zondag 9 augustus 2015

Daryll-Ann & ik * ik & Daryll-Ann (deel 3)

Hongerig naar nóg meer succes als rockster in opleiding, solliciteerde ik begin deze eeuw bij het Utrechtse Paper Moon, dat haar drummer op de keien had gezet. Deze heertjes waren niet onverdienstelijk bezig in de Excelsior-scene, dat kon wel eens gaan lopen. En dus zag ik het wel zitten, ondanks het feit dat de bandleden stuk voor stuk bekennende, intense vereerders waren van de Beatles.
Het is nu eenmaal zo, dat ik een intense bloedhekel heb aan de Beatles. Hieraan debet is een traumatische jeugdervaring op school, met een foute muziekleraar (waarover een andere keer meer). Maar, muzikale hoer die ik ben, ik zette me daar luchtigjes overheen. Ik hield me er maar aan vast dat zelfs een rukband als de Peamles, zoals ik ze altijd smalend noemde, een werkelijk briljante held in hun midden had: Ringo Starr. Wel jammer voor deze ras-artiest, dat hij zo’n slap stelletje knoeiers als begeleidingsband had. Michelle, Hey Jude, Yesterday… lieve help, je zult die troep maar moeten drummen. Nee, ome Ringo had het óók niet makkelijk.
Hanz, Dré en Ace van Paper Moon konden alle drie een hoogstand mopje spelen op hun instrumenten en hadden bovendien stemmen als engeltjes. Met mij erbij als dienende slagwerker, die deze drie melodieuze wonderkinderen voorzag van een stevig betonnen drumvloertje, was het plaatje compleet. We vielen positief op als kwaliteitsbandje met Beatlesque topliedjes. Er ontstond een trouwe following van bloedserieuze muzieknerds met linnen tasjes, open sandelen en bloempotkapsels. Een platencontract bij Excelsior, de logische stal voor bands met neigingen als die van Paper Moon, leek slechts een kwestie van tijd.
Op weg naar klinkende roem in de charts, wilden we de studio in duiken om alvast wat nummers voor ons debuut-album op te nemen. En ja hoor: daar kwam Daryll-Ann weer de hoek om kijken..!
Want Daryll-Ann was al even doordrenkt van The Beatles als Paper Moon, en in het Excelsior-circuit was het ons kent ons – en zo kenden de heertjes van Paper Moon die van Daryll-Ann, alsof het hun knikkermaatjes waren.
Aldus belandde ik met Paper Moon pardoes in de Excelsior-studio te Weesp, onder de bezielende opname-leiding van de broertjes Coen en Jelle Paulusma, kernleden van mijn Poltergeist Daryll-Ann.
De gebroeders Paulusma bleken niet alleen een heel fijn gevoel en oor voor onze muziek te hebben, maar ook dol te zijn op biertjes en stevige toeters: “Hé Ace, doe mij ’s een hijs”. Dat schiep een band. En wat wás de sfeer toch relaxt. Kingston Town was er niks bij. Jah man.
Ik voelde me wonderwel goed op mijn gemak bij de olijke tweeling, en stak een hoop op van hun tips en trucs. Mooi voorbeeld van een goeie hint: om wat meer zoete rinkeling op mijn ride-bekken te creëren, bevestigde Coen met een stukje stage-tape een muntje van 20 cent op het koper, zodanig, dat het bij het bespelen een klein beetje kon bewegen en britselen. Werkte prachtig.
Coen werd overigens, vanaf de start van de opnames in Weesp, in steeds krachtiger mate populair bij mijn toenmalige verloofde Moos, die op de meest onverwachte momenten (kon midden in een REM-slaapje zijn, of teruggetrokken op het toilet) verontrustend enthousiast zijn naam scandeerde – nee loeide: “Coen! Coe-hoen! Cooooeeeen..!” Dat zij mij enkele maanden later verlaten heeft, staat hier volgens de officiële lezing geheel los van. Maar toch: je gaat denken.
Ikzelf groeide intussen vooral toe – in het nette, uiteraard - naar Jelle, die voor altijd mijn hart stal met de volgende anecdote.
Binnen de muzikaal zeer correcte en strenge Paper Moon-familie – de muziekpolitie van OOR en de VPRO was er niks bij - stond ik al snel bekend om mijn muzikale wansmaak. Zo oordeelde in ieder geval zanger-gitarist Dré, die regelmatig hoofdschuddend en kokhalzend werd aangetroffen terwijl ik de loftrompet stak over briljante acts als A-ha, Duran Duran, Roxette, Boney M. of Modern Talking. Ook Kiss behoorde tot mijn lijstje intieme muziekliefdes, en een discussie met Dré ging daar net over toen we met z’n allen bij de mengtafel aan de koffie zaten. Vol vuur verdedigde ik mijn geschminkte idolen en hun meesterwerken, zoals bijvoorbeeld het onvergetelijke Heaven’s on Fire. En niet minder vurig schamperde Dré over de beroerde, primitieve wanklanken die Kiss voort zou brengen. Totdat Jelle, zonder zich om te draaien van de mengtafel, een duit in het zakje deed: “Kiss, te gekke band. Goeie songs.”
Dré keek eerst of-ie water zag branden. Aansluitend moest-ie aan de zuurstof.
“Vooral de songs van Paul hè?”, jubelde ik naar Jelle.
“Kun je wel zeggen ja. Die van Gene zijn toch minder.”
Jelle en ik - wij begrepen mekaar. Heaven´s on Fire.
******
(Paper Moon in de studio in Weesp: gitarist Hanz gaat er maar bij zitten * tevreden orgelman Dré * Ace behalve met bas ook vaardig met toeters * Mickey Mouse op drums * Coen en Jelle schuiven er lustig op los achter het mengpaneel - foto´s uit colectie Hanz de Vries)
******
(cliptip op YouTube: Paper Moon met ´Past´, geschoten tijdens de opnames in Weesp http://www.youtube.com/watch?v=lBhhh9VcbSk )

Jong geleerd

Op mijn hotelkamer in Berlijn viel ik al zappend midden in een ARD-documentaire over geweld tegen scheidsrechters op de Duitse amateurvelden.
Ik kreeg een treurige opsomming van hevige geweldsincidenten voor mijn kiezen. Arme Duitse amateurscheidsrechters, die alleen maar lekker een wedstrijdje willen fluiten maar het zwaar moeten ontgelden als gefrustreerde of doorgesnoven voetballers zich benadeeld voelen, en er gelijk maar op los tieren en timmeren - het gaat de fluitisten daar al net zo slecht al hier in Nederland.
Toen ik zelf nog zaalvoetbalde onder KNVB-vlag, floot ik voor mijn Amsterdamse club Rap regelmatig een potje in pakweg de 127e klasse onderbond, gewoon omdat er geen scheids beschikbaar was en ik de beroerdste niet ben. Vaak ging dat wel goed, en vaak ook werd dat gewaardeerd. Maar ik heb ook vaak zat beledigingen en bedreigingen over me heen gekregen.
Zo floot ik een keer, op lief verzoek van beide heren aanvoerders, een wedstrijd tussen twee mij onbekende teams die, zo bleek achteraf, nog een appeltje met elkaar te schillen hadden naar aanleiding van een eerder treffen, op gras.
Was ik vooraf nog de aardige vent die hen uit de brand hielp - vanaf mijn eerste fluitsignaal voor de aftrap werd ik volledig en strikt persoonlijk verantwoordelijk gehouden voor alles wat zich op het veld voordeed. Het ging er van meet af aan veel te fel en driest aan toe. De spelers leken ieder gevoel van eigen verantwoordelijkheid en van waardigheid te hebben afgelegd - het was voelbaar aan mij, en alleen aan mij, om hun confrontatie in goede banen te leiden.
Na een minuut of tien, waarin ik zó veel had moeten fluiten dat mijn oren ervan tuterden, werd een speler in het strafschopgebied onderuit geschopt. Ja, geschopt - hier hoefde je echt de tv-beelden niet van terug te zien, om zeker te weten dat de bal op de stip moest. En de dader subiet twee minuten langs de kant.
Ik floot, wees naar de stip en zond de overtreder gedecideerd heen.
Direct stond er vijf, zes man heel dicht om mij heen te schreeuwen en te schelden. De ene partij was des duivels over de begane overtreding, de andere vond dat ik gek geworden was om zoiets onbenulligs een strafschop voor te geven. "Dit is héél dom wat jij nu doet, mannetje!", bulderde een speler tegen mij, met zijn gezicht vlakbij het mijne.
Ik deed een stap terug en riep, met een merkwaardig soort kalmte over mij heen, beide aanvoerders bij me. Zei dat ik de match zou staken als het niet fatsoenlijk kon, tegen elkaar en tegen mij.
Beide heren zegden toe, al sprak hun lichaamstaal ook nog iets anders uit: ze waren allebei allang niet meer zo gelukkig met mij als vlak voor de wedstrijd nog zo enorm het geval was.
Er bleek geen houden aan. Slechts enkele minuten later zette iemand een vliegende tackle in op een doorgebroken tegenstander. De waanzinnige miste, en kwam zelf dermate ongelukkig terecht dat we het door de hele hal hoorden kraken: gebroken been.
Mooi zo, dacht ik opgelucht, terwijl zijn jammerlijk gegil weerklonk, nu kan ik de wedstrijd reglementair staken.
De dramatische gebeurtenis koelde in beide kampen de wederzijdse opgefoktheid. Gelaten zag men toe hoe de gewonde met lachgas moest worden weggemaakt door ambulance-mensen, alvorens hij op een brancard kon worden gelegd en afgevoerd.
Bij het afwikkelen van de formaliteiten op het wedstrijdformulier lieten beide aanvoerders eensgezind blijken dat ze mij maar een scheidsrechter van likmevestje vonden. "Je moet het wel in de hand houden hè", zei de één streng. "Maar ja... toch bedankt dan maar", vulde de ander ironisch aan.
Na het douchen bleken beide teams in de kantine samen aan tafel en het bier te zitten - verbroederd door mijn wanprestatie.
Terug naar de documentaite op de ARD.
Het Duitse voetbal is naarstig op zoek naar middelen om het geweld en het gebrek aan wederzijds respect op de amateurvelden het hoofd te bieden.
Er kwam een speciale gedragscoach aan het woord, die tijdens trainingen meedoet met amateurs, en hen dan een spiegel voorhoudt door ze te jennen en provoceren, en ze daarna te laten inzien dat het uiteindelijk allemaal bij jezelf begint, de keuze om wel of niet door het lint te gaan op het veld. De gedragscoach merkte fijntjes op dat voetballers wel als vanzelfsprekend respect verwachten - nee, éisen van scheids en tegenstanders, maar dat ze dat andersom niet automatisch bieden. "Eerst moet altijd de ander respectvol zijn naar hen, voordat ze zelf respect kunnen hebben. En zo komen we er natuurlijk nooit."
Dat lijkt me nog een lange weg te gaan, voor deze gedragscoach, met miljoenen amateurs die wel een bezoekje van hem kunnen gebruiken.
Kansrijker lijkt het frisse idee van een voetbalvader om bij de jeugd scheidsrechters af te schaffen, de ouders in een speciaal vak op ruime afstand van het veld te houden, en het spel en de regels dus helemaal aan de kinderen zelf over te laten.
Het lijkt te werken, als je de mensen moet geloven die meewerken aan dit door de Duitse bond omarmde experiment. Zonder de razernij van voetbalouders langs de kant, en door ze zelf verantwoordelijkheid te laten dragen, zijn de jeugdige voetballertjes alleen maar lekker aan het ballen, respectvol en alles.
Er werden beelden getoond van een wedstrijdje van C-junioren, die op deze manier met elkaar voetbalden. Het zag er allemaal heel plezierig uit. En niet alleen vooraf, maar ook na afloop (uitslag: 1-1) werden de handen beleefd en vriendelijk gedrukt. Het leek wel een wonder. En daarmee sloot de documentaire af - dít is de oplossing, zo was de onuitgesproken boodschap.
Toch was er iets waardoor ik met een zeker onbehagen bleef zitten.
De symptomen bestrijden is één, maar ik hoorde in de documentaire nagenoeg niets over de oorzaken.
In de getoonde flitsen van de kinderwedstrijd was onder meer de late gelijkmaker te zien, die gemaakt werd door de bezoekertjes. Het doelpuntenmakertje snelde, achtervolgd door jubelende teamgenootjes, euforisch richting de zijkant van het veld, waar de reserves en teambegeleiders opgesteld stonden. Op hun beurt renden reserves en staf extatisch het veld in. Samen vormden ze een uitzinnige kluwen van uitgebarsten vreugde. Het leek wel of ze verlenging in de Europacupfinale uit het vuur hadden gesleept.
Net als op televisie.
Wat ik zag: een gelijkspelletje, op een doodgewone zaterdag, op een amateurveld ergens in Duitsland. Een potje kindervoetbal.
Meer niet.
(Foto: Rißmann)

donderdag 6 augustus 2015

Tomboy in Sektor 4

Ze wurmt zich door de rijen van ons sta-vak heen omhoog, komt dichterbij, en wringt zich dan ook langs mij heen. Ik twijfel, terwijl mijn ogen van haar slordige page-kapsel omlaag glijden naar haar ongeschminkte gezicht, of ´ze´ eigenlijk wel een ze is. Haar vermoeide blik, haar samengeknepen lippen - ze kunnen ook van een zachtgebouwde jongeman zijn.
Normaal gesproken zie ik het meteen, of er een tomboy in het spel is, dan wel een meisjesachtige jongen. Nu hapert mijn radar. Wel betrap ik mij op deze gedachte: ze is óf een leuke tomboy, of anders een merkwaardige jongen.
Ze - ik kijk nog eens héél goed, en besluit dat ze een ze is - waadt terug door het gedrang, met geconcentreerd-gepijnigde blik, drie bier tussen haar ranke handen geklemd.
Op weg naar haar vriendin? In Sektor 4 staan traditiegetrouw veel vrouwelijke Union-fans, vaak ook stelletjes. Ze is hier vast met haar liefje.
Links van ons, een paar meter lager in het vak, komt ze met haar bier ter bestemming aan. Ik zie hoe haar pony een stukje opveert omdat ze met kracht lucht uit haar linkermondhoek omhoog blaast, als een locomotiefje dat opgelucht stoom laat bij het binnenrollen van een station.
Tommie, zo noem ik haar maar, geef een pintje af aan een bolle meneer met een blij maar verkreukeld hoofd waar bijna geen tanden in zitten. Die meneer lijkt me niet helemaal goed.
Het tweede biertje dat ze afgeeft, belandt in handen van een lange, slanke jongen met een gaaf gezicht, waarin een vlassnorretje domineert. Hij is zichtbaar een paar jaar jonger dan Tommie, een jochie nog, maar oogt niettemin soeverein. Tommie kijkt gelukzalig op naar hem, terwijl ze met hem proost. Hij kijkt wat stuurs terug, proost onwillig mee.
Ik kan het allemaal goed volgen. De wedstrijd moet nog beginnen, Tommie en de jongen staan met hun rug naar het veld, de jongen in gesprek met de bolle meneer die niet helemaal goed is.
Tommie vlijt zich tegen de jongen aan, die een kop boven haar uitsteekt. Ze drukt haar hoofd tegen zijn schouder en aait hem met haar vrije hand over zijn buik.
De jongen lijkt niets te merken, geeft in ieder geval geen sjoege. Met gefronste wenkbrauwen luistert hij naar de bolle meneer.
Tommie laat haar hand zakken, streelt nu zijn bovenbeen. Daarbij kust ze teder zijn arm. Kijkt verlangend naar hem op.
Er komt niets terug.
Dan glijdt haar hand van de voor- naar de binnenkant van zijn bovenbeen, wrijft over zijn lies. Ze wil een kus, ze hunkert, al is het maar een heel klein zoentje. Zijn blik blijft echter strak gericht op de meneer - hij kijkt zelfs niet op haar neer. Haar jongen is van steen.
Ik kan er niet meer naar kijken.
Tommie wordt gedurende de wedstrijd nog een paar keer bier halen gestuurd. Dat doet ze met overgave. Na het laatste fluitsignaal krijgt ze een zuinig kusje van haar slungel. Ze straalt van geluk.
******
(Foto: Rißmann)

zaterdag 11 oktober 2014

rondje langs de velden met Peter Wijker (deel 5 van 5 - slot)

Om wat bij te komen van al onze ontmoetingen met Groten der Aarde in dit weekend, leek Heerenveen - PSV een mooi neutrale afsluiter: keurig publiek, geen onvertogen woord, en na afloop allemaal weer met de handjes boven de dekens onder de wol.
Helaas had ik de pech dat ik naast een zeer enthousiaste meneer had plaatsgenomen, een soort van achtergebleven neefje van Foppe de Haan, die mij gedurig op mijn afgetrainde rechterdij sloeg bij spannende taferelen, daarbij ongenadig hard Friese teksten in mijn rechter-oor loeiend. Nu heb ik aan die kant al een fikse gehoorbeschadiging overgehouden door mijn carrière als rockdrummer - na het gebrul van Foppe II, die na de 1-0 van Heerenveen meneer Wijker en mij vol passie tegen zijn Friese lijf drukte en daarbij zijn longen flink liet klapperen, ben ik denkelijk weer enkele procenten omlaag gegaan in mijn gehoor.
Met een blauw-wit geslagen dij en tuterende oren toog ik naar huis. "Leg mij maar op de middenstip", zuchtte ik uitgeteld tegen Petertje, toen hij mij moe maar voldaan bij het station afleverde.
******
SC Heerenveen - PSV, 28 september 2014: 1-0 (0-0), Eredivisie. Toeschouwers: 25.632.
******
(Foto van Rißmann)

rondje langs de velden met Peter Wijker (deel 4 van 5)

Zelfs op het knusse Woudestein, waar meneer Wijker en ik op zondag genoten van een opwindend potje voetbal, was een BN´er van letterlijk groot formaat present.
De in Rotterdam nog altijd uitermate populaire minister Ivo Opstelen bleek deze middag net als wij gewoon lekker op de fanatieke Robin van Persie-tribune plaats te hebben genomen. Sterker nog, hij ging zowat pal voor ons op een stoeltje zitten, en liet zich uitgebreid op de schouders slaan door stadgenoten die zich heerlijk veilig voelden, met Mr. Law & Order himself in hun gelederen.
Voor de show stond de gevierde opper-bromsnor ook nog wat genadeloze zero-tolerance-aanwijzingen te geven aan de dienstdoende agenten en stewards (zie foto) - kortom, de Robin van Persie-tribune kon rustig slapen.
Wie schetst echter de verbazing van mij en meneer Wijker, toen bleek dat links en rechts om ons heen, jeugdige Excelsior-knaapjes doodgemoedereerd dikke joints stonden weg te toeteren. Wij voelden ons natuurlijk vreselijk bedreigd door deze gevaarlijke drugsklanten, maar... onze spierballenminister greep helemaal niet in!
En het werd nog erger, want toen de aanhang van Excelsior buitengewoon onsmakelijke (ofschoon geheel terechte) spreekkoren aanhief tegen het arbitrale trio ("Higler weet de uitslag al"; "KNVB, maffia"; "En steek die vlag maar in je reet"), lachte de anders altijd zo onvermurwbare fatsoensridder Opstelten bulderend van plezier mee.
Sidderend van onveiligheid, en geschokt door zoveel gebrek aan normen en waarden, ontvluchtten meneer Wijker en ik na het laatste fluitsignaal spoorslags dit ongedachte oord van verderf.
******
Excelsior - SC Cambuur, 28 september 2014: 1-1 (1-0), Eredivisie. Toeschouwers: 3.227.
******
(Foto: minister Opstelten handhaaft de orde op Woudestein, althans zo lijkt het in eerste instantie - foto van Rißmann)

rondje langs de velden met Peter Wijker (deel 3 van 5)

De celebs bleven ons dit weekend maar om de oren vliegen.
In Dordrecht bleek ´s avonds gewoon keihard actrice en zangeres Cher een bekennende fan van het sympathieke FC Dordrecht.
Cher had geen enkele moeite met opgaan in de vrolijke kluwen diehard-fans, die achter het doel moedig haar team toezong, de volle 90 minuten lang, ook al was de hoop op zelfs maar een puntje tegen Vitesse al snel verkeken.
"Zijn jullie een stelletje?", informeerde een Dordtenaar belangstellend, nadat meneer Wijker en ik met hem in gesprek waren geraakt.
Deze onverwachte en ook wel wat wonderlijke vraag liet zich verklaren uit het feit dat de Dordtse tribunes regelmatig ook homo´s worden gesignaleerd. "En die schreeuwen net zo hard ´Homo!´tegen spelers van de tegenstander, hahaha!", aldus de hartelijke Dordtenaar.
En we hadden het natuurlijk kunnen weten, met Cher prominent tussen het volk in het stadion.
Mooie club, FC Dordrecht!
******
FC Dordrecht - Vitesse, 27 september 2014: 2-6 (0-2), Eredivisie. Toeschouwers: 3.862.
******
(Foto: niemand minder dan wereldster Cher stond naast Peter Wijker in de rij voor bier met een boordje worst - foto van Rißmann)

rondje langs de velden met Peter Wijker (deel 2 van 5)

Na het avontuur in Eindhoven togen meneer Wijker en ik ´s anderendaags naar Barendrecht, om aldaar dan toch maar eens het amateurvoetbal een kans te geven.
Dit bleek een vergissing.
Moeizaam geschuifel van FC Hellepie tegen VV Weetnie - dat was wel zo ongeveer het beeld dat zich in vertraging ontvouwde op het kunsgrasmatje in Barendrecht, dat werd omzoomd door overwegend stokoude toeschouwers. Petertje en ik voelden ons deze middag wel heel erg jong - dát was dan wel weer eens fijn.
We veerden even op toen vlak achter ons niemand minder dan de legendarische beukspits Geert den Ouden in het gras bleek te zitten. Maar ook Geert kon het allemaal niet aanzien, en sloeg van afschuw zijn hand voor de ogen.
Net als Geert den Ouden laten meneer Wijker en ik de Topklasse voorlopig maar even voor wat het is. En hoe hoog dat vooral bij meneer Wijker zit, bleek na afloop wel, toen hij zijn gevoel over deze wedstrijd omzette in een graffiti-boodscahp, die hij op de parkeerplaats naast het stadionnetje met zijn witte spuitbus op een muurtje kalkte.
******
BVV Barendrecht - Sparta Nijkerk, 27 september 2014: 1-1 (0-0), Topklasse (zaterdag). Toeschouwers: ca. 400.
******
(Foto´s: Geert den Ouden kan het allemaal niet meer aanzien in Barendrecht (boven) * Peter Wijker vindt de pot geen ruk aan, pikt dit niet, en maakt daar een graffiti-boodschap over op de parkeerpaats - foto´s van Rißmann)

rondje langs de velden met Peter Wijker (deel 1 van 5)

Samen met collega-voetbalslaaf Peter Wijker was ik onlangs weer eens een fijn weekendje op voetbalpad.
Dit keer bleven we in Nederland, en we begonnen ons heerlijk weekendje met de zinderende pot tussen FC Eindhoven en VVV op de vrijdagavond, die door de vol hartstocht spelende gastheren nipt werd gewonnen.
Na afloop van het spectakel op het veld werd ik door clubicoon Yvonne meegetroond naar de catacomben van het Jan Louwers Stadion, waar de sympathieke hoofdtrainer Jean-Paul de Jong een exclusieve audiëtie voor mij en meneer Wijker hield.
JP is al vele jaren een grote held van mij, die een hoop zeldzame deugden in één persoon combineert: als sportman altijd voorop gaan in de strijd, met toewijding, passie, loyaliteit en strijdlust - maar daarnaast ook als mens toegankelijk, geen poespas, en in voor een geintje. Zo lopen er niet veel rond.
JP en ik haalden gouden herinneringen op aan zijn glorie-tijd bij FC Utrecht, inclusief vertoning (op de laptop van JP zelve) van de diverse guitige optredens in tv-spotjes waarin JP destijds links en rechts opdook.
Compaan Wijker, doordeweeks bevlogen trainer van een roedel F´jes bij het Groningse v.v. Helpman, kon tussendoor zijn visie kwijt op tactiek en wedstrijdmentaliteit van FC Eindhoven - JP hoorde het allemaal geduldig aan, wat meneer Wijker allemaal aan tactische praatjes raaskalde: van W-systeem tot Kerstboomformule, en van knijpende backs tot bijtende spitsen. Er werden weliswaar geen aantekeningen gemaakt, maar JP hing in opperste concentratie aan zijn lippen.
Hoogtepunt van deze zonnige ontmoeting was echter het moment waarop ik fijntjes opmerkte dat JP en zijn ploeg de punten vandaag in Eindhoven hadden weten te houden, simpelweg omdat FC Eindhoven vandaag baas in eigen huis was.
"Hé... schrijf die maar op!", instrueerde JP gedecideerd zijn achter hem gezeten assitent.
Als Eindhoven straks in mei via de na-competitie promoveert, en het Eindhovens Dagblad kopt dan trots ´FC Eindhoven baas in eigen huis!´, dan weet u waar JP het vandaan heeft.
******
FC Eindhoven - VVV Venlo, 26 september 2014: 1-0 (1-0), Jupiler League. Toeschouwers: 2.774
******
(Foto: de kroonprins van het Nederlandse trainersgilde (rechts) en zijn trouwste aanhanger (links) - foto van Peter Wijker)

maandag 24 maart 2014

Daryll-Ann & ik * ik & Daryll-Ann (deel 2)

In januari 2000 stond ik er goed voor - als muzikant maakte ik stappen, maar ook persoonlijk zat ik alleszins redelijk in mijn vel. Om met dat laatste te beginnen: ik was erg opgelucht dat we met z´n allen de millenium-bug overleefd hadden. Hoewel ik inmiddels gestart was met een intensieve angst- en paniekbehandeling in Deventer, was ik toch verschrikkelijk bang geweest voor het alom voorspelde armageddon dat op hol geslagen computers wereldwijd zouden ontketenen bij de overgang van de 20e naar de 21 eeuw. Op oudejaarsavond, nog net in 1999, had ik in de hoedanigheid van mijn alter ego Wendy van Diepen een vrolijke bingo-avond gepresenteerd in het pittoreske Zutphen. Althans, het was een uitgelaten boel voor de gasten, die tussen het ratelen van het bingoballetjesrad door ongeremd dronken werden, de polonaise afwisselden met de Roda-rups, en enkele verhitte heren zelfs niet schuwden om hun decente presentatrice Wendy van Diepen ongegeneerd in haar billen of nepborsten te knijpen.
Dat leidde allemaal wel een beetje van de ondergang van de wereld af, die avond, en met bovendien het nodige pillenwerk had ik de allerscherpste randjes van mijn Einde Der Tijden-verlamming wel af kunnen veilen. Maar het bleef, desondanks, al die lange uren voor mij in die Zutphense bingo-hut toch een beklemmende variant van die Titanic-film waarin Kate Winslet en Leonardo DiCaprio in opperste romantiek de tijd van hun leven hebben, maar wij als kijkers lang en breed aan zien komen dat het straks voor hen keihard pompen en verzuipen wordt.
Ook het probleemloos verstrijken van middernacht stelde Wendy van Diepen niet gerust - pas nadat ook alle andere stukjes van de wereld, die ons uur na uur volgden in de eeuwwisseling, zonder brokken in 2000 waren beland, viel er een loden last van de ranke meisjesschouders van Wendy. Ik viel in een peilloos diepe slaap waar ik pas ver in de loop van 2 januari uit ontwaakte.
Gesterkt door het overleven van de millenium-bug, en met mijn debuut als muzikant in Paradiso in het vooruitzicht, stortte ik mij in de eerste weken van 2000 op mijn drumwerk voor Tunnelfist, de compromisloos harde shockrockformatie waarmee ik inmiddels enkele jaren aan de weg timmerde. Goed, het ging ´slechts´ om een optreden in de bovenzaal van de Mokumse poptempel, maar toch: een gig in Paradiso, dat kun je lekker bijschrijven op je palmares.
Naarmate de dag van ons Paradiso-optreden naderbij geraakte, sloop in mij weer het vergif van de angst en de paniek. Ik had de pillen alweer klaarliggen. Ondertussen prevelde ik als een op hol geslagen paardenfluisteraar 24 uur per dag het mantra ´ik kan het, ik ben een goeie drummer´ voor mij uit.
Er zou die nog een band vóór ons optreden in de bovenzaal, zo had de programmeur ons laten weten. We hadden dus, zo grapten we voor onszelf, zelfs een voorprogramma tijdens ons debuut in Paradiso!
Dat voorprogramma bleek, toen we die avond met onze backline en andere reut arriveerden, Daryll-Ann te zijn. Ze hadden al afgetikt toen wij aankwamen, en ik herkende ze direct. Er ging toch wel even een steek door mijn hart. Daryll-Ann... dat telefoontje van zes jaar terug, Britste tour, Pinkpop... maar ach, dacht ik daarna grimmig, nu heb ik ze met Tunnelfist toch maar mooi ingehaald! Allebei in Paradiso, maar zij als het voorafje, en wij als de hoofdact. Ha!
Na deze even onredelijke als verkwikkende gedachte nam de spanning weer bezit van mij en begon het lange bibberen totdat ik op kon gaan bouwen, dan wachten, en daarna eindelijk mij ei leggen.
Zoals dat meestal ging, viel binnen enkele minuten na het aftikken alle stress van mij af, stopten mijn handen met trillen, en ranselde ik de pannen van het dak. Onze show, die we live lieten opnemen, liep als een trein en onze massaal uitgerukte aanhang brulde luidkeels mee met onze strak voorbijstampende songs. Ik voelde me gelukkig en machtig achter mijn ketels.
Nadat alle kruitdampen waren opgetrokken, en de hele backline alweer ingepakt klaarstond, zwierf ik, licht in mijn hoofd, nog wat door het gebouw. Beneden, bij de ingang naar de grote zaal, liep ik eerst de zanger van Daryll-Ann, Jelle, tegen het lijf. Hij stond stil tegen de wand, keek niet op of om, was diep in zichzelf verzonken en duidelijk vervuld van Weltschmerz van de allerergste soort. Een paar meter verder trof ik onze bassist Louis, in een verdrietig gesprek gewikkeld met een jongedame die hem recent heel ruw het hart had gebroken. Beide heren hadden het niet makkelijk, constateerde ik meelevend, en zweefde daarna op mijn pillenroes terug, naar de bovenzaal.
Enkele maanden verscheen DA Live, het zeer succesvolle live-album van Daryll-Ann, opgenomen op de avond waarop zij ons voorprogramma hadden verzorgd in Paradiso.
******
(Afbeelding Wendy van Diepen: detail uit schilderij van Floor Bos - foto van Rißmann)

maandag 17 maart 2014

Daryll-Ann & ik * ik & Daryll-Ann (deel 1)

Twintig jaar geleden kruiste Daryll-Ann voor het eerst mijn pad. Ik kreeg op een grauwe maandagmiddag een telefoontje van een jonge gast, die zich voorstelde als de manager van de band. Van Daryll-Ann had ik wel al wat gehoord bij de VPRO, en over ze gelezen in OOR. Het leek me nogal een intellectuele club die moeilijke Beatles-muziek maakte waar je je leesbril bij moest opzetten, onderwijl bedachtzaam lurkend aan een pijp. Ik vond Daryll-Ann dan ook helemaal niks.
“Ik heb begrepen dat jij wel een aardige drummer bent, en nu zitten wij zonder drummer. Met een tour naar Engeland voor de boeg. En nu dacht ik...”
Slik.
Ik was inmiddels een jaar of zes met bandjes in de weer. Eerst als bassist van Reeds! (atonale toestanden ergen
s tussen Velvet Underground en Sex Pistols in), en daarna als drummer van Magicians, waarmee ik op dat moment driftig probeerde aansluiting te vinden bij wat wel bekend stond als de Amsterdamse Gitaarscene, ook wel luisterend naar de naam Amsterdamse Gitaarpolitie, met bands als Claw Boys Claw, Tröckener Kecks, Jack of Hearts, en loslopende helden als ex-Fatal Flowers-boegbeeld Richard Janssen. Zo hingen we bijna dagelijks rond in café De Koe, waar al die mannen met cowboyboots, blousjes met rousjes en verwilderd haar samenklitten, omringd door gewillige meisjes en omstuwd door aankomende rockmuzikantjes zoals wij. En natuurlijk liepen we ook alle andere juiste spots af waar de sterren straalden, zoals OCCII, de Sleep In, en natuurlijk de Melkweg en het heilige Paradiso. We hoopten vurig dat het hielp, wat glitters afvangen van de glans van onze Mokumse rockhelden.
Maar goed, Daryl-Ann aan de lijn dus. Het drong in a split second tot me door dat ik moest zijn opgevallen met al mijn Sturm und Drang achter de ketels van Magicians. Anders had die knaap van Daryll-Ann me nu niet gebeld natuurlijk. En ja, goed, ik was inmiddels wel een gevraagd drummer geworden, ondanks mijn oorspronkelijke reputatie van een plompe houthakker die eenvoudig en bikkelhard de maat sloeg. Ik werd daar wel eens wat meewarig op aangesproken: “Dat stelt dus écht niks voor hè, zoals jij speelt”. Ik werd daar altijd weer onzeker van, als gitaargod zus of zo me dat met een flauwe glimlach op de lippen toefluisterde.
Maar juist dat domweg de maat slaan, of, positief gelabeld, akelig strak spel op de mat leggen, bleek na verloop van tijd juist mijn entreekaartje voor een stek in de betere bands. Door het volledige gebrek aan toeters en bellen in mijn spel bood ik maximale ruimte aan zang en melodie. En daarbij konden het hele spul ook nog eens comfortabel leunen op mijn mathematisch rechte klappen. Zo werd mijn tekortkoming mijn wapen.
Maar jeetje... een tournee naar Engeland... o hellepie... dat durfde ik allemaal niet! Niet alleen werd ik al jaren geplaagd door een verlammende reisfobie van-heb-ik-jou-daar (Dennis Bergkamp was er niks bij met zijn vliegangst) - ook deed ik het dun in de broek bij het idee dat ik straks door die pure profs van Daryll-Ann alsnog keihard zou worden ontmaskerd als knoeipot zesde klas.
Kortom: wég zelfvertrouwen, bij de gedachte alleen al dat ik dit rock-avontuur aan zou kunnen gaan - iets waarvan ik als jongetje juist altijd had gedroomd.
"Sorry vriend", hoorde ik mezelf droogjes brommen, "maar ik laat mijn eigen band niet in de steek. Ik doe het niet."
"Jeetje. Jammer man."
Enkele maanden later stond Daryll-Ann, aansluitend op haar succesvolle Britse tour, op Pinkpop.
(Wordt vervolgd)

zaterdag 30 november 2013

Eeuwige roem ligt aan de overkant

Na anderhalf jaar en drie mislukte pogingen om samen de 1. FC Kleve te bezoeken - afgelasting, familie-besognes en ziekjes gooiden afwisselend roet in het eten - is het Tertius en mij nu dan toch eindelijk gelukt.
Strak een uur voor de wedstrijd zet Ute mij af op de nagenoeg lege parkeerplaats aan de Stadionstraße. Niets wijst in dit verstilde stukje goudkust van Kleve op een forse toestroom van voetbalfans. Utes Seat rolt de Stadionstraße uit, ik trek mijn capuchon over de kop en begin mijn weg te zoeken naar de lichtmasten van de Volkspark Arena, die hoog boven de huizen van dit wijkje uittorenen.
De huizen van dit heuvelachtige terrein staan zo ongeveer tegen het stadion aangebouwd. Zo kom ik telkens vlak aan de heilige grond voorbij, maar overal stuit ik op gesloten hekken en poorten. Pas na een lange tocht, waarbij ik heuvel op en af ga, bereik ik een parkeerterrein aan de geheel andere kant van het stadion. Daar is volstrekt niets loos, althans wanneer ik naar rechts kijk, waar het stadion ligt. Aan mijn linkerzijde is wat meer leven in de brouwerij - zij het met name bóven de grond, want hier ligt een kerkhof waarvoor een drietal auto`s geparkeerd staat, wat erop wijst dat binnen een handjevol mensen mijmert of treurt om verloren geliefden.
Dan zie ik Tertius in soepele stijl aan komen benen. Kloeke pas bergop.
De begroeting is hartelijk. We hebben elkaar lang niet gezien, en zijn beide blij dat het er eindelijk weer eens van komt.
Vol verwachting snellen wij naar de kassa, waarin al evenmin leven huist als in de honderden graven aan de overzijde.
Dan maar steels het stadion in sluipen, besluiten wij, als wij zien dat een toegangshek een metertje open staat. We kunnen tot onze stomme verbazing zomaar het veld oplopen in het stadion van deze Regionalliga-club. Niemand die ons terugfluit. Maar ja, er ís ook niemand.
"Gaat het wel door, Tertius?", vraag ik benauwd, bang voor een nieuwe sof in onze odysseus naar de 1. FC Kleve.
"Vast wel... we zijn ook wel wat vroeg..."
We besluiten daarom eerst maar het kerkhof een bezoekje te brengen. Over fraai onderhouden paden langs veelvuldig en onnoemelijk leed bereiken wij een ruim opgezette ereplaats voor soldaten die gesneuveld zijn in de Eerste Wereldoorlog. Er liggen en staan verse boeketten en kransen, troostbloemen voor de gesneefde arme drommels van de Grote Oorlog. Blijkbaar was een recent nog een herinneringsbijeenkomst. Wij verzinken beiden in stilte. We lezen de namen van Duitse soldaten, en Nederlandse. Een anonieme Sowjet rust hier ook. Droeve roem die na bijna honderd jaar nog altijd respect afdwingt.
******
In de verte horen wij het doffe bôôkkkk... geluid van bal die door voetbalschoen getroffen wordt - leer op leer. Op zoek naar dat geluid dus.
Opnieuw omcirkelen wij in ruime baan het halve stadion, om dan via een nagenoeg verlaten doorgang bij een piepklein loketje te geraken. Daar blijkt dat wij bij een bejaard stel een kaartje voor 3 euro moeten kopen. Aansluitend sprint de vermoedelijke dochter van de oudjes, die bij de kassa met hen stond te kletsen, voor ons uit om heel officieel ons kaartje te scheuren voordat we een bijveld van het stadion mogen betreden. Ze is charmant en zal straks even bevallig de koffie schenken in de kleine kantine naast het bijveld.
"Spelen ze op het bíjveld?", vraag ik Tertius verwonderd, terwijl ik vaststel dat dit tweede veld tientallen meters lager ligt dan het stadion. Vanaf onze stek bij de mini-kantine kijken we tien meter naar beneden, waar op kunstgras opgewarmd wordt door de beide teams van vandaag.
"Ja jôh... maar dit is dan ook het tweede team. Zeg maar de 2. FC Kleve!", lacht Tertius. "Had ik je toch van tevoren gezegd?"
Was mij compleet ontgaan. Sta ik vandaag naar een twééde te kijken..! Niks maar voor mij eigenlijk, maar ach, nu we er toch zijn... eigenlijk wel lollig, zo´n potje voetbal voor hulpbehoevenden, waarin we onszelf als veldvoetballers van vroeger volop herkennen.
Afgezien van de nummer 7 van de gasten uit Bedburg-Hau, een fijnbesnaarde spelverdeler met een fluwelen trap en akelig precieze voorzetten, is het niveau pover tot zeer pover. De koffie van die leuke dochter is een stuk beter.
"Tja..", peinst Tertius, "voor de eeuwige roem moet je niet hier zijn. Die ligt hier aan de overkant."
******
1. FC Kleve II - SGE Bedburg-Hau 05, 17 november 2013: 1-1 (0-0), Bezirksliga. Toeschouwers: 50.
******
(Foto´s: een uur voor de aftrap is er nog geen stormloop op het loket voor wedstrijdkaartjes * via een melancholiek pad verlaten wij het stadionterrein weer * op het prachtige kerkhof aan gene zijde van het stadion valt een indrukwekkend eerbetoon aan gevallen soldaten uit WO I te bewonderen: 'Ich hatte einen Kameraden' * weer terug in het rijk der levenden kijken wij vanaf grote hoogte, welhaast vanaf een wolk, neer op het roemloze gespartel van 1. FC Kleve II - foto´s van Rißmann)

zondag 10 november 2013

Handtekening van Diego

Afgelopen vrijdag hadden Phil en ik voor De Roodbroek een fantastisch interview met Haarlem-legende Gerrit Peijs (maar liefst 368 keer in Haarlem 1, alleen Beer Wentink en Piet Groeneveld gingen daar overheen). Aanvankelijk hield de voormalige roodblauwe ijzervreter de boot een beetje af toen we hem benaderden voor een vraaggesprek. Peijs vreesde dat we alleen maar jubelverhalen uit het nostalgische verleden wilden horen, en dan had hij er eigenlijk niet zo veel trek in. Toen hij echter vernam dat recent nog Misha Salden enkele flink kritische noten had gekraakt in het interview dat wij met hem hadden gedaan voor De Roodbroek, en dat wij dat bovendien heel interessant hadden gevonden, sloeg de stemming bij Gerrit Peijs acuut om: "Okee, ik doe mee!"
Aan het einde van een uitermate genoeglijke ontmoeting met onze Haarlem-held kwam onvermijdelijk even de verleiding bij mij bovendrijven om meneer Peijs nog om zijn handtekening te vragen. Je wordt immers toch weer even dat knulletje van 14 als je daar tegenover een van je grote voetbal-idolen zit. Maar net zoals tijdens eerdere interviews met grootheden als Joop Böckling en Alwin Leysner, wist ik me toch te beheersen: niet om een handtekening vragen, kom op Rißmann, dat kan écht niet meer hoor!
Des te grappiger was het dan ook toen ik mij, eenmaal thuisgekomen, plots bedacht dat Gerrit Peijs zijn mailadres voor me op een briefje had geschreven... had ik dus tóch min of meer zijn handtekening gekregen - zonder erom te hebben hoeven vragen!
Diezelfde nacht hield het thema handtekeningen vragen me kennelijk nog altijd bezig want ik droomde dat ik mij met een blocnote in de hand bij de spelersbus van Bayern München posteerde, vastbesloten om de kittige linksback Diego Contento een krabbel te ontfutselen.
Nu heb ik niets, maar dan ook he-le-maal niets met Bayern - wél met die guitige eeuwige reserve-verdediger.
(Onbegrijpelijk lijkt het, dat de zwaar getalenteerde Contento maar op de bank blijft plakken bij Bayern. Maar allez, Diego is natuurlijk wel geboren en getogen in München - dat bindt hem, de club en de fans in de stad enorm).
Ik weet niet wat ik precies aan en door elkaar hebt geknoopt in deze droom, maar aardig is het wel om te merken dat je toch altijd een beetje dat kind van vroeger blijft.
Ik beloof dan ook plechtig, dat ik voor Diego Contento die ene keer mijn volwassen principes zal laten varen als de spelersbus van Bayern bij mij in de straat stopt: "Herr Contento, können Sie mir ein Autogramm geben?"
******
(Foto van Gerrit Peijs door Rißmann)

Valeriy Sitalo, onze man of the match

Zoals gebruikelijk zijn Adje ik ruim van tevoren present in het stadion. Vandaag een uur voor aftrap. We krijgen daardoor royaal de gelegenheid om ons te vergapen aan de welhaast zinderende warming-up van de doelmannen uit Karagandy, onder leiding van de ons onbekende, maar in ieder geval uitermate gedreven keeperstrainer Valeriy Sitalo. Ze zijn al eventjes bezig als wij ons rond achten als toeschouwers melden en houden pas op het allerlaatste moment met hun oefeningen op. Er is dan minstens een uur keihard voorbereidend gewerkt door oom Valeriy en zijn neefjes.
Ademloos zien wij tussen acht en negen hoe Valeriy Sitalo de beide doelwachters uit Kazachstan als een bezetene met strakke pegels bestookt, verdekt op ze schiet na een trits kolderieke schijnbewegingen, jongleurtrucjes vloeiend met ze doorneemt (voor het beeld hierbij: denk aan een zeehond die een balletje met zijn snuit hooghoudt, en dat dan met drie balletjes, in een moordend tempo), en telkens wisselt van het ene doel naar het andere. Tussendoor knuffelt en schouderklopt Sitalo er lustig op los met zijn keepersduo. De beide heertjes sluitposten van dienst komen werkelijk niets te kort.
Allemachtig, wat een kerel, die Sitalo. Hij straalt brandende gretigheid uit, heeft imposante looks en wij begrijpen niet waarom hij niet gewoon zelf in het hok gaat staan, straks tegen AZ.
Nog voor de bal gaat rollen, weten wij al dat Valeriy Sitalo onze man of the match is. En inderdaad houdt zijn afgetrainde beschermeling Stas Pokatilov het doel van Shakter lange tijd schoon met soepele en katachtige saves. Pas na een krap uur capituleert hij, voor een stevige dwarrelbal van Celso Ortiz. Wellicht had hij zelfs 90 minuten lang de nul kunnen houden als zijn ploeg voor de wedstrijd haar goede gebruik van schaapje slachten op de middenstip had mogen doorvoeren. De UEFA liet deze creatieve wijze van het aanroepen der Goden echter niet toe.
Maar nóg zekerder van een zwaarbevochten 0-0 was Shakter ongetwijfeld geweest als de oude Sitalo zelve ten strijde was getrokken tegen AZ. De mysterieuze keeperstrainer, die in zijn actieve carrière nooit verder kwam dan een handvol wedstrijden in vage Oostblok-competities, had daarmee als 43-jarige wellicht van mysterieuze naar magische proporties kunnen groeien voor het oog van voetbalminnend Europa.
Dat gebeurt vandaag helaas niet, en het zal wel nooit meer gebeuren ook voor de oude Sitalo. Adje en ik koesteren onze fraaie keepersontdekking echter niet minder bewonderend voort, in alle stilte van de anonimiteit rondom dit mysterie uit het Oostblok.
******
AZ - Shakter Karagandy, 7 november 2013: 1-0 (0-0), groepsfase Europa League. Toeschouwers: 9.778.
******
(Foto´s: Valeriy Sitalo, zó druk aan het werk met zijn twee pupillen, dat hij nauwelijks goed te fotograferen valt - foto´s van Rißmann)

woensdag 6 november 2013

Met JP naar de top

Toen afgelopen voorjaar bekend werd dat FC Eindhoven in zee zou gaan met de debuterende hoofdtrainer Jean-Paul de Jong, meldde ik subiet aan mijn Eindhovense connectie Yvonne dat ze de champagne alvast koud kon zetten. Want met JP aan de macht kon FC Eindhoven de promotie eigenlijk nauwelijks ontgaan.
Nu roep ik wel eens vaker wat. Uit enthousiasme. Optimisme ook. Euforie. Dat weet Yvonne. Ze reageerde lauwtjes op mijn jubel. Het afgelopen rampseizoen van haar FC lag nog te vers in het geheugen.
Maar zie: op een derde van de competitie draait FC Eindhoven keihard mee boven in de Jupiler League. Mijn Utregse idool JP heeft de wind eronder. In de zeilen ook.
In het bekerduel tegen het dolende NEC is niet zo veel te zien van het het dwingende Sturm und Drang-voetbal dat voetbalgod JP dagelijks predikt in het Eindhovense. Wellicht zenuwen bij de jonge spelersgroep. Het is ook al zó lang geleden dat Eredivisie-voetbal vanzelfsprekend was in de blauwwitte tempel van de FC. En dan imponeert zelfs het bezoek van de hekkensluiter van de Eredivisie.
Na afloop van de wedstrijd, die nipt met 0-1 verloren gaat, kaarten Yvonne en ik met de club-archivaris na in de catacomben van het Jan Louwers Stadion. Uit mijn ooghoeken zie ik twee keer een getergde JP voorbij benen. Met gramstorige kop op de weg naar de persconferentie, en tien minuten later weer terug, nu met opgeheven doch onverminderd toornig hoofd.
JP is duidelijk niet tevreden met 0-1 tegen een Eredivisionist. JP had gewoon door willen bekeren, en hij weet dat het gekund had. JP is namelijk een winnaar. En daarom ploppen straks in mei of juni de kurken in Eindhoven.
******
FC Eindhoven - NEC, 29 oktober 2013: 0-1 (0-1), 3e ronde KNVB-beker. Toeschouwers: 1.314.
******
(Foto´s: stilleven van de administratie van FC Eindhoven * op weg naar huis haal ik de spelersbus van NEC in, de koplampen schijnen tevreden in mijn achteruitkijkspiegel - foto´s van Rißmann)

zondag 27 oktober 2013

Daar boven op die berg

We zijn helemaal dol op voetbal en daar hebben we echt veel voor over. Dat mogen wij graag tegen elkaar zeggen, tegen onze volgers ook, en we maken het ook écht waar.
Het offer is vandaag echter wel érg groot. Maar okee. Het gaat hier wel om de Betzenberg.
Na een lange, lange autorit parkeren we aan de uiterste periferie van Kaiserslautern. Vanaf daar volgt een lange, lange pendelbustocht naar de voet van de Betzenberg. Plus een lange, lange mars door een woud, temidden van in alle hoeken en gaten zuipende en pissende supporters. Arme bomen.
En dan nog die Betzenberg op.
Maar ook dán ben je er nog niet. Want het stadion is gebouwd op een krappe berg. Dat leidt tot nauwe doorgangen rondom het stadion, waar wij bijna helemaal omheen moeten.
Hijgend slepen wij ons buitenom, maar dan opeens weer binnendoor, door een overbevolkt horeca-gewriemel van jewelste. Wie hier een broodje besteld heeft, moet het in de lucht houden om niet elke seconde met zijn lekkers tegen iemand op te botsen.
Help...
Oude angsten spelen op. Sigourney Weaver in Copycat. Wanhopig, duizelend, gevloerd, machteloos spartelend op de grond.
Wat een hel.
Maar dan ineens de rust, bovenin de top van het eivolle stadion.
Een eenzame man, met zelf meegenomen boterhammetjes en appelsap zit erbij alsof hij naar Almere City tegen Jong FC Twente zit te kijken.
Paniek ebt weg.
******
1. FC Kaiserlautern - Karlsruher SC, 20 oktober 2013: 2-2 (1-1), 2. Bundesliga. Toeschouwers: 45.293.
******
(Foto: eenzaamheid in het nagenoeg uitpuilende stadion van Lautern - foto van Rißmann)

Proost op de ICE

Met de ICE zoeven Martin, Peter en ik van Köln naar Frankfurt. Met 300 kilometer per uur. En een drankje aan boord. Niemand de Bob. Daar kan geen bolide tegenop.
De fans in Frankfurt zijn luid. Dat is fraai.
Wel is dit helaas een hopeloze zaadpot.
De bierkraan is echter geduldig.
Oudere vrouwen bestoken ons op het station van het vliegveld van Frankfurt.
Wij weren ons dapper.
******
Eintracht Frankfurt - 1. FC Nürnberg, 19 oktober 2013: 1-1 (0-0), 1. Bundesliga. Toeschouwers: 50.200.
******
(Foto´s: Peter Wijker zwicht op Frankfurt Flaghaven voor de immense druk van een vrouwelijke fan * stevige spandoekenkritiek op de FIFA van de politiek bewuste Frankfurtse aanhang * Fans ohne Ende in Frankfurt - foto´s van Martin van Geel (midden en onder) en Rißmann (boven)

Het is goed

In ´s-Hertogenbosch
Is het zo donker
Tijden weleer
Kunnen niet meer
Maar wanneer je vrede voelt
Met klein geluk
Dan is het goed
******
FC Den Bosch - Excelsior, 18 oktober 2013: 3-2 (2-2), Jupiler League. Toeschouwers: 3.294
******
(Foto´s: in ´s-Hertogenbosch stralen de sterren * de fanatieke aanhang wijst de spelers van FC Den Bosch zowel in de eerste als tweede helft de juiste weg naar het vijandelijke doel - foto´s van Rißmann)

50 jaar Telstar

Samen met quasi-Telstar-hater Phil (als voormalig West-sider van allure móet hij wel anti-Telstar zijn) bezoek ik onder een huilende hemel de club die gedoemd lijkt om tot aan het einde der tijden in de Eerste Divisie te blijven ronddobberen.
Telstar.
Maar Telstar dobbert niet zomaar rond in de tweede profklasse - dat doet de club met genoegen. De vijftigjarige jubilaris is gezond, blij, en wars van ambities. Daar kan menig boedist nog een puntje aan zuigen.
Door het venster van de knusse supporterskantine staar ik over het verregende veld waar ik ooit een proefwedstrijd mocht spelen voor de reserves van Telstar. Ik was bij SVJ wekelijks in touw als veelbelovende linkshalf, maar speelde in die ene testmatch onverwacht laatste man. Als een toen al ouderwetse Ausputzer regisseerde ik mijn verdediging van twintig meter achter mijn voorstopper, en kapte ik á la Epi Drost de spits van de andere ploeg gelukszoekers een keer of drie uit. Dat was echter niet niet wat trainer Cor van der Hart wilde zien - hij zocht een moderne libero die zijn defendie op één lijn liet spelen.
Einde uitzicht op profloopbaan.
Als professionele liefhebbers laven Phil en ik ons dik 25 jaar later aan een waterballet op het veld, dat weemoedige herinneringen oproept aan Real Zaragoza - Ajax.
Achter ons zit een merkwaardige combi van een knulletje van 10 en een hitsige dertiger, die het duidelijk voorzien heeft op de moeder van deze minderjarige. Hete Henk heeft de kleine overduidelijk meegenomen om een goeie indruk te maken die moet leiden tot innige taferelen met mams. "Zeg straks maar tegen mamma dat ik het héél gezellig zou vinden om weer eens bij jullie te komen eten!"
Gezellig eten, ja ja. Met moeders als overheerlijk toetje.
En de regen, ze klatert vrolijk voort op de tijdloze voetbaltempel van Velsen.
******
Telstar - Helmond Sport, 13 oktober 2013: 2-3 (1-2), Jupiler League. Toeschouwers: 1.563.
******
(Foto´s: voor de wedstrijd wordt nog even een fris Telstar-hagelwit lijntje getrokken * striemende regen zorgt voor een melancholieke sfeer vanuit de warme, droge kantine - de klassieke score-korfjes van Telstar liggen her en der verwaaid * deze dappere ballenjongen (zijn functie staat groot op zijn buik en borst gekalkt) kreeg 90 minuten lang geen bal te doen * het elektronisch scorebord staat na 38 minuten stoïcijns op 0-0 en negeert daarmee dat Helmond Sport al twee doelpunten heeft gemaakt - de korfjes die op de ouderwetse wijze de score duiden, doen het overigens wel gewoon - foto´s van Rißmann)

Gouden Dageraad in Alkmaar

Hoewel hij in een ander vak zit dan Adje en ik, hebben we toch een hoop contact met onze maat Louis, die na vele jaren van mokkige absentie weer terug is gekeerd in de warme schoot van AZ. Louis is ooit afgehaakt toen Theo Vonk als trainer de dienst uitmaakte, in de Alkmaarderhout nog. Vonk had niet alleen oud-trainer Piet Schrijvers kapotgemaakt, wat Louis op zichzelf al onvergeeflijk vond, maar ook nog eens de club gebruikt als vehikel voor duistere spelerstransacties waarvan Vonk persoonlijk financieel beter werd.
Daar moet je bij Louis niet mee aankomen.
Maar de tijd heelt alle wonden, en nu zien we Louis schuin aan de overkant springen en zwaaien naar ons. "Even de Gouden Dageraad fotograferen", sms´t hij me, en ik zie hem langs de lange zijde richting uitvak benen. Adje en ik schateren om Louis´ vondst om de fanatieke kluit Grieken in het uitvak om te dopen tot Gouden Dageraad. Er zit ook echt wat in, Gouden Dageraad. Want wat zijn ze woest en door het dolle heen, al die uitzinnige PAOK-ultra´s. Ze hangen in de hekken, dreunen tegen het perspex en dagen de brave dames en heertjes van het AZ-publiek met wilde gebaren en hete liederen uit.
Maar daar moet je bij de Kaaskijkers niet mee aankomen.
Het nette Alkmaarse voetbalvolk is meer bezig met het pardoese vertrek van Gertjan Verbeek. Bedaagd wordt het wel begrepen maar niet gesnapt, dat Verbeek de laan uit is gestuurd. Ieder jaar Europa in, de beker gewonnen, geflirt met een landskampioenschap - hij heeft toch wel wat gepresteerd, die Verbeek. Maar ja, wel een keiharde tiran.
En met tirannen moet je in Alkmaar niet aankomen.
Langs de lijn is mijn oude Haarlem-held Martin Haar de verantwoordelijke man, niet voor het eerst als interim voor AZ. Ik gun de sierlijke Haarlem-vedette van weleer deze uren van stralen als eerste man. Wel is het jammer dat zijn zoon Dennis Haar zich probeert te profileren als gezaghebbende trainerbelofte voor de toekomst door herhaaldelijk opzichtig en driftig de dugout uit te stormen, in de hoop dat de camera´s hem registreren. Dat is het verschil met zijn vader: Haar senior heeft dat allemaal niet nodig. Die koestert zijn werk in de schaduw, met af en toe een zonnetje op zijn bol als er weer een trainer uitvliegt, en hij een paar weekjes in de spotlights aan de touwtjes mag trekken. En dan weer lekker terug de schaduw in.
Juist daarom is Martin Haar mijn ster, en zal zoon Dennis dat nooit worden voor mij.
******
AZ - PAOK Saloniki, 3 oktober 2013: 1-1 (0-0), groepsfase Europa League. Toeschouwers: 10.761.
******
(Foto´s: de bloedfanatieke aanhang van PAOK: de Gouden Dageraad (foto van Louis Kossen) * Salpi heeft het weer gedaan: 1-1 (foto van Rißmann)

zondag 29 september 2013

Eens per jaar

Eens per jaar zindert Nijmegen van spanning voor de traditionele burenruzie met Vitesse in de Goffert.
Eens per jaar moedigt het thuispubliek NEC óók aan wanneer de ploeg achter staat.
Eens per jaar tonen schoolgaande jongetjes ("Dat doen ze anders nooit, mevrouw") middelvingers naar het uitvak. Bijbehorende pappa´s vinden dat goed. Een enkele pappa vindt dat zelfs héél goed.
Eens per jaar stijgt NEC boven zichzelf uit. Vandaag ook weer.
Eens per jaar die bomvolle hut.
Eens per jaar een onvergetelijk spektakel. De stukken vliegen er dit keer ook weer vonkend vanaf.
Het is zwaar smullen geblazen voor de liefhebbers.
Maar dan gaat iedereen toch heel boos naar huis als het dappere Eniesee in extremis dan toch ten onder gaat.
Wegwerpgebaren, nijdige lichaamstaal en seizoenkaarten die cynisch en luidkeels ter overname aan worden geboden.
Treurig slotakkoord.
Nergens goed voor.
******
NEC - Vitesse, 29 september 2013: 2-3 (1-2), Eredivisie. Toeschouwers: 12.500.
******
(Foto´s: vol verwachting klopt ons hart: de serpentine-kanonnen spuwen dat het een lieve lust is tijdens de opkomst der gladiatoren * fraai stukje huisvlijt van de Nijmeegse fanatics * ijskoud legt Theo Jannsen aan voor de pingel die een 1-2 voorsprong voor Vitesse op gaat leveren - foto´s van Rißmann)