zaterdag 1 juni 2013

De bomen schudden nee (deel 1 van 60)

'Dit is ome Klaas, hij komt bij ons wonen.' Mijn moeder keek me verwachtingsvol aan. Ze stond halverwege de woonkamer, links van de bijzettafel. Mijn kleine, nerveuze moeder. Met haar mond open van opwinding. In haar groene jurk met paarse bloemen. Ze wreef haar handen, gebaarde naar de vreemde man die bij ons op de bank zat. Ome Klaas. Komt bij ons wonen. Verbouwereerd nam ik onze nieuwe huisgenoot in mij op. Zelfverzekerde, felle grijze ogen keken me priemend aan. Hij grijnsde naar me. Vastberaden mond, samengetrokken lippen. Ome Klaas had sluik grijs haar en was boven op zijn hoofd al aardig kaal aan het worden. Verder vielen zijn nogal uitstaande oren op. Naast zijn rechter slaap zat een ding dat het midden hield tussen een uit de hand gelopen moedervlek en wild vlees. Op de bovenkant van zijn linker oorschelp zat een vreemd, spits toelopend puntje. Zoals Mr. Spock van Starship Enterprise dat aan zijn oren had. Als geheel deed ome Klaas´ hoofd mij aan een chimpansee denken. Daar had mijn moeder wel iets mee, een beetje aapachtige ooms. Zoals ome Piet uit Lelystad. Een aardige oom, die regelmatig leuke dingen voor mij meebracht. Zoals een elpee van Boney M., Nightflight to Venus. En een mooie miniatuurboot, die ome Piet zelf had gebouwd. Hij had er twee jaar aan geknutseld, was er heel trots op. Maar ik mocht 'm hebben, omdat ik het zo'n mooi schip vond. Ome Piet´s boot stond nog steeds op mijn kamer. Ja, ome Piet, die mocht ik wel. En mijn moeder mocht hem vast en zeker ook heel graag, want ze was regelmatig bij hem geweest in Lelystad. En hij bij ons. Alleen mocht ome Piet niet overdag bij ons aankomen, en moest-ie 's ochtends heel vroeg weer weg. Hij mocht alleen komen en gaan als het donker was. Zodat de buren hem niet zagen. Dat kwam omdat ome Piet zo lelijk was, zei mijn moeder. En omdat-ie zo raar lachte. Ome Piet lachte werkelijk heel vreemd: met z'n tong in de hoek van z'n bijna tandeloze mond maakte-ie een geluid dat een beetje klonk als de lachende Ernie van Sesamstraat: tgg-ggg-ggg-ghih. Alleen lachte ome Piet veel harder dan Ernie. Deze nieuwe oom was duidelijk uit een heel ander hout gesneden dan ome Piet. Zittend op de bank wachtte hij totdat ik naar hem toestapte en hem een hand kwam geven. Hij bleef daarbij zitten. 'Zo, Nelis.' 'Ik heet Jeroen.' 'Zo.' Hij grijnsde opnieuw naar me, wat vriendelijker nu. Daarna deed ik weer een paar stappen terug en staarde van mijn gloednieuwe oom naar mijn moeder en weer terug. Ome Klaas zat op onze bank alsof hij daar al tien jaar zat. In een ruitjesoverhemd, een beige flanellen broek en met grijze sokken in bruinleren sandalen. Jeetje, sandalen. Wat suf. 'Ga je broer maar roepen, lieverd', vroeg mijn moeder, 'dan kan-ie ook met ome Klaas kennismaken.' Automatisch draaide ik me om, liep de kamer uit en ging naar boven. Het was altijd een lastige klus om Pim wakker te maken. Hij wilde nooit opstaan, werd steevast heel boos als ik hem riep. Zelfs als Pim me de dag tevoren expres en met nadruk had gevraagd of ik hem wilde roepen op een bepaalde tijd (want hij versliep zich anders vast en zeker, en dan kreeg-ie weer problemen met zijn chef bij de Erdal) dan nog werd-ie kwaad als ik hem riep. 'Pim. Pimmetje...' Ik schudde zachtjes aan mijn broer, die op een paar flappen rood haar na geheel onder de dekens verscholen ging. 'Muh...' 'Je moet opstaan.' 'Sodemieter op.' 'Ik moet je roepen van mamma. Er is een vent beneden. Die komt hier wonen.' 'Lame met rust. Gezeik. Vent beneden, wat nou weer.... ga weg.' 'Ik ga mamma roepen hoor.' Ik gleed van Pim´s bed af. 'Mamma..!' Ik bleef op de overloop wachten terwijl mijn moeder Pim uit bed praatte. Ik had geen zin om alvast naar beneden te gaan en daar helemaal alleen met die kerel te moeten zitten. Mijn moeder was erin geslaagd haar oudste zoon enigszins tot leven te wekken, en trok hem in zijn pyjama achter haar aan trap af. Ik dribbelde er achteraan, wel benieuwd naar hoe mijn broer zou reageren op ome Klaas. Versuft nog, met dikke ochtendogen en met opgetrokken wenkbrauwen keek Pim naar onze nieuwe medebewoner. 'Zo. Dus jij bent Pim.' zei ome Klaas. Hij zat nog steeds op de bank, met een shaggie in zijn vingers. Nu viel me ook de zegelring aan zijn rechter hand op. Mijn broer bleef in trance staan en zei niets. Hij was nooit zo vlot voor twaalven. 'Akerboom is de naam. Klaas Akerboom.' 'Okee', mompelde mijn broer. 'Nou, ik ga me effe aankleden en zo.' Mijn moeder keek Pim met een zenuwachtig lachje om haar mond na toen hij de kamer uit liep. Ik ging hem schielijk achterna. Terwijl wij de trap op stommelden, hoorde ik dat mijn moeder in de woonkamer uitlegde dat wij wat verlegen waren. Ome Klaas bromde het één en ander terug, maar dat kon ik niet verstaan. 'Wat vind je van 'm?' vroeg ik fluisterend. 'Weet ik veel.' 'Hij trekt bij ons in.' 'Wát?' 'Hij komt hier wonen. Heeft mamma gezegd.' 'Echt? Wat een lijp gedoe. Het wordt steeds gekker.' Pim en ik hielden ons boven maar zo'n beetje schuil die zondag. Mijn moeder probeerde ons verschillende keren naar beneden te lokken. Pim met koffie, die hij mij beval op te halen uit de woonkamer en naar zijn kamer te brengen. Pim zat met zijn koptelefoon op aan zijn bureau muziek te luisteren. Naar Earth & Fire. Hij zat met de hoes van hun plaat Andromeda Girl in zijn handen. Ik wist dat hij niet alleen de muziek van die groep heel mooi vond, maar ook de zangeres. Ikzelf vond de zangeres van Blondie veel mooier. Ik wou dat zij mijn zus was. Mij paaide mijn moeder met boterhammen met dik pindakaas met suiker en een glas melk. Ik glipte de keuken in, haalde mijn buit weg en sloop ook weer naar boven. 'Jeroen?' Ze had me gehoord natuurlijk. 'Kom je straks even gezellig beneden? Lia en Joop komen zo ook even om ome Klaas te zien, ik heb ze net gebeld.' Ik hoorde de deurbel en stond in één sprong op de overloop. Ik ging plat op mijn buik, gluurde om het hoekje en zag mijn zus Lis en haar man Joop binnenkomen. Axel was er ook bij. Hun boxer die altijd tegen je op sprong en heel erg kwijlde. Als-ie z'n kop schudde dan vlogen de slijmspetters in het rond. Maar wel een lief dier. 'Nou ma, vertel 's, wat is dit voor vertoning.' Lia vroeg niet, ze stelde vast. 'Kom nou maar binnen.' Ik dook achter Joop langs de woonkamer in, wilde niks missen. Niemand merkte me op. Ome Klaas zat nog steeds op de bank. Lia bleef dicht bij de ingang van de kamer staan, haar armen voor haar borst gekruist. Joop en Axel bleven achter haar. Mijn zus nam het woord. 'Zo. U bent dus meneer Akerboom. Ik ben Lia en dit is mijn man Joop. Ik ben net door mijn moeder gebeld dat we moesten langskomen om kennis te maken. We vinden het allemaal erg fijn voor u en ma als het zo klikt, maar we horen ook dat u hier gelijk intrekt. Ik moet u eerlijk zeggen dat ik vind dat u nogal hard van stapel loopt.' Voor het eerst zag ik ome Klaas opstaan van de bank. Hij zette zijn handen in zijn zij, zijn ogen vlamden onder zijn gefronste wenkbrauwen. Zijn mond trok even. 'Als jij je moeder het geluk niet gunt, dan is dáár het gat van de deur.' Hij wees dwars door de muur heen naar de voordeur. 'Goedemiddag.' antwoordde mijn zus, draaide zich om en verliet met man en hond ons huis. 'Lia...' probeerde mijn moeder nog, terwijl haar dochter het voorpad afliep. Lia maakte een wegwerpgebaar zonder zich om te draaien. 'Ma, als jij zo gelukkig wordt, ik vind het best. We horen het wel als we weer welkom zijn.' De komende jaren zou ik mijn zus niet meer zien. ****** (wordt vervolgd) ******

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen