zaterdag 1 juni 2013

De bomen schudden nee (deel 1 van 60)

'Dit is ome Klaas, hij komt bij ons wonen.' Mijn moeder keek me verwachtingsvol aan. Ze stond halverwege de woonkamer, links van de bijzettafel. Mijn kleine, nerveuze moeder. Met haar mond open van opwinding. In haar groene jurk met paarse bloemen. Ze wreef haar handen, gebaarde naar de vreemde man die bij ons op de bank zat. Ome Klaas. Komt bij ons wonen. Verbouwereerd nam ik onze nieuwe huisgenoot in mij op. Zelfverzekerde, felle grijze ogen keken me priemend aan. Hij grijnsde naar me. Vastberaden mond, samengetrokken lippen. Ome Klaas had sluik grijs haar en was boven op zijn hoofd al aardig kaal aan het worden. Verder vielen zijn nogal uitstaande oren op. Naast zijn rechter slaap zat een ding dat het midden hield tussen een uit de hand gelopen moedervlek en wild vlees. Op de bovenkant van zijn linker oorschelp zat een vreemd, spits toelopend puntje. Zoals Mr. Spock van Starship Enterprise dat aan zijn oren had. Als geheel deed ome Klaas´ hoofd mij aan een chimpansee denken. Daar had mijn moeder wel iets mee, een beetje aapachtige ooms. Zoals ome Piet uit Lelystad. Een aardige oom, die regelmatig leuke dingen voor mij meebracht. Zoals een elpee van Boney M., Nightflight to Venus. En een mooie miniatuurboot, die ome Piet zelf had gebouwd. Hij had er twee jaar aan geknutseld, was er heel trots op. Maar ik mocht 'm hebben, omdat ik het zo'n mooi schip vond. Ome Piet´s boot stond nog steeds op mijn kamer. Ja, ome Piet, die mocht ik wel. En mijn moeder mocht hem vast en zeker ook heel graag, want ze was regelmatig bij hem geweest in Lelystad. En hij bij ons. Alleen mocht ome Piet niet overdag bij ons aankomen, en moest-ie 's ochtends heel vroeg weer weg. Hij mocht alleen komen en gaan als het donker was. Zodat de buren hem niet zagen. Dat kwam omdat ome Piet zo lelijk was, zei mijn moeder. En omdat-ie zo raar lachte. Ome Piet lachte werkelijk heel vreemd: met z'n tong in de hoek van z'n bijna tandeloze mond maakte-ie een geluid dat een beetje klonk als de lachende Ernie van Sesamstraat: tgg-ggg-ggg-ghih. Alleen lachte ome Piet veel harder dan Ernie. Deze nieuwe oom was duidelijk uit een heel ander hout gesneden dan ome Piet. Zittend op de bank wachtte hij totdat ik naar hem toestapte en hem een hand kwam geven. Hij bleef daarbij zitten. 'Zo, Nelis.' 'Ik heet Jeroen.' 'Zo.' Hij grijnsde opnieuw naar me, wat vriendelijker nu. Daarna deed ik weer een paar stappen terug en staarde van mijn gloednieuwe oom naar mijn moeder en weer terug. Ome Klaas zat op onze bank alsof hij daar al tien jaar zat. In een ruitjesoverhemd, een beige flanellen broek en met grijze sokken in bruinleren sandalen. Jeetje, sandalen. Wat suf. 'Ga je broer maar roepen, lieverd', vroeg mijn moeder, 'dan kan-ie ook met ome Klaas kennismaken.' Automatisch draaide ik me om, liep de kamer uit en ging naar boven. Het was altijd een lastige klus om Pim wakker te maken. Hij wilde nooit opstaan, werd steevast heel boos als ik hem riep. Zelfs als Pim me de dag tevoren expres en met nadruk had gevraagd of ik hem wilde roepen op een bepaalde tijd (want hij versliep zich anders vast en zeker, en dan kreeg-ie weer problemen met zijn chef bij de Erdal) dan nog werd-ie kwaad als ik hem riep. 'Pim. Pimmetje...' Ik schudde zachtjes aan mijn broer, die op een paar flappen rood haar na geheel onder de dekens verscholen ging. 'Muh...' 'Je moet opstaan.' 'Sodemieter op.' 'Ik moet je roepen van mamma. Er is een vent beneden. Die komt hier wonen.' 'Lame met rust. Gezeik. Vent beneden, wat nou weer.... ga weg.' 'Ik ga mamma roepen hoor.' Ik gleed van Pim´s bed af. 'Mamma..!' Ik bleef op de overloop wachten terwijl mijn moeder Pim uit bed praatte. Ik had geen zin om alvast naar beneden te gaan en daar helemaal alleen met die kerel te moeten zitten. Mijn moeder was erin geslaagd haar oudste zoon enigszins tot leven te wekken, en trok hem in zijn pyjama achter haar aan trap af. Ik dribbelde er achteraan, wel benieuwd naar hoe mijn broer zou reageren op ome Klaas. Versuft nog, met dikke ochtendogen en met opgetrokken wenkbrauwen keek Pim naar onze nieuwe medebewoner. 'Zo. Dus jij bent Pim.' zei ome Klaas. Hij zat nog steeds op de bank, met een shaggie in zijn vingers. Nu viel me ook de zegelring aan zijn rechter hand op. Mijn broer bleef in trance staan en zei niets. Hij was nooit zo vlot voor twaalven. 'Akerboom is de naam. Klaas Akerboom.' 'Okee', mompelde mijn broer. 'Nou, ik ga me effe aankleden en zo.' Mijn moeder keek Pim met een zenuwachtig lachje om haar mond na toen hij de kamer uit liep. Ik ging hem schielijk achterna. Terwijl wij de trap op stommelden, hoorde ik dat mijn moeder in de woonkamer uitlegde dat wij wat verlegen waren. Ome Klaas bromde het één en ander terug, maar dat kon ik niet verstaan. 'Wat vind je van 'm?' vroeg ik fluisterend. 'Weet ik veel.' 'Hij trekt bij ons in.' 'Wát?' 'Hij komt hier wonen. Heeft mamma gezegd.' 'Echt? Wat een lijp gedoe. Het wordt steeds gekker.' Pim en ik hielden ons boven maar zo'n beetje schuil die zondag. Mijn moeder probeerde ons verschillende keren naar beneden te lokken. Pim met koffie, die hij mij beval op te halen uit de woonkamer en naar zijn kamer te brengen. Pim zat met zijn koptelefoon op aan zijn bureau muziek te luisteren. Naar Earth & Fire. Hij zat met de hoes van hun plaat Andromeda Girl in zijn handen. Ik wist dat hij niet alleen de muziek van die groep heel mooi vond, maar ook de zangeres. Ikzelf vond de zangeres van Blondie veel mooier. Ik wou dat zij mijn zus was. Mij paaide mijn moeder met boterhammen met dik pindakaas met suiker en een glas melk. Ik glipte de keuken in, haalde mijn buit weg en sloop ook weer naar boven. 'Jeroen?' Ze had me gehoord natuurlijk. 'Kom je straks even gezellig beneden? Lia en Joop komen zo ook even om ome Klaas te zien, ik heb ze net gebeld.' Ik hoorde de deurbel en stond in één sprong op de overloop. Ik ging plat op mijn buik, gluurde om het hoekje en zag mijn zus Lis en haar man Joop binnenkomen. Axel was er ook bij. Hun boxer die altijd tegen je op sprong en heel erg kwijlde. Als-ie z'n kop schudde dan vlogen de slijmspetters in het rond. Maar wel een lief dier. 'Nou ma, vertel 's, wat is dit voor vertoning.' Lia vroeg niet, ze stelde vast. 'Kom nou maar binnen.' Ik dook achter Joop langs de woonkamer in, wilde niks missen. Niemand merkte me op. Ome Klaas zat nog steeds op de bank. Lia bleef dicht bij de ingang van de kamer staan, haar armen voor haar borst gekruist. Joop en Axel bleven achter haar. Mijn zus nam het woord. 'Zo. U bent dus meneer Akerboom. Ik ben Lia en dit is mijn man Joop. Ik ben net door mijn moeder gebeld dat we moesten langskomen om kennis te maken. We vinden het allemaal erg fijn voor u en ma als het zo klikt, maar we horen ook dat u hier gelijk intrekt. Ik moet u eerlijk zeggen dat ik vind dat u nogal hard van stapel loopt.' Voor het eerst zag ik ome Klaas opstaan van de bank. Hij zette zijn handen in zijn zij, zijn ogen vlamden onder zijn gefronste wenkbrauwen. Zijn mond trok even. 'Als jij je moeder het geluk niet gunt, dan is dáár het gat van de deur.' Hij wees dwars door de muur heen naar de voordeur. 'Goedemiddag.' antwoordde mijn zus, draaide zich om en verliet met man en hond ons huis. 'Lia...' probeerde mijn moeder nog, terwijl haar dochter het voorpad afliep. Lia maakte een wegwerpgebaar zonder zich om te draaien. 'Ma, als jij zo gelukkig wordt, ik vind het best. We horen het wel als we weer welkom zijn.' De komende jaren zou ik mijn zus niet meer zien. ****** (wordt vervolgd) ******

vrijdag 31 mei 2013

Zomerfeuilleton: De bomen schudden nee

De afgelopen jaren heb ik, met tussenpozen, geschreven en geschaafd aan een terugblik op mijn jeugdjaren, tot het moment waarop ik als vijftienjarige van huis wegliep. Er zijn nogal wat absurde dingen gebeurd in die tijd - achteraf gezien althans. Want als je ergens middenin zit als kind, ook als je omgeving gevaarlijk is, vind je alles best normaal. Ook als het om geweld en misbruik gaat. Ik kijk niet in wrok om naar de rauwe chaos die de volwassenen om mij heen ervan maakten, ondanks de nodige littekens die gebleven zijn. Want ik ben ook dankbaar voor de creativiteit, wilskracht en Ausdauer die ik heb ontwikkeld als tiener in de verdrukking. Van die eigenschappen heb ik nog iedere dag plezier. Omdat voetbal voor mij als jonge jongen al ontzettend belangrijk was, als drijfveer, als droom en als muze, speelt die liefde van mij een belangrijke bijrol in dit verhaal. En aangezien ik sinds een jaar uitsluitend over of naar aanleiding van voetbal blog, past dit verhaal naadloos op dit weblog. Nu het toch zomerpauze is in de belangrijkste Europese competities, dient zich de perfecte mogelijkheid aan om jullie als lezers dit verhaal voor te leggen, in 60 dagelijkse afleveringen, vanaf 1 juni tot eind juli. Reageer er gerust op, als je dat wilt. En natuurlijk zijn ook uitgevers van harte uitgenodigd om bij mij aan de bel te trekken. Wees welkom allemaal, laat je meeslepen naar de krochten van mijn jeugd. ***** (Foto: Eric de Vogel) ******

zaterdag 18 mei 2013

het belang van de beker

Mijn grootste moment van voetbalgeluk dateert uit het prachtige jaar 1981. Mijn Haarlem werd in dat voorjaar kampioen van de Eerste Divisie, en de optelsom van euforie en voetbaltrots die ik toen voelde, en die nog wekenlang in mijn bloed bleef voortrazen, is nauwelijks weer te geven in woorden. Nouja, ik kan het misschien het beste nog zo zeggen: ik was werkelijk en compleet zielsgelukkig. We waren kampioen!!!
Ik denk dat een dergelijke extase vooral is weggelegd voor fans van clubs die zelden of nooit wat winnen. De intense vreugde van dat ene kampioenschap, of die enkele KNVB-beker die je wint. Dat je het daar dertig jaar later nog niet over kunt hebben zonder helemaal te gaan stralen en natte oogjes te krijgen. Dat je de basiself van dat kampioensteam zelfs op je 85e, kreupel, dement en lekkend als een mandje, nog altijd foutloos opdreunt ten overstaan van een verbaasde zuster, die rapporteert: "Meneer Rißmann had vandaag veel praats over voetbal en begon allemaal namen van vroeger op te sommen. Meestal slaat meneer hoofdzakelijk wartaal uit, maar dit leek toch duidelijk een helder moment."
Voor supporters van zogenoemde topclubs is het leven een stuk moeilijker en vlakker dan voor ons, de aanhangers van de kleintjes. Ik bedoel, welke liefhebber van Ajax gaat op dit moment nou helemaal uit zijn plaat van de derde landstitel op rij, en alweer de 32e in totaal? Bevriend Ajacied annex Behave-collega Michiel sms´te mij hier heel treffend het volgende over: "Ik moet wel zeggen dat het nu na 3x wel gewoontjes wordt. Ik denk dat richting de 4e ster er weer wat spanning ontstaat..."
Ben je volger van pakweg Ajax, PSV, Bayern München, Manchester United of Real Madrid, dan is het landskampioenschap een regelrechte must. Lukt het, dan is dat leuk en ben je wel een beetje blij, maar gaat dat mis: o jee, dan is gelijk het hele seizoen bedorven en is het leven somber en zwaar.
In diezelfde sfeer, waarin alles alleen maar draait om de zoveelste schaal, wordt in Nederland door fans van Ajax en PSV nogal neergekeken op de beker - of slabak, of dennenappel, zoals er ook wel met enige dedain over deze schone cup wordt gesproken. "Een troostprijs", heet het dan, of "Nouja, het is tóch een prijs.". Mark van Bommel zou de beker, zo gaf hij in de aanloop naar de finale aan, graag "op zijn lijstje bijschrijven", en gaf daarmee heel subtiel aan dat van echte hunkering geen sprake was. De beker is slechts een prijsje voor een titelverzamelaar - geen mijlpaal in de historie. Juist daarom is het zo prachtig en geweldig dat ik getuige mocht zijn van de victorie van AZ, dat het aangeslagen PSV (geen kampioen geworden en daardoor zichtbaar ontdaan van iedere motivatie) in de Kuip op pure wilskracht de beker afsnoepte. AZ heeft in het verleden natuurlijk wel eens vaker wat gewonnen (zoals die onvergetelijke eerste landstitel in ´81, tegelijk kampioen met mijn Haarlem dus), maar toch zelden genoeg om in het AZ-blok in het stadion voor totale extase te zorgen. De spelers waren net als de fans door het dolle heen - intense vreugde, omdat die vreugde zo zeldzaam voor ze is.
Ik betrapte mij er op dat ik in de laatste 20 minuten misselijk van de spanning werd, en niet meer op de stadionklok durfde te kijken - bang dat dit ongeluk zou brengen. Deze verrukkelijke stress, met daarna de ontlading en endorfine die na het laatste fluitsignaal volgde, gun ik iedere supporter van alle ´kleine´ clubs in Nederland.
Al is het maar eens in je leven.
******
AZ - PSV, 9 mei 2013: 2-1 (2-1), finale KNVB-beker. Toeschouwers: 50.000.
******
(Foto´s: op het kille en tochtige Rotterdam CS heb ik voor het eerst met mijn mobieltje mezelf gefotografeerd. Dat deed ik in alle ernst, met dit resultaat: een kruising tussen een coole hiphopper en een opgefokte hooligan, in kunstzinnig graffiti-perspectief. En dat allemaal geheel per ongeluk..! Dee andere foto schoot ik een dag na de bekerfinale op de snelweg in Duitsland: ook de vrachtwagens jubelden daar mee voor AZ! - foto´s van Rißmann)

zondag 5 mei 2013

Bossche uitdrukkingen en gezegden

Wanneer ik wat nieuwe uitdrukkingen bij wil leren, ga ik altijd graag langs bij FC Den Bosch. De vorige keer dat ik in De Vliert was, hadden Adje en ik tuterende oortjes van de even creatieve als ruwe stroom beschimpingen die zonder ophouden vanaf de tribunes naar het veld werd gebauwd. Het is een heel betrokken en trouw volkje, die Bossche supporters, maar het komt er vaak wel een beetje rauw uit, om het zo maar even te zeggen.
In het zonnetje genietend van van de warming-up van doelman Kevin Begois, pal achter zijn doel, hoor ik hoe direct achter mij drie vaste stadionklanten bijpraten over trainer Jan Poortvliet, en over de kansen van vandaag - FC Den Bosch heeft namelijk nog een kleine kans op deelname aan de play-offs.
Over de kansen van vandaag:
"Nou jongens, dat wordt dan de laatste wedstrijd van dit seizoen."
- "Na-competitie, nee dat wordt `m niet."
- "Ze hebben het vorige week al verneukt, tegen Eindhoven."
- "Ik zeg alvast: tot volgend jaar heren. Waar gaan jullie naartoe met de zomervakantie?"
Over coach Poortvliet, toch een held van Argentië ´78:
"Heb je ´m gisteren nog op tv gezien?"
- "Ja, wat stond-ie te godveren hè."
- "Het was alleen maar godver dit, en godver dat over de spelers."
- "Nouja, hij is toch bijna weg, die Poortvliet."
Ondanks het geringe vertrouwen in een goede afloop vandaag, bassen de kenners achter mij bij de opkomst van beide ploegen het clublied vol overgave mee. De middelste port mij in mijn rug en maant: "Hé! Wel meezingen hè!"
Nu kun je mij midden in de nacht wakker schudden, een willekeurige club noemen, en ik vang zonder boe of bah het juiste lied te zingen aan. Gelukkig haakte ik dan ook nu weer zonder haperen in: Met heel m’n hart hou ik van jou / FC Den Bosch, ik blijf oe altijd trouw / We zullen samen winnen en verliezen / Maar ik zal nooit veur ‘n ander clubke kiezen.
Fijn lied.
"Beter zo?", vraag ik naar achteren. De middelste man glundert goedkeurend.
Als na tien minuten voetbal al helder is dat de heertjes gelijk zullen krijgen met hun sombere bespiegelingen aangaande de play-offs, arriveert een bekende van het trio. Fashionably late. De man oogt als een wat wilde versie van Earring-rocker George Kooymans en geeft direct zijn visite-kaartje af als hem wordt toegeroepen: "Je bent te laat man!"
- "Ja! Ik lag nog te neuken!"
Instemmend gelach alom, en ik weet meteen: aan deze man ga ik vanavond nog veel plezier beleven.
George Kooymans toetert inderdaad, non-stop, van alles en nog wat grofs naar het veld. Heerlijk, heerlijk. Hij schiet veel, niet altijd met scherp, maar soms is zijn timing perfect. Bij een corner voor De Graafschap, aan onze kant, is wat geduw en getrek gaande waarbij verdediger Justin Tahapary betrokken is. Tip van George: "Knijp `m in z`n zak, Tahapary!" En als bij de aanloop naar de tweede helft De Graafschap-doelman Joost Terol onze kant op komt geslenterd, vraagt George luidkeels om diens aandacht: "Joost! Joost! Hé! Joost!" Totdat Terol inderdaad zijn blik naar de tribune opslaat: "Paardelul!"
Op het veld wordt het daarna allemaal niet beter op: De Graafschap legt de geplaagde thuisploeg genadeloos over de knie. Mokkend gaat de blauwe aanhang huiswaarts. Ik vertrek ook, mijn Bossche bolletje vol met nieuwe uitdrukkingen en gezegden.
******
FC Den Bosch - De Graafschap, 3 mei 2013: 1-4 (1-3), Jupiler League. Toeschouwers: 3.989.
******
(Foto: aan de frontzijde van stadion De Vliert wordt het trotse clubverleden met tal van levensgrote foto`s geëerd. Legende Wim van der Horst als speerwerper staat er fraai op. Tevens duikt en passant de vroeger zo gevreesde Indiaan van FC Utrecht, Stijn Vreven, als tegenstander van toen op - foto van Rißmann)

woensdag 1 mei 2013

Auswärtssieg!

Ik had mij er zo op verheugd, mijn favoriete Duitse club weer eens in actie te zien in haar karateristieke, knusse Stadion der Freundschaft. Aan ons vorige bezoek, in november 2007, bewaar ik fantastische herinneringen: de underdog uit Cottbus versloeg Schalke 04 die dag, de Glühwein ging erin als Ketellapper, de stemming was lyrisch. Mijn grote vriend Tomislav Piplica, cultkeeper en erkend brokkenpiloot in de zestien, was sinds kort in de pikorde gepasseerd door Gerhard Temmel (vandaag de dag de stand-in van Michel Vorm bij Swansea) en bleef de volle negentig minuten op de bank zitten. In de aanloop naar die wedstrijd had ik meneer Piplica een kaartje gestuurd waarop ik onze komst uit Nederland (speciaal voor hem, zo benadrukte ik) had aangekondigd. Inclusief in welk vak we zouden zitten, zodat hij even naar ons kon wuiven tijdens de warming-up. Helaas werd er niet gewuifd, maar dat weerhield mij er als toegewijd fan niet van om na afloop, bij de drankkraampjes voor het stadion, vol passie zijn naam op orkaansterkte door de Cottbusser avond te laten galmen: "Pi-pli-caaaaaaaaaaa..!" En dat dan een half uur lang, achter elkaar door, totdat ik door Martin en Dirk met zachte drang in een taxi werd gelepeld. Zes jaar later sta ik op zondagmiddag, een uurtje voor aftrap, broodnuchter blij te wezen op de staantribune waar de die-hard-fans zich altijd verzamelen. Op tijd het bedje ingegaan gisterenavond, dat heeft geloond. Dit keer zijn het anderen in ons gezelschap bij wie de vlag op half elf of erger hangt - vooral bij de wazig koekeloerende Peter maak ik me zorgen of hij nu eigenlijk wel weet waar hij op dit moment is, na een nachtje kruidig stappen in Teplice. Bij tegenstander Bochum keert de grappige trainer Peter Neururer terug in het Duitse betaalde voetbal, na een afwezigheid van meerdere jaren. De olijke Neururer, die vroeger vele voetbalharten heeft gestolen met zijn uitspattingen langs de lijn en zijn edele kunst om de fans tot extase op te zwepen, krijgt bij het betreden van het veld een warm applaus van de Cottbusser aanhang, die daarbij zijn naam scandeert - zó algemeen geliefd is hij in Duitsland. Enigszins verbaasd, maar zichtbaar aangedaan neemt Neururer de bijval in ontvangst. Dit blijkt, achteraf gezien, slechts een opmaatje voor wat er na de wedstrijd zal gebeuren. In de tussentijd doen de elf van Energie hun clubnaam geen enkele eer aan: ze spelen zonder enige fut en laten de tegen degradatie vechtende Bochumers alle tijd en ruimte om hun slag te slaan in Cottbus. De heertjes hebben er gewoon geen spatje zin in, dat is glashelder. De rust wordt nog met 0-0 gehaald maar na de pauze knalt Cottbus er zelf de 0-1 maar in, om vervolgens helemaal weg te worden getikt door de ontketende mannen van ´Brandweerman` (vanwege zijn reputatie om clubs in nood uit de penarie te helpen) Neururer. De fanatieke aanhang in ons vak schakelt over van aanmoedigen naar het geven van een ferme trap onder de elf thuiskonten: "Aufwachen! Aufwachen!" Als dat niet helpt, gaat er een schepje bovenop: "Wir haben die Schnauze voll, wir haben die Schnauze voll..!" Maar ook deze motie van wantrouwen brengt het niet, en Bochum is zielsgelukkig met de beslissende 0-2 die in blessure-tijd valt. Echter, niet alleen Bochum juicht - ook de harde kern van Cottbus barst los in luid gejubel. Duizenden kelen spuwen: "Auswärtssieg! Auswärtssieg!" We zijn een tikje geschokt door zoveel cynisme. Maar dit was nog niet alles. Na het laatste fluitsignaal worden de eigen spelers uitge-boed op een dermate oorverdovende wijze, dat diverse zondebokken in een angstig drafje de catacomben (waarvan de ingang precies onder onze boze tribune ligt) opzoeken, of juist minutenlang nog wat in de midencirkel blijven dralen, om toch vooral maar niet onder de gesel der volkswoede door te hoeven gaan. Slechts twee spelers durven na geruime tijd de confrontatie aan, en klappen deemoedig voor hun nijdige supporters. Kijk, dát kan de staantribune dan wel weer waarderen - zuinig applausje terug. Maar dan. Dan worden afwisselend Peter Neururer en zijn team in woord en gebaar heilig verklaard. Minutenlang worden de heldendaden van Neururer bezongen - hij wordt er merkbaar door afgeleid bij het geven van een zoveelste tv-interview over zijn glorieuze comeback, en daarna laaft hij zich geruime tijd aan de staande ovatie die hij van ons hele block krijgt. Hij zwaait terug met de blik van een gelukkig kind dat in een donzig sprookje is beland. Maar ook zijn dappere blauwe rakkers ontkomen niet aan de intense verering die hen vandaag in Cottbus ten deel valt. Als de ploeg gezamenlijk uitloopt, rolt van onze tribune een donderend gejuich en geklap, waarvan sommige spelers eerst schrikken. Wanneer echter duidelijk wordt dat het hier om een spontane blijk van acute aanhankelijkheid gaat, doen de Bochumers vrolijk mee: ze doen hand-in-hand de klassieke dankjubel, gevolgd door het eveneens obligate pogo-dansje, en klappen dan hun handen stuk voor de fans van Cottbus - ongetwijfeld de sportiefste die zij ooit in hun carrière tegen zullen komen. ****** FC Energie Cottbus- VfL Bochum 1848, 14 april 2013: 0-2 (0-0), 2. Bundesliga. Toeschouwers: 8.555 ****** (Foto: Rißmann)

maandag 29 april 2013

pils, voetbal en het Molletje

We zijn de sporen het degradatiespook naar Tsjechië gevolgd, waar het deze zaterdag neerstrijkt in de middelgrote stad Teplice. In het stadion waar de nationale ploeg haar thuiswedstrijden voor een uitzinnige aanhang pleegt af te werken, resideert ook de stedelijke voetbaltrots FK. Tegen de gasten uit Budějovice gaat het om niets minder dan een rechtstreeks degradatie-duel in de kelder van de hoogste klasse. Van opgefoktheid of spanning is ondanks de penibele situatie van de thuisclub niets te merken in de weliswaar totaal vervallen, maar overigens zeer gemoedelijk gestemde omgeving van het stadion. Aanwezige agenten staan ontspannen te kletsen in de zon. Voor omgerekend een krappe vier euro mogen we gaan zitten waar we maar willen. Ruimhartig is ook het aanbod van kraampjes met lekker chemische braadworsten en natuurlijk overal bier: Tsjechië is immers de bakermat van het pilsner, en in het wegtikken ervan is het volkje ook al heel bedreven. Oostblokdeskundige Dirk doceert dat wereldwijd per hoofd van de bevolking nergens meer bier wordt verzwolgen dan hier in Tsjechië. Het land wordt er bij ons op slag nóg sympathieker op. Ondanks het gewicht van de wedstrijd, en de druk die dat ongetwijfeld met zich meebrengt, zien we een aantrekkelijke pot voetbal van twee vaardige teams, die niet zouden misstaan in de middenmoot van onze eigen Eredivisie. We bekijken het met smaak, gezeten tussen de harde kern van FK Teplice, die uit een roedel jonge honden plus hun vriendinnetjes bestaat. Als toegewijd slagwerker kruip ik dicht achter het dienstdoend trommelduo Bolle Jan en Bleke Bert, dat voorgaat in de veelvuldige en extatische samenzang om ons heen. Bolle Jan en Bleke Bert krijgen aldoor biertjes aangereikt door zorgzame vrouwtjes - ze mochten eens dorst krijgen van al dat geroffel. Bolle Jan en Bleke Bert hebben heel veel dorst en zijn ook dol op sigaretjes, zo blijkt al ras. Slaven van genot, die de fans terugbetalen met strak ritme-werk waarvan ik jeuk aan mijn handen krijg. Ik pas mij naadloos aan en galm de strijdkreten van Teplice uit volle borst mee: trefzeker, toonvast en in regionaal gangbare tongval. (Ja, of ik nu bij Sparta zit, waar ik Peter ooit verbijsterde door de Sparta Marsch van de eerste tot en met de laatste zin foutloos mee te zongen, bij FC Dender, of bij Sportfreunde Siegen: ik geef me gewillig over aan de zeden en behoeften der plaatselijke club. In ieder stadje een ander schatje. "Wat ben ik toch een hoer!" zou mijn grote vriend Gerard Joling uitroepen.) Mascotte Jane is niet minder goed op dreef: zij draaft langs de lijn, geeft high fives bij de dug-out, plaagt de stadionspeakers die op de middenstip in de rust wat serieus probeert mede te delen, en duikt op allerlei plekken op de tribunes op. Daarbij wordt de harde kern uiteraard niet vergeten. Als wij na afloop gelukzalig door de verlaten binnenstad van Teplice kuieren, op zoek naar bier en vertier, valt mijn oog op het het uit dit land stammende, lieve tekenfilm-icoon Molletje. Ook hij is dol op voetbal, stel ik glimmend vast. ****** FK Teplice - SK Dynamo České Budějovice, 13 april 2013: 4-0 (2-0), Gambrinus Liga. Toeschouwers: 3.115. ****** Foto´s: Jane, de energieke mascotte van Teplice, duikt overal in het stadion op - ook pal achter ons * gereedschap van Bolle Jan en Bleke Bert* het befaamde Molletje prijst een Nederlands voetbalmagazine aan - alle foto´s: Rißmann

helemaal gek van Union

Lang hadden we uitgekeken naar het weerzien met Union. De cultclub uit de voormalige DDR heeft al vele jaren geleden ons hart gestolen met haar ongewoon diepe afkeer van commercie, de puurheid en overgave van haar fans, haar houten scorebordhuisje waar met uitgefiguurzaagde cijfers de stand wordt bijgehouden, haar ontroerende clublied van Nina Hagen - kortom een sfeer waaraan je je ook met min tien graden nog heerlijk kunt warmen.
Onze vriend en trots oud-Ossi Dirk heeft de kaartjes voor vandaag geregeld, en daar heeft hij heel vlot voor moeten toeslaan want het gaat hier wel om de beladen en klassieke Ost-derby tegen het Bundesweit meer gevreesde dan gerespecteerde Dynamo Dresden.
We kloppen van opwinding als de Alte Försterei volstroomt en ik huiver als ik voel dat mijn ogen leegstromen wanneer de ijzingwekkende clubhymne van Frau Hagen door het stadion schalt, en ik met duizenden andere gelovigen regel voor regel meebrul: "Wer lässt sich nicht vom Westen kaufen? Eisern Union! Eisern Union!" Ook de geelzwarte fans laten zich gelden: zij vieren vandaag de 60e verjaardag van hun club en gedragen zich ter gelegenheid hiervan nu eens niet wild en agressief, maar juist uitermate gezellig en vrolijk, als betreft het een kinderpartijtje voor een 6e verjaardag.
Alle smakelijke randverschijnselen ten spijt, heeft de thuisclub er op het veld vervolgens geen enkele zin in. Uitgespeeld in de competitie (promotie noch degradatie is een thema) legt Union zich al snel neer bij de vasthoudende verdedigende weerkracht van de met degradatie bedreigde brigade uit Dresden. In de hele wedstrijd valt welgeteld één kans te noteren: een weinig gevaarlijk kopballetje van Dynamo op het Berlijnse doel.
Het ware vermaak komt vandaag van een trosje geestelijk gehandicapten, dat onder escorte van enkele begeleiders annex fans hun gezamenljke favoriete club komt aanmoedigen. Ze staan direct voor mij, in het looppad voor de staantribune waar ik ben geposteerd. De drie begeleiders gaan helemaal op in het spel, maar worden hierin telkens gestoord door één van de gekkies, onder meer behept met ADHD-trekjes, die doorlopend op schouders tikt en om aandacht vraagt voor tal van belangwekkende kwesties. Zo wijst hij, al zwaaiend met zijn broodje Bratwurst, op zojuist gemaakte ketchupvlekken in zijn beige broek. Hij lacht zich hierbij een hoedje. Hij biedt slokjes bier en verse sigaretten aan. Vertelt een mop. Is onthutst over iets of iemand. Ook zijn mede-gekkies valt hij aanhoudend lastig. Sommigen ergert dat, anderen gaan er enthousiast in mee. Er wordt gelachen, een wegwerpgebaar gemaakt, omhelsd. Gedanst, als de 0-0 eindstand een feit is. Vol vreugde en geestdrift. Het lijkt potdomme de harde kern achter het doel wel.
Maar de echte harde kern is boos op haar luie ploeg en jouwt haar elf uit.
Nee, dan liever dat uitgelaten feestje vlak voor mijn neus. De harde kern kan nog wat van deze gekkies leren.
******
1. FC Union Berlin - SG Dynamo Dresden, 12 april 2013: 0-0, 2. Bundesliga. Toeschouwers: 21.244.
******
(Foto: Rißmann)