zondag 9 december 2012

In den ban van Abe

Slechts enkele weken nadat we met een heleboel Haarlem-suppoters, bloggers, journalisten en andere voetbalromantici de levende snor-legende Abe van den Ban in het zonnetje hebben gezet in het vervallen Haarlem-stadion, kan ik nog altijd maar nauwelijks bevatten dat ik Hem weer terug heb gezien, en dan ook nog wel In Het Echt... Abe van den Ban! Ik spreek van geluk dat ik Abe als jeugdige fan van de roodbroeken nog twee seizoenen heb zien schitteren op het middenveld van mijn Haarlemse favorieten. Voor dat schitteren moest je overigens wel oog hebben: Abe was geen man van spectaculaire pegels of omhalen, en ook al geen schopper of theatermaker. Veel meer was hij de strateeg die het middenrif met stille kracht controleerde, strooide met ragfijne steekballetjes, er op los stofzuigde alsof er niet al een Willy van de Kerkhof bestond, en continue in beweging leek te zijn. Ik smaakte zelfs het bijzondere genoegen, een doelpunt van de zelden scorende Abe live mee te mogen maken:in de thuiswedstrijd tegen Helmond Sport op 3 september 1980. Het werd die dag uiteindelijk 3-1 voor mijn helden, en naast Abe troffen ook Ruud Gullit en Jopie Böckling doel. Ik herinner mij de goal van Abe als zodanig eerlijk gezegd niet meer - wel zie ik nog scherp voor me hoe hij als een magneet een kluit jubelende teamgenoten naar zich toe leek te zuigen. Volgens mij was de hele ploeg hartstikke blij dat de ultieme teamspeler Abe er eindelijk zelf ook weer eens eentje had mogen maken! Ruim dertig jaar later lijkt Abe van den Ban zowel gevleid alsook verbaasd over zoveel aandacht en verering voor zijn persoontje. Herhaaldelijk wordt verwezen naar zijn legendarische snor, die hem inderdaad een ongekende beroemheid heeft bezorgd in de voetbalwereld, tot zelfs heel ver over onze grenzen. Ook ik viel als voetbalplaatjes sparend jochie als een blok voor zijn betoverende looks, maar zeker ook vereerde ik Abe van den Ban voor zijn lepe spel en zijn grote opofferingsgezindheid. De eer van een hele middag rondom Abe kwam hem volledig toe, en ik genoot van het plezier dat hij er in had. Ik was te bleu om Abe om een handtekening te durven vragen, maar wat geheel onverwacht wél lukte, was een klein eerbetoon brengen aan de maestro, toen de eerste vraag werd gesteld in een quiz over de carrière van Abe. De quizmasters daagden de eivolle kantine van Haarlem uit, zoveel mogelijk spelers op te noemen, waarmee Abe in zijn profloopbaan samen had gespeeld. Geroezemoes alom, maar niemand riep een getal. Dan ik maar, dacht ik, en in een flits woog ik de keuze tussen twintig of dertig brullen. Allebei geen probleem voor me, twintig of dertig oud-ploeggenoten van Abe, maar ik besloot bescheiden eerst tot: "Twintig!" Het geroezemoes sloeg om in een soort "Oooeeehhh...", dat kan opstijgen als iemand in een geanimeerd gezelschap wat gewaagds roept. Gewaagd dus, was het blijkbaar volgens deze kantine vol voetbalbollebozen - niemand durfde een tegenbod uit te brengen. " Nou, kom maar naar voren meneer", gebaarde de geamuseerde quizmaster, en zo stond ik daar ineens pardoes vooraan, vlakbij Abe Himself, die ging beoordelen of ik twintig juiste oude voetbalmaten van hem op ging sommen. Tot merkbare verbazing van Abe lepelde ik de ene na de andere juiste naam op uit zijn jaren bij FC Amsterdam en Haarlem, toebehorend aan veelal vergeten idolen als Theo Cornwall, Frits Flinkevleugel, Eef Melgers en Paul de Jong. Lekker langzaam als Zwarte Kip drupten de namen uit mijn stalen voetbalgeheugen, en onder luide jubel bereikte ik de beloofde twintig. Ik glunderde, blij dat ik Abe had kunnen tonen hoe goed ik opgelet had tijdens zijn fraaie loopbaan. Maar ook omdat nu eindelijk eens bewezen was, dat al die nutteloze voetbalkennis in mij bij nader inzien tóch heel nuttig wezen kon! (met dank aan Jan-Jaap van den Berg voor het checken van de juiste data van Haarlem - Helmond Sport)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen