.
“Ik begrijp er niks van man... ze staan gewoon keurig zevende, en iedereen maar zeiken nu we een keer bij RKC verliezen... alsof dat zo’n schande is...”
Hij heeft helemaal gelijk, mijn fijne verkoper, die mij op nonchalante wijze raak naar een grijze nichtensjawl leidt die perfect past bij het bleu waar mijn schoonvader zo om verlegen zit.
Dit is een hele echte fan, en kenner ook, die niet geleid wordt door de waan van de dag, en donders goed weet dat je in je handjes moet klappen van plezier als je zevende staat met NEC.
Hij zwaait me uit, met in zijn ogen al de wedstrijdspanning van straks.
“Tot straks man!”, sist hij me toe, en balt een vuistje.
Ik durf niet te zeggen dat ik niet kan omdat wij bezoek krijgen. Ik bal een vuistje terug. Boks!
Dan stap ik op mijn fiets, voorzichtig met mij knalvolle blaas, en vang te trappen aan. Murmel flarden van opper-Nijmegenaar Frank Boeijen: Ik wil contact... tussen jou en mij... ik wil contact... laten we eerlijk zijn...
Gewoon een NEC-sjawl omdoen in Nijmegen, Frank, dan komt dat wel goed. ****************** NEC – FC Utrecht, 24 november 2012: 2-0 (2-0), Eredivisie. Toeschouwers: 12.350
Labels:
FC Utrecht,
Frank Boeijen,
Isabell Schmidt,
NEC,
Robbin Ruiter
zondag 9 december 2012
Drie legendes
Op 23 november stond Abe van den Ban in het middelpunt van de belangstelling in het Haarlem-stadion (zie ook een eerder blog van mij), maar Abe was bepaalde niet de enige voetbalprominent die in het wild te zien was die dag.
Voor mijn cameraatje zag ik een mooi onderonsje gaande tussen drie voormalige topspitsen, die alledrie een verleden hebben bij mijn cluppie Haarlem.
Ik overwon mijn schroom en vroeg, van links naar rechts, Johnny Rep, Joop Böckling en Piet Keur om even naar het vogeltje te kijken.
Mooi om te zien hoe verschillend ze zijn in hun uitstraling: de wat gekweld ogende Rep naast de ijdele good-looking Böckling, met naast hem weer de laconieke Keur.
"Drie Haarlem-legendes op een rij! Dank jullie wel, mannen!"
De heren voetbalgoden grijnsden woordloos terug.
Achter mij snoof mijn trouwe Haarlem-maat JJ verontwaadigd. Hij was het er totaal niet mee eens dat ik de heer Rep tot de Haarlem-legendes waagde te rekenen.
"Poe. Vijf wedstrijdjes voor Haarlem. Stelt niks voor!"
Demonstratief kiekte JJ het duo Böckling-Keur, daarbij de tweevoudig WK-finalist Rep volstrekt negerend.
Ja, jeetje... ergens heeft JJ wel gelijk.
Na Böckling en Keur komt er natuurlijk een hele tijd niets voor de ware Haarlem-fan. Of, als we het even puur bij spitsen houden, het moet good old Piet van den Berg zijn.
Maar ik ben er toch stiekem best trots op, dat de Man Met Het Gouden Pikkie het korenblauwe shirt van Haarlem ooit gedragen heeft!
(foto: Rißmann)
Labels:
Abe van den Ban,
Haarlem,
HFC Haarlem,
Johnny Rep,
Joop Böckling,
Piet Keur
In den ban van Abe
Slechts enkele weken nadat we met een heleboel Haarlem-suppoters, bloggers, journalisten en andere voetbalromantici de levende snor-legende Abe van den Ban in het zonnetje hebben gezet in het vervallen Haarlem-stadion, kan ik nog altijd maar nauwelijks bevatten dat ik Hem weer terug heb gezien, en dan ook nog wel In Het Echt... Abe van den Ban!
Ik spreek van geluk dat ik Abe als jeugdige fan van de roodbroeken nog twee seizoenen heb zien schitteren op het middenveld van mijn Haarlemse favorieten. Voor dat schitteren moest je overigens wel oog hebben: Abe was geen man van spectaculaire pegels of omhalen, en ook al geen schopper of theatermaker. Veel meer was hij de strateeg die het middenrif met stille kracht controleerde, strooide met ragfijne steekballetjes, er op los stofzuigde alsof er niet al een Willy van de Kerkhof bestond, en continue in beweging leek te zijn.
Ik smaakte zelfs het bijzondere genoegen, een doelpunt van de zelden scorende Abe live mee te mogen maken:in de thuiswedstrijd tegen Helmond Sport op 3 september 1980. Het werd die dag uiteindelijk 3-1 voor mijn helden, en naast Abe troffen ook Ruud Gullit en Jopie Böckling doel.
Ik herinner mij de goal van Abe als zodanig eerlijk gezegd niet meer - wel zie ik nog scherp voor me hoe hij als een magneet een kluit jubelende teamgenoten naar zich toe leek te zuigen. Volgens mij was de hele ploeg hartstikke blij dat de ultieme teamspeler Abe er eindelijk zelf ook weer eens eentje had mogen maken!
Ruim dertig jaar later lijkt Abe van den Ban zowel gevleid alsook verbaasd over zoveel aandacht en verering voor zijn persoontje. Herhaaldelijk wordt verwezen naar zijn legendarische snor, die hem inderdaad een ongekende beroemheid heeft bezorgd in de voetbalwereld, tot zelfs heel ver over onze grenzen.
Ook ik viel als voetbalplaatjes sparend jochie als een blok voor zijn betoverende looks, maar zeker ook vereerde ik Abe van den Ban voor zijn lepe spel en zijn grote opofferingsgezindheid.
De eer van een hele middag rondom Abe kwam hem volledig toe, en ik genoot van het plezier dat hij er in had.
Ik was te bleu om Abe om een handtekening te durven vragen, maar wat geheel onverwacht wél lukte, was een klein eerbetoon brengen aan de maestro, toen de eerste vraag werd gesteld in een quiz over de carrière van Abe.
De quizmasters daagden de eivolle kantine van Haarlem uit, zoveel mogelijk spelers op te noemen, waarmee Abe in zijn profloopbaan samen had gespeeld.
Geroezemoes alom, maar niemand riep een getal. Dan ik maar, dacht ik, en in een flits woog ik de keuze tussen twintig of dertig brullen. Allebei geen probleem voor me, twintig of dertig oud-ploeggenoten van Abe, maar ik besloot bescheiden eerst tot: "Twintig!"
Het geroezemoes sloeg om in een soort "Oooeeehhh...", dat kan opstijgen als iemand in een geanimeerd gezelschap wat gewaagds roept. Gewaagd dus, was het blijkbaar volgens deze kantine vol voetbalbollebozen - niemand durfde een tegenbod uit te brengen.
" Nou, kom maar naar voren meneer", gebaarde de geamuseerde quizmaster, en zo stond ik daar ineens pardoes vooraan, vlakbij Abe Himself, die ging beoordelen of ik twintig juiste oude voetbalmaten van hem op ging sommen.
Tot merkbare verbazing van Abe lepelde ik de ene na de andere juiste naam op uit zijn jaren bij FC Amsterdam en Haarlem, toebehorend aan veelal vergeten idolen als Theo Cornwall, Frits Flinkevleugel, Eef Melgers en Paul de Jong.
Lekker langzaam als Zwarte Kip drupten de namen uit mijn stalen voetbalgeheugen, en onder luide jubel bereikte ik de beloofde twintig.
Ik glunderde, blij dat ik Abe had kunnen tonen hoe goed ik opgelet had tijdens zijn fraaie loopbaan. Maar ook omdat nu eindelijk eens bewezen was, dat al die nutteloze voetbalkennis in mij bij nader inzien tóch heel nuttig wezen kon!
(met dank aan Jan-Jaap van den Berg voor het checken van de juiste data van Haarlem - Helmond Sport)
Amsterdam huilt

Het gebeurt niet zo vaak, dat ik in de ArenA kom, maar áls ik er ben dan is het in de regel ook wel gelijk feest. Twee seizoenen terug heeft mijn trouwe vriendin Véronique mij gevraagd om als chaperon van haar dochter Karin mee te gaan naar de kansloze missie van Ajax tegen Real Madrid, en ik wilde dat lieve kind natuurlijk niet teleurstellen. Jongens, wat heb ik die avond zitten smullen van het swingende combo uit Madrid, en dan met name van de zo vaak verguisde Christiano Ronaldo. Kuifje uit Portugal verblufte mij met zijn explosieve sprints, waarmee hij de Mokumse tegenstanders als een raket rap meters achter zich liet. Nog betoverender was mijn kersverse idool als hij even met zijn heupen schudde: niet alleen leidde dat tot opgewonden gekir van Karin naast mij (naast Ajax-adept is ze ook heel dol op meneer Ronaldo) - ook onder de Ajacieden op het veld ontstond grote verwarring alom. Vooral die ene keer: Ronaldo stond stil, voetje op de bal. Dan: een flits vanuit de heupen, in stilstand. Twee Aacieden vallen verbijsterd achterover in het gras, terwijl de andere twee gezwind naar links en rechts wegspurten, in de kennelijke veronderstelling dat Ronaldo die kant op zal gaan. De kunstenaar maakt echter nog een fractie van een seconde roerloos pas op de plaats, om daarna simpelweg kaarsrecht door te steken, richting het Amsterdamse doel. Bovenmenselijk. Het werd die avond 0-4, Real deed het kalmpjes aan en pakte ook nog expres twee rode kaarten om onbelast de kwartfinales in te gaan. Ik zag het nonchalante machtvertoon van de Spaanse tovenaars aan, met naast mij een huilende Karin, verdrietig zwaaiend met haar Ajax-vlaggetje. Zoiets vergeet ik nooit meer. Twee jaar nadien was het nu op initiatief van mijn manager Toon, dat ik weer eens naar de hoofdstad toog voor een pittig potje in de Europacup. Het ging deze avond tegen de Duitse kampioen Borussia Dortmund, de BVB zogezegd, onder leiding van de door mij intens aanbeden wondertrainer Jürgen Klopp. Er was op voorhand alle reden om de schitterende BVB-voetbalmachine te vrezen, maar vooruit: Ajax stond er in de poule eigenlijk best aardig voor en speelde bovendien thuis. Het enthousiasme van Toon, die blaakte van goede zin en gezonde wedstrijdzenuwen, werkte aanstekelijk - ik raakte helemaal met hem mee in de ban terwijl we op de grauwe en sfeerloze ArenA Boulevard tevergeefs zochten naar een plekje waar we even konden neerstrijken om een hapje te eten. Een uurtje rondslenteren later was het dan zo ver: André Rieu dirigeerde een vrolijk potje vendelzwaaien op de tribunes, en weldra werd er afgetrapt. Spijtig voor Toon en al die andere Ajacieden om ons heen: alle opwinding werd al vlot in de wedstrijd de nek omgedraaid door de lustig en rustig tikkende mannen van maestro Klopp, die zoals te doen gebruikelijk als een dolleman stond te wijzen, wegwerpgebaren maken en woest gesticuleren richting allerhande officials. We konden hem goed volgen, de imposante vlerk in zijn coachvak, bijna recht voor ons. Het was een genot om te zien hoe scherp Kloppie bleef, ook nadat zijn pupillen de 0-3 er al in hadden gevoetbald. Hij blééf ze maar opjutten en bij de les houden. En terecht, als je het mij vraagt, want valt de 1-3 dan kan het nog zomaar eens gaan spoken in het Pannenkoekenhuis... Kortom: wat een fantastische fanaat, Jürgen Klopp. Pas nadat het ver na rust 0-4 was geworden, en daarmee het gevaar kennelijk definitief geweken, zeeg Klopp genoeglijk neer op de bank. Terwijl het Ajax-publiek haar verwende reputatie waarmaakte door vanaf de 0-3 massaal haar club in de steek te laten en mokkend het stadion uit te benen, bleef Toon naast mij doorzetten met vlammende aanmoedigingen voor zijn geliefde Godenzonen, hierbij geestdriftig klappend en opzwepende kreten en gebaren ten beste gevend. Hij werd er toch nog een beetje voor beloond, met een late eretreffer van Danny Hoesen. Toon glunderde ervan. Zoiets zie ik graag, oprechte en volledige toewijding voor een club - dat geeft de voetbalburger moed. Na afloop zwaaide Toon af in een stemming van goedmoedige teleurstelling - de ware fan. Ikzelf boog de andere kant op, via de ArenA Boulevard naar station Bijlmer, wadend door een deprimerende zee aan herfstbladeren, verroerd met weggesmeten plastic, glas en etensresten. Amsterdam huilde. Ajax - Borussia Dortmund, 21 november 2012: 1-4 (0-3), Champions League (groepsfase). Toeschouwers: 48.913 ****** (tekening Jürgen Klopp: Rißmann)
Labels:
Ajax,
ArenA,
Borussia Dortmund,
BVB,
Champions League,
Christiano Ronaldo,
Jürgen Klopp
der Kommerz
Adje had me zo halfjes nog wel gevraagd of ik met hem mee wilde naar de friendly Nederland-Duitsland, maar ondanks dit aantrekkelijke affiche besloot ik toch maar te passen - Bruin kan het niet allemáál trekken tenslotte.
Wel een heerlijk makkelijk voetbaluitje voor Adje, zo bedacht ik me, want hij kon ontspannen op de fiets naar het stadion - de ArenA, die wij onderling overigens liever de Hamburgertent of het Pannenkoekenhuis noemen.
Voor de buis zat ik natuurlijk wel, want het is en blijft een heuse klassieker, als Nederland en Duitsland elkaar treffen.
Het werd een poepsaaie pot en daarmee een lange en moeilijke zit. En zo verloor ik mij al snel in bijzaken - iets wat mij toch al vlug gebeurt als ik voetbal kijk.
Naast de leuke bijzaak dat Kenneth Vermeer eindelijk en terecht debuteerde in Oranje (prachtig, dat gespannen koppie bij het volkslied), viel mijn oog al snel op de opmerkelijke aard van de wervende uitingen op de electronische reclame-borden. Want: daar zag ik een eindeloze stroom aan op Duitsland gerichte Werbung voorbij komen zeilen: Commerzbank, Bitburger, Würth, TV Movie, Engelbert Strauss, Fischer, Bauhaus, Mein Paket.de.
Dat is toch wel even slikken: Duitsland loopt niet alleen in het voetbal stelselmatig ver op ons voor - ook als het om ´ons´ terrein van de handel gaat, lopen ze ons tegenwoordig dus onder de voet.
Laten we maar snel een provincie van Duitsland worden, denk ik bekommerd, terwijl ik de buis uitdoe en bedrukt ter kooi ga.
zondag 4 november 2012
flessendiefstal Auf Schalke
In Duitsland is het een bekend verschijnsel: fans nemen graag een indrinkbiertje mee in bus, metro of tram, op weg naar het stadion. Je lege fles kun je vervolgens op iedere hoek van het stadionterrein kwijt aan gepensioneerden, werklozen en andere nooddruftigen, die het glaswerk gretig inzamelen om aldus een leuk centje aan statiegeld bijeen te scharen.
Zo ook op deze dinsdagavond in Gelsenkirchen, waar ik op de gezellige boulevard langs de oostzijde van de Veltins Arena wacht op Peter, die wat vertraging heeft opgelopen en pakweg drie kwartier later dan mij zal aankomen.
Ik zoek een wat hoger gelegen plekje op, waar ik als een adelaar de boel kan overzien. Een prachtig gezicht: vrolijk koutende fans sjokken langs, iets verderop valt te zien hoe geordend het toegaat op een parkeerterrein, dat zich volgens een voorgegeven structuur gestaag vult met dinky toys.
Het krioelt nogal van de flessenverzamelaars, zo merk ik – hun bedrijvigheid is hier, dicht bij de toegangspoorten, duchtig te noemen. Opvallend is het grote verschil in aanpak van de statiegeldjagers: ik zie scharrelaars met slechts een enkel gewoon plastic tasje, meer hebberigen met twee of drie zwaardere boodschappentassen, en als uitschieter een groot denkende man met twee winkelwagentjes plus op enkele andere strategische plekken (bij vuilnisbakken) opengestelde boodschappentassen. De forsgebouwde man beent kordaat op bierdrinkers af, die hij niet zelden sommeert om vlot hun fles leeg te drinken, zodat hij die in kan nemen. Dat doen de meesten braaf, en ondertussen zetten vele anderen hun lege hulsels uit eigen beweging in zijn karretjes of tassen. Want Duitsers vormen een relatief milieubewust volkje, dat het fijn vindt als afval netjes wordt gerecycled.
Zoals dat ook is met verkopers van straatkranten, de brutaalsten krijgen de meeste omzet, zo is dat ook met deze doortastende bolle heer. Ik vraag mij een tikje bezorgd af hoe hij zijn enorme glasberg straks af wil voeren. Hijzelf lijkt daar niet mee te zitten: ijverig gaat hij van karretje naar tas, van tas naar volgende tas, dan weer af op passerende leveranciers. Tussendoor kijkt hij vorsend in iedere afvalbak die hier in de buurt staat, roert door de zooi daarin en trekt er af en toe een zojuist gedropt flesje uit.
De concurrentie slaapt echter niet: ze sluipt kruislings tussen zijn looplijnen door. Schuchter loeren ze op de restprooien die de overheersende grootverdiener over het hoofd ziet. Het is bij vlagen ontluisterend wat ik zie. Het ene moment werpt een supporter een volgetoeterd servet of zakdoekje in een prullenkorf – het volgende moment komt de ene na de andere gegadigde gluren en graaien in al die vieze prut, hopend op een 33-centilitertje van 8 cent inruilwaarde. Met je handen vol snot en mayo naar huis, en dat voor soms maar een schamel eurootje vangst in totaal – ik vind het gewoon verdrietig.
Iets minder treurig, want bijna zwarte humor, is wat ik plots de enige vrouw onder de jagers zie doen. Deze bejaarde dame, die er met haar glimmende oorbellen eigenlijk helemaal niet zo armoedig uitziet, heeft het lange tijd zwaar met oogsten. Telkens komt ze nét te laat, haar tasje bevat hooguit enkele glaswerkjes en klingelt nauwelijks. Maar dan komt het: ze staart de verbeten rondcirkelende dikkerd een tijdje na, en als hij met zijn rug naar haar heel kort in gesprek raakt met wat Schalke-liefhebbers, slaat ze toe: twee flessen joept ze kordaat uit één van zijn goedgevulde tassen. Ik lach stilletjes. Ik vind het wel mooi. Goed zo, moedertje.
Dan stommelt ze weer verder, van bak naar bak. En Dikkie Dik, die heeft er niets van gemerkt. ***
FC Schalke 04 – SV Sandhausen, 30 oktober 2012: 3-0 (1-0), 2. Hauptrunde DFB-Pokal. Toeschouwers: 52.970.
Labels:
Auf Schalke,
DFB-Pokal,
FC Schalke 04,
SV Sandhausen
voetbal-ramptoerisme
We zijn in de afgelopen jaren al heel wat weekendjes samen op pad geweest. Heus wel eens wat ongemak, stress en bange momenten beleefd. Maar zo zout als nu hebben we het nog niet eerder gegeten.
Adje, Peter en ik vertrekken vrijdagochtend vroeg in de vurige bolide van mijn liefste richting Augsburg. Zoals altijd moet ik nogal aandringen bij de heertjes om te gaan rijden op een schema met ruime speling. Zij hebben standaard en blind vertrouwen in de aangegeven tomtomreistijd plus pakweg een uurtje of anderhalf voor plassen, sigaretje en tanken – ik weet daarentegen dat het natuurlijk never nooit lukt met zo’n krappe speling. Streng beveel ik tot afvaart met vier uur extra berekend, wat conform verwachting leidt tot stuurs gemopper en gesputter – ik druk mijn wil echter even vaderlijk als dwingend door.
Weliswaar lopen we op de lange route naar Beieren links en rechts wat versukkeling op met Baustellen en een beetje Stau – twee uur voor de aftrap zijn we het stadion tot mijn opluchting echter al genaderd tot zeven kilometer. Mijn kompanen zien maar weer eens bewezen dat ik mij niet zo aan moet stellen met die belachelijk vroege vertrektijden. Maar vooruit, nu we toch zo tijdig aan komen rollen, zo bepleit Peter, kunnen we deze ‘zee van tijd’ prima besteden aan een smikkelstopje bij de lokale McDonald’s. Als aanhanger van zekerheid voor alles zou ik persoonlijk liever voortkarren naar het stadion om aldaar in alle rust een Bradwurst naar binnen te drukken. Maar allez, ik wil niet flauw zijn, en geef Peter zijn zin.
Na een krap halfuurtje dribbel ik fluks weer naar onze slee, duw de talmende Adje en Peter er zo vlug mogelijk in, en broem voort richting de voetbaltempel die befaamd is vanwege haar fans, die bekend staan als de luidste en fanatiekste van de gehele 1. Bundesliga.
En dan begint het gedonder.
Op het laatste stukje snelweg loopt de boel richting afslag parkeerplaatsen stadion, anderhalf voor aanvang, al danig vast. Ik voel een bui hangen en mijn hartslag oplopen. Naast en achter mij het gekende zorgeloze gekeuvel van Peter en Adje, die ook nu nog hun onverwoestbaar geloof in alle-tijd-der-wereld doorleven. Langzamer en langzamer druppelen de auto’s vol supporters richting de SGL Arena, die wij na een minuut of twintig ver weg midden in de pampa zien liggen.
“Het lijkt AZ wel”, roepen wij in koor – dat stadion doemt vrijwel identiek op zoals je die in Alkmaar nadert.
Maar: helaas blijkt niet alleen deze skyline sterk op die in Alkmaar – ook de infrastructuur is net zo’n groot drama als die in de kaasstad. Twee behoorlijk nieuwe stadions, gebouwd met alle kennis en inzichten van deze jonge eeuw, aan de rand van de stad – aan alles gedacht, behalve dat je er ook moet kunnen kómen met je bolide.
Door een eindeloze, flinterdunne trechter worden we geleid naar de parkeerplaatsen bij het stadion. De tijd tikt door onze vingers weg. Nog iets meer dan veertig minuten. Ik word bloednerveus, mijn bijrijders gaandeweg pislink. Stroperig stroeven we metertje na meterje dichter naar de weilanden vol blik, waarbij we het stadion eerst heel dicht naderen om er dan weer almaar verder vanaf te geraken. Dan, plots, komt er vaart in: stewards maken de bekende wilde gebaren van `doorrijden, doorrijden!`, ik zie daarbij hoe ze in hun vrije hand parkeertickets klemmen maar schrik me een hoedje als blijkt dat we gewoon keihard van de weilanden worden weggestuurd omdat het daar... vól staat!
Wat een chaos om ons heen – nog ettelijke honderden andere auto´s zijn eerst door paadjes en steegjes hiernaartoe gedirigeerd, om vervolgens botweg heengezonden te worden. Agenten en stewards hebben geen andere tips paraat dan “Weg hier, weg!” en onze hele Seat schudt en trilt van de woede.
Speurend naar verlossing passeren we het gigantisch grote bedrijfsterrein van Fujitsu, dat hermetisch blijkt te zijn afgesloten ofschoon er daar onafzienbaar veel lege parkeervakken naar ons lonken. Dreigende kleerkasten zijn neergezet bij de met kettingen vergrendelde inritten. We stellen vast dat Fujitsu en FC Augsburg bepaald geen vrienden van elkaar zijn, want anders valt het niet te verklaren dat Fujitsu geen centje extra wil verdienen aan parkerende fans, en in tegenstelling daartoe zelfs investeert in agressieve uitzendkrachten om ons liefhebbers ostentatief dwars te zitten.
Ver van het lokkende stadion drukken wij ons verhikel op een grasveld tussen een massagesalon en een onduidelijk pand met neonblauwe verlichting. Opgewonden dravend en grommend gaat het nu richting SGL Arena, dwars over het terrein van het instant diep gehate Fujitsu, dat van diverse mede-gedupeerden een koekje van eigen deeg krijg doordat er vol overgave tegen ingangsdeuren en in plantenbakken wordt geplast. Dat krijg je eran, als je zó ongastvrij wilt zijn.
Verbeten spreken wij af géén sjawl van de thuisclub te kopen, en ook de catering krijgt vandaag geen ene Pfennig van ons.
Veertig seconden na het eerste fluitsignaal zijgen wij paf op onze plaatsen en zijn we na alle doorstane toestanden van de weeromstuit en bloque voor HSV, met onze eigen Raffie, die vandaag uit zal blinken – dat blijkt wel uit het feit dat hij onafgebroken wordt uitgefloten door het thuispubliek.
Het wordt een leuke wedstrijd hoor, vooral de eerste helft, daar niet van. Maar gastheer FC Augsburg mag zich vanaf nu rekenen tot de door ons meest gehate clubs – in Duitsland alleen maar overtroffen door FC Bayern München.
*** ’s Anderendaags speel ik voor wekker – Adje en Peter hebben de hunne zoals gewoonlijk niet gehoord. “Ik heb ‘m toch echt gezet... kijk maar...”, pruttelt een slaapdronken Peter, “maar hij is niet afgegaan... dat is gek...”
Inderdaad, heel gek, maar er is geen tijd te verliezen. Martin komt rond twaalven per trein aan in Stuttgart, waar we de Kickers gaan bezoeken, en vanuit ons motel in München is het toch nog even dik twee uur tuffen die kant op.
We liggen nog volledig op planning als Martin eerst meldt dat hij in Stuttgart in aangekomen, en dan dat hij met de S-Bahn bij het stadion is gearriveerd: “Jullie hoeven je niet te haasten, de wedstrijd is afgelast. Er is sneeuw gevallen in de stad, en best veel ook.”
Op het nagenoeg verlaten parkeerterrein van de Kickers, bij het door de sneeuw wintersprookjesachtige stadion, zien we Martin met zijn koddige mutsje op staan treuren. De Kickers hebben geen veldverwarming, en kennelijk loopt het ook geen storm met vrijwilligers die een sneeuwschep willen hanteren. En dan wordt het gelijk maar afgelast hier in Duitsland! Daar begrijpen wij geen biet van.
Hunkerend dralen wij een rondje om het stadion, gluren door de hekken, en staan een woendende fan te woord, al vroeg op de dag over zijn theewater: “Dit pikken we toch niet, mannen? Kom, we gaan naar de stad, verzamelen daar, en dan komen we terug om het bestuur een lesje te leren!” Martin sust en bemiddelt, en uiteindelijk hoeven we toch niet met de kwade hardliner mee de stad in.
*** Het slotstuk, of misschien moet ik wel zeggen de slotstukken, hopen wij op zondag in München zelf te mogen aanschouwen: een fijne Bundesliga-kraker van de dames van Bayern tegen die van Gütersloh. Onze bange harten vrezen echter de sneeuw, en ja hoor: ook hier een afgelasting. Peter, van ons vieren traditioneel veruit het handigst in soepele omgang met dames, spreekt onbevreesd één van de voetbalsters aan die in trainingspak rondlopen op het terrein. Het blijkt een speelster te zijn van Bayern´s tweede elftal, en ze is direct bereid om voor Peter te gaan informeren of de wedstrijd van de het eerste wel of niet door zal gaan. “Sorry, het veld is door de scheidsrechter afgekeurd.”
Van de vier huilende mannen in onze huiswaarts zoemende auto is Martin natuurlijk de allerzieligste: helemaal met de trein naar Stuttgart gekomen om dan twee keer een afgelasting cadeau te krijgen...
FC Augsburg – Hamburger SV, 26 oktober 2012: 0-2 (0-1), 1. Bundesliga. Toeschouwers: 30.660 ***
SV Stuttgarter Kickers – SpVgg Unterhaching, 27 oktober 2012: afgelast, 3. Liga ***
FC Bayern München – FSV Gütersloh 2009, 28 oktober 2012: afgelast, 1. Frauen Bundesliga
Abonneren op:
Posts (Atom)








