maandag 10 juni 2013

De bomen schudden nee (deel 11 van 60)

Tussen mij en mijn stiefvader nam de spanning toe. Ik hoorde hem, met mijn oor tegen mijn kamerdeur, bij mijn moeder over me klagen. 'Dat stiekeme jong regelt alles met jou. Ik word overal buiten gehouden.' Sussende woorden van mijn moeder. 'En hij krijgt ook nog altijd het grootste stuk vlees.' Dat was mij nog niet opgevallen. Maar het deed me plezier dat te horen. Net goed! Mijn moeder praatte op de volgende dag op me in toen ik uit school terug kwam. 'Ome Klaas vindt je zo stug en afstandelijk. En hij bedoelt het zo goed met je. Kun je niet wat aardiger voor hem zijn? Gewoon af en toe vragen hoe het op z'n werk was en zo. Okee?' Ik beloofde het. Bij Zandvoort '75 voelde ik me nu helemaal op mijn gemak. Ik genoot van de trainingen van ome Gijs. Geen domme rondjes lopen en opdrukken zoals bij Amerfoortste Boys, maar alles met de bal, alles op techniek. Met links en met rechts liet-ie ons werken, niet alleen je goeie been. Gonzend van voetbalhonger oefende ik mijn zwakkere linkerbeen ook thuis voor de flat tegen een schuurdeur eindeloos met een tennisballetje. Afgewisseld met hooghouden, links, rechts, links, rechts. Na het eten oefende ik op mijn kamer met een stuiterbal mijn reflexen. Op mijn kont zat ik voor mijn opklapbed, het doel. Via de grond gooide ik de stuiterbal tegen de muur en de terugspringende kleine bal ving ik of tikte ik met handen of voeten weg. In de C1 was ik vaste waarde geworden. Ik vrat de spitsen van de tegenstanders op met huid en haar. Zelden kwam er eentje aan scoren toe. We draaiden goed, we waren sterk. Ik was fier. We zouden dat seizoen tweede worden. Voetbal op tv zat er meestal niet in. Daar hield mijn stiefvader niet van. 'Tweeëntwintig gekken die achter een bal aanrennen. Er als er eentje de bal eindelijk de bal heeft dan geeft-ie 'm weer een rotschop en dan rennen ze er weer alle tweeëntwintig achteraan.' Ik zat sowieso niet graag in de woonkamer als hij er was. Dus redde ik me met Langs de Lijn op mijn transistorradiootje. Ik had geluk toen Pim na lang aarzelen een keer een weekend naar Zandvoort kwam. Het was een van de zeldzame keren dat we überhaupt bezoek kregen. Ik was erg blij mijn broer eindelijk weer 's te zien. Hij woonde intussen niet meer bij zijn hospita op kamers. Dat had-ie na een paar maanden wel bekeken, dat rare mens. Ze was begin veertig, alleenstaand en ze had het op mijn broer voorzien. Ze banjerde in een doorschijnende jurk door het huis, stapte met blote borsten zogenaamd per ongeluk niet de badkamer, maar zijn kamer in. Hij kreeg 't er Spaans benauwd van. Gelukkig kon-ie een flatje krijgen in Schothorst. Op de muur in zijn woonkamer schilderde hij met hulp van Joop een hele grote, half openstaande rits. Die rits was symbolisch, legde-ie uit, iets met geslotenheid en eenzaamheid. Ik was trots op mijn kunstzinnige broer. Het weekend liep stroef. Mijn stiefvader had het hoogste woord, mijn moeder lachte maar wat mee en Pim knikte, hmm-de en zweeg verder. Hij was blij toen ik hem voorstelde om samen monopoly te spelen. 'Zo. Ben ik mooi effe van al dat oeverloze gelul van die vent af.' 'Ik weet nog wel wat leuks, voor morgen.' 'Wat dan?' 'Zullen we naar Haarlem-Feyenoord gaan? Dat is niet ver van hier en ze spelen morgen.' Pim dacht even na. Dat gedrang in zo'n stadion trok hem niet zo. Maar het brak de dag wel mooi, de hele dag hier met die ouwelui zitten was ook niet alles. 'Okee dan jochie, dat doen we.' Ik kon bijna niet slapen van opwinding. Ik was al met mijn vader al vaak naar SC Amersfoort geweest, een keertje naar FC Utrecht en zelfs een keer naar Roda JC, toen we logeerden bij tante Daan en ome Kees. Nu gingen we dus naar Haarlem, ik was heel benieuwd hoe het daar zou zijn. Met Pim`s Honda Civic reden we naar Haarlem, zochten en vonden het stadion en konden er tot onze verbazing dichtbij parkeren. We waren keurig op tijd, hoefden niet lang voor onze kaartjes in de rij te staan. We gingen op de westtibune tegen het hek aan staan. We stonden met onze neus vlakbij het doel waar Haarlem-keeper Rob Boersma werd ingeschoten. Het was een zonnige dag. De stadionvlaggen wapperden, hoog boven het veld cirkelden tientallen meeuwen. De tribunes stroomden vol en de wedstrijd begon. Haarlem had geen schijn van kans tegen Feyenoord. Alleen de Haarlem-spelers Wim Balm en Ruud Gullit konden aardig opboksen tegen de gasten uit Rotterdam. Grootste attractie op het veld was Haarlems middenvelder Abe van den Ban, die in het echt net zo'n fraaie grote siersnor droeg als op de voetbalplaatjes. Het eindigde in 0-2 voor Feyenoord, maar het had nog wel erger af kunnen lopen. Het publiek druppelde murmelend het stadion uit. Er viel geen onvertogen woord. De mensen hadden zelfs voor de spelers geklapt na afloop. Dat was toch wel anders dan bij SC Amersfoort. Dan begonnen ze bij de 0-1 al massaal boe en geld terug te roepen. Hier in Haarlem was het anders. Beschaafd en ontspannen. Het beviel me wel. Willem bleef nog bij ons eten en smeerde 'm daarna. Ik was weer alleen met die twee. * Het schooljaar liep langzaam op z'n einde. Mijn moeder en ik werden bij de juf ontboden voor een schooladvies. 'Nou' zei de juf, en daarbij keek ze me vorsend aan, 'eigenlijk zou ik LTS willen zeggen, maar al te handig is-ie ook al niet. Dan wordt wordt 't MAVO. Maar dan zal-ie héél hard moeten werken.' Mijn moeder zette grote ogen op. 'In Amersfoort zeiden ze altijd dat Jeroen zeker naar de HAVO of het Atheneum kan.' 'Doe wat u niet laten kunt' glimlachte de juf en ze haalde haar schouders op. In de klas was ik een beetje bevriend geraakt met een paar meisjes. Christie, Paula en Carola. Carola had sluik blond haar, sproeten en een buitenboordbeugel. Die stond haar prachtig. Ze kon 'm goed hebben, die beugel. Haar bruinleren jack stond haar stoer, dat maakte het plaatje helemaal af. Ik was smoorverliefd op haar. Op een woensdagmiddag kwam mijn kans. Na school bleven we met z'n viertjes nog een halfuurtje nakletsen. De hele school ging over de tong, de ene jongen was nog lelijker dan de ander en het ene meisje nog stommer dan de ander. Wij troffen het maar met elkaar, temidden van zoveel afschuwelijke kinderen om ons heen. Paula ging naar huis, die woonde niet in Noord. Carola en ik gingen de andere kant op, naar de flats in Noord. Christie kwam nog even mee. Hoffelijk liep ik mee tot Carola´s flat, die een paar honderd meter verder lag dan de onze in de Lorentzstraat. Christie stelde grijnzend voor om in de gangen onder de flat, waar de schuren zaten, nog even wat verder te kletsen. Ze had gezien wat er liep, hoe de kaarten lagen, en nu arrangeerde ze een kusplek voor mij en Carola. 'Ik ben met een paar minuten terug.' In het donker van het ondergrondse van de flat keek Carola me dromerig aan. We zeiden niets. Ze leunde tegen de muur, reikte met haar hand. Ze klipte haar beugel af. Heel voorzichtig kwam ik dichterbij. Ze trok me tegen zich aan en drukte haar mond op de mijne. Haar tong was van honing. Ik steeg op naar een wolk waar ik de eerstkomende jaren niet meer van af wilde komen. Ook niet toen Christie zich weer meldde, mij aan mijn arm schudde en licht geïrriteerd zei dat het zo wel genoeg was. ****** (wordt vervolgd) ******

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen