zaterdag 23 februari 2013

Eindhoven zal wezen

Sinds begin deze eeuw bezoek ik ieder seizoen weer enkele malen de fijne volksclub FC Eindhoven, waar het voetbal nog werkelijk van de mensen is. Waar je de spelers tijdens de warming-up bijna aan kunt raken als je langs de boarding staat, en waar de scheidsrechter van dienst tussen het rekken en strekken door vrolijk terugzwaait als je hem vriendelijk succes wenst voor de wedstrijd. En waar de harde kern op de lange zijde lekker stemming maakt voor alle supporters daaromheen, inclusief kinderen en ouden van dagen. Voetbal zoals ik dat nog ken van vroeger, voetbal zoals het bedoeld is. Stipt om 19:00 uur, als de kassa en het stadion zich openen voor de trouwe blauwwitte schare, arriveer ik vandaag bij het stadion. Het is nog erg rustig, en ik kan dan ook parkeren op slechts een steenworp afstand van het Jan Louwers Stadion. Voor de fijnproever staat deze avond een waarachtige Eerste Divisie-klassieker op het programma: FC Eindhoven - Telstar. Beide clubs spelen sinds eind jaren '70 onafgebroken in dezelfde competitie, komen elkaar ieder seizoen weer twee keer tegen en hebben samen dus een indrukwekkende geschiedenis. Deze ploegen kenden vroeger nog echte iconen. Bij Eindhoven speelde legende Henk Bloemers, recordhouder meeste wedstrijden betaald voetbal in Nederland, een slordige 100 jaar in het eerste. En bij de Velsenenaren leek Paul van der Meeren niet uit het doel te branden. In 1991 werd hij nog eens opgetrommeld voor een invalbeurt bij Telstar, als 47-jarige - ook al een record. Dàt zijn nou voetbalhelden. Kom daar nog maar eens om, anno 2013. Vandaag de dag bestaan beide selecties vooral uit jonge tot piepjonge taleten, die het ene jaar door de draaideur binnenkomen om er het volgende seizoen alweer door te vertrekken. Slechts een enkele routinier geeft de teams wat kleur op de wangen. Bij Eindhoven zijn dat oude krijger Theo Lucius, de ervaren doelman Brahim Zaari en de kwikvlugge goalgetter Serhat Koç; bij Telstar de sierlijke technicus Sjaak Lettinga en oude rot Cor Varkevisser. Het dondert allemaal niet, want naar FC Eindhoven kom je in de eerste plaats niet voor topvoetbal, maar voor de ouderwets gezellige voetbalsfeer. En dat begint al bij de kassa, waar Jan mij breed lachend eerst een hand geeft en welkom heet alvorens ik mijn kaartje in ontvangst neem. Bij de frietkraam wordt met harde grappen gesomberd over de treurige laatste positie op de ranglijst, terwijl Anoek mij een patatje-met inschept. Als Anoek even later koffie gaat halen voor haar baas en zichzelf, wordt het opeens een stuk drukker bij de kraam. "Snappen jullie dat nou?", grapt de patatchef ons toe, "ik zou juist wat willen bestellen als Anoek wél achter de toonbank staat!" Ik slenter naar de Noud van Melis-tribune, onderwijl links en rechts stewards en collega-fans groetend, want zo hoort dat hier. Eenmaal bij de tribune aarzel ik waar ik neer zal strijken. Het vertrouwde stekje waar ik altijd de Van Berkeltjes tref, is nog onbezet, maar vlak daarbij zitten nu al wat anderen. En of de Van Berkeltjes vandaag ook aanschuiven, dat is nog maar de vraag. Ik neem daarom maar ergens op de helft van de rangen plaats, er is immers plek zat en wijd om mij heen zit niemand. Tot mijn verbazing komen een vader en een zoon steeds naderbij om dan pontificaal naast mij te komen zitten. Vader kijkt er wat dreigend bij. Het is een beetje alsof je in een late, lege bus zit, er stapt nog iemand in die uit 40 vrije plekken kan kiezen maar uitgerekend precies naast jou neerploft. Zo iemand is gegarandeerd verliefd óf heel erg boos op je - door de war dus, en zeker geen goed nieuws. De vader kijkt mij doordringend aan, loert nog eens naar het kuipstoeltje dat ik bezet, en toont mij dan twee seizoenkaarten. "Als de persoon van het stoeltje waar jij nu zit straks niet komt, dan heb ik er geen moeite mee hoor, dat je hier zit." "Nou", zeg ik zo luchtig mogelijk terug, "wat een bof." Potsierlijke toestand. Je kunt hier een een dubbele flikflak op de tribune doen zonder iemand te raken, maar Bromsnor naast mij houdt vast aan zijn eerlijk gekochte seizoensplaatsje. "Los kaartje gekocht, zeker", moppert hij door. En ook nog: "Ben je hier eigenlijk wel eens vaker geweest" - eigenlijk geen vraag van hem, meer een misprijzend oordeel. "Ik kom hier al twaalf jaar, een keer of vijf per seizoen als het meezit", lispel ik terug. Ik schik mijn Eindhoven-sjawl en tik nadrukkelijk tegen mijn Eindhoven-mutsje terwijl ik opsta omdat opa Van Berkel aan komt kuieren, en ik natuurlijk liever bij hem aanschuif dan nog langer het territorium van die balsturige Ueberfan met mijn aanwezigheid te bederven. Opa Van Berkel begroet mij hartelijk en trakteert mij aansluitend op een tirade tegen de technische staf. Heerlijk ritueel. Geen geslaagde Eindhoven-avond zonder opa Van Berkel die de vloer aanveegt met het beleid van de actuele trainer. Maar ook anderen om ons heen zijn tamelijk verbolgen over de huidige gang van zaken bij blauw en wit. Er wordt gefluisterd dat de spelers dit seizoen expres slecht spelen. Eerst om oefenmeester John Lammers weg te pesten (gelukt!) en daarna om de rest van de clubleiding dwars te zitten. Het zit het fanatieke deel van de altijd zo gemoedelijke aanhang dermate dwars, dat de helft hiervan vanavond uit protest wegblijft. Dat is jammer, want nu zorgen vooral de toeterende en zingende supporters in het uitvak voor de meeste sfeer. Wel vertrouwd is de onderwerpkeuze van de spreekkoren van de wél aanwezige diehards. Wat mij zeer is bijgebleven van een vorig bezoek, toen niemand minder dan Erwin Koeman coach van Eindhoven was, is het hartstochtelijk bezingen van de drie grootste liefdes van de fans, in één klinkende zin: "Erwin Koeman, bier en tieten!" En dat dan eindeloos gescandeerd. Erwin Koeman zal wel een traantje weggepinkt hebben. Deze avond gaat het vooral veel over homo´s. Daarbij betreft het in hoofdzaak spelers van Telstar, maar ook Eindhovense supporters die ver voor het eindsignaal al teleurgesteld opstappen, vallen zonder pardon in deze categorie. Speciaal ervanlangs krijgt ene Maartje, van wie wij uit tientallen kelen luid en melodieus vernemen dat zij hier en daar behoorlijk nat schijnt te zijn. In de pauze krijg ik een heerlijk warm bakkie van een kennis van opa Van Berkel, en voegt ook Yvonne zich bij ons. Haar gemoedelijke en nuchtere kijk op het spel en de resulaten zijn als balsem voor de ziel. Daarmee staat zij model voor de sleutelpassage uit het clublied: "Eindhoven zal wezen, Eindhoven zal zijn". Ofwel: het komt altijd wel weer goed met Eindhoven. De kansloze nederlaag tegen Telstar, 0-2, doet dan ook niet heel erg veel pijn. Er wordt gewoon teruggeklapt naar de Eindhovense spelers die na afloop keurig komen applaudiseren voor ons fans. Trouw bestaat nog. Vervuld en dromerig rijd ik naar huis, door de donkere late avond, gelukkig dat FC Eindhoven nog altijd is, en er zal blijven zijn. ****** FC Eindhoven - Telstar, 22 februari 2013: 0-2 (0-0), Jupiler League. Toeschouwers: 1.862.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen