maandag 17 juni 2013

De bomen schudden nee (deel 18 van 60)

Ik had mijn handen vol aan school, Zandvoort'75 en Haarlem. Thuis trok ik me terug in mijn kamer. Draaide plaatjes. Luisterde radio. Hilversum 3 of Langs de Lijn. Las de VI en speelde met smurfen voetbalwedstrijdjes. Vijf tegen vijf. Een klein kleien balletje had ik speciaal voor mijn smurfen op school bij handenarbeid gebakken. Het balletje had ik wit geverfd en daarna voorzien van zwarte stippen. De bal was niet helemaal egaal rond maar rolde toch prima. Doelen had ik gemaakt van opgestapelde gummen en lege doosjes van vulpenvullingen als doelpalen, met een potlood er overheen als lat. Zakdoeken deden dienst als netten. De bedoeling van het spel was, dat de smurfen de bal naar hun medespelers overschoten. Als de bal uitgerold was, was-ie voor de dichtstbijzijnde smurf. Die mocht de bal vanaf de plek waar de bal lag dan weer schieten naar een ploeggenoot. Dat vergde heel veel gevoel en precisie. Was de bal na tal van combinaties aangekomen in de speciale schietzone, dicht bij het vijandelijke doel, dan mocht de smurf aan de bal een schot op doel wagen. Daar ging het natuurlijk allemaal om. Ik speelde in mijn eentje, en bediende dus zowel mijn eigen ploeg Haarlem alsook die van de opponent. Kwam mijn eigen Jopie Böckling in doelrijpe posite te staan, dan volgde een daverend schot waar het hele doel van instortte, liefst met keeper en al. Dat alles begeleidde ik met opgewonden verslaggeving. 'En jaaaaaa hoooooor, Jo-pie Böck-ling doet ' t weerrrrrrrr! 3-0 voor Haarlem dames en heren, Ajax krijgt voetballes aan de Jan Gijzenkade!' Aan de overzijde had Haarlem-keepersmurf Edward Metgod het stukken rustiger. Spitsen van de tegenstander waren vaak al zó door zijn aanblik geïmponeerd, dat ze de bal van angst naast schoven, of niet verder kwamen dan een slap rollertje, waar Edward Metgod niet eens voor hoefde te duiken. Meestal hield-ie zijn doel schoon. Alleen voor een enkele sympathieke tegenstander, zoals SC Amersfoort, FC Utrecht of Wageningen, kon er wel een eretreffertje van af. En uiteraard werd het doel van Edward Metgod nooit aan puin geschoten. * Mijn stiefvader mocht dan tegen mij niet zo aardig zijn na ons uitstapje naar het Blijf van mijn lijf-huis, tegen mijn moeder was-ie poeslief. Elke dag als-ie uit zijn werk thuiskwam, begroette hij mijn moeder alsof ze zonet ongedeerd van een reis naar de Noordpool was teruggekeerd. Een luidkeels 'Ha meissie!' en dan veel smakkerdesmak. Hij vroeg aansluitend omstandig hoe haar dag was geweest en de dozen bonbons en fleurige boeketten waren niet van de lucht. Hij was kennelijk erg geschrokken van de vluchtpartij. Mijn moeder was eveneens nog steeds van slag. Ze was vaak heel ergens anders met haar gedachten als ik iets tegen haar zei of als ome Klaas haar op de bank over haar rug streelde. Ze zag bleek als een vaatdoek, rilde af en toe. Als ik uit school kwam, en ome Klaas was nog niet thuis, dan lag ze meestal op de bank. Als ze niet sliep, dan lag ze diep te zuchten terwijl ze rusteloos haar voorhoofd wreef. 'Mamma..?' 'Laat mamma maar...' 'Wil je thee? Ma? Zal ik thee maken?' 'Nee...' Ze stond moeizaam op, met trillende armen, waggelde naar een raam en keek met holle blik naar de boomtoppen en de donkerblauwe lucht. 'Ik word gek hier.' * Het was zaterdag. Mijn moeder werd inderdaad gek. 's Morgens tegen tienen, toen ik mijn spullen in mijn voetbaltas pakte, hoorde ik hoorde haar hard rondstappen over onze étage. 'Oooooooooowwww...' kreunde ze daarbij voor zich uit. Mijn stiefvader was er niet, die was even naar de winkels bij het station om zijn krant, shag en drie tompoucen te halen. Dat deed-ie sinds het Blijf van mijn lijf-incedent iedere zaterdag, drie gebakjes halen. Juist als mijn stiefvader er even niet was, gedroeg mijn moeder zich de afgelopen tijd steeds een tikkie vreemder. En nu banjerde ze vingerkauwend en klaaglijk jammerend door onze woning alsof ieder moment de hemel op onze kop kon vallen. Haar water kookte over, ze gaf stoom af. 'Ik wor gek jochie, ik wor gék!' Haar ge-was-en-watergolfde haren zaten plat en door de war, haar bloeddoorlopen ogen waren wijd opengesperd en met haar ondergebit beet ze in haar bovenlip, zoals Gene Simmons op de hoes van Dynasty. Ze hipte van haar linkerbeen op haar rechter. Ik voelde paniek opkomen. Mijn moeder werd gek. Wat moest ik nu doen? Ik hoorde de deur. Een zucht van verlichting. Nog nooit eerder was ik zó blij geweest mijn stiefvader thuis te horen komen. Ook hij zag direct dat het mis was. In een laatste poging om tegenover haar man zo normaal mogelijk te doen, stapte ze op hem af om het een zoen te geven. Daarbij duwde ze met haar tong om en om haar boven- en ondergebit uit. Ze schudde van boven tot onder, terwijl ze met een kinderlijk stemmetje 'Ha, Klaas' piepte. Terwijl mijn stiefvader mijn moeder stevig aan haar bovenarmen vastpakte en zacht brommend op haar inpraatte, sloop ik terug naar mijn kamer om mijn voetbaltas verder in pakken. No chance. 'Nelis! Bel jij die klote-voetbal maar lekker af. Je blijft mooi hier.' Met tranen in mijn ogen belde ik meneer Peitsman op. 'Ik kan vandaag niet komen spelen... mijn moeder is ziek en daar moet ik bij blijven...' 'Wat rot voor je, jochie. Nou... geeft niks, we zijn vandaag met z'n veertienen, dus geen man over boord. Beterschap voor je moeder en ik zie je dan volgende week weer, goed?' 'Wel winnen hè...' 'Doen we! Ik legde neer. Achter me draaide mijn moeder cirkels om de bijzettafel. 'Ooooooooooooooowwwww...' kermde ze zachtjes, daarna ging het van 'Aaaaaaaa....waaaaah!' Gelukkig hadden we geen directe buren in Aerdenhout. haar volume werd steeds hoger, in Amersfoort of Zandvoort had ze beslist de halve galerij of straat bij mekaar gebruld. 'Hier die telefoon. Let jij op je moeder.' ****** (wordt vervolgd) ******

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen