dinsdag 4 juni 2013

De bomen schudden nee (deel 5 van 60)

Na een maand of drie werd mijn stiefvader stiller en norser. Hij was moe. Hij hield al dat gereis naar Warmond en weer terug niet meer vol. Het was gewoon geen doen, vijf dagen per week anderhalf uur heen en dan 's avonds ook weer terug, dat was door geen mens op te brengen. Dit kon zo niet blijven. 'We gaan een woningruil proberen te doen' zei mijn moeder, 'zodat we dichter bij ome Klaas` werk komen te zitten. Dan hoeft-ie niet meer zo'n heel end te rijden elke dag'. Mijn maag kromp samen bij de gedachte dat ik dan misschien van de Paulusschool af zou moeten. En dat terwijl ik in de zesde klas zat, het laatste en leukste en belangrijkste jaar van de lagere school. En zou ik Mark dan nog wel zien? En wat zou mijn vader er wel niet van vinden? Opnieuw had mijn moeder geluk met een advertentie in De Telegraaf. Een echtpaar in Zandvoort wilde wel ruilen. Hun flat voor onze eensgezinswoning. Het echtpaar zat nogal verlegen om een snelle verhuizing uit Zandvoort, want de man was erg gehaat in de buurt en ze werden bedreigd. Hij had verschillende keren mensen uit de flat bij de politie verklikt als ze fout hadden geparkeerd, een bankstel op straat hadden gezet zonder grof vuil te bellen of iets anders hadden gedaan wat eigenlijk niet mocht. De man hield dat allemaal heel goed in de gaten, hij zat toch maar de hele dag afgekeurd thuis en had er dus alle tijd voor. Als-ie wat zag dan belde-ie gelijk de politie op. Die kwamen dan meteen voorrijden en slingerden de mensen op de bon. Sinds de hele flat langzaamaan door had gekregen dat hij het was die achter al dat klikken zat, waren de man en zijn vrouw hun leven niet meer zeker. Hun ruiten waren meerdere keren ingegooid, er werd hondenstront aan de deurklink gesmeerd, hij had een paar keer bijna klappen gekregen en zelfs was er een keer op de woning geschoten. De kogel was door de ruit naar binnen gevlogen en had zich in een muur geboord. Daar zat-ie nog steeds, de man liet het mijn moeder en stiefvader zien. De politie had de dader niet kunnen vinden, maar het echtpaar wist nu wel genoeg: wegwezen uit Zandvoort. Amersfoort leek ze prima, dat was ver genoeg van hun vijanden. Andersom was voor mij Zandvoort heel ver weg van alles en iedereen die ik kende. Ver van school, Amersfoortste Boys, mijn vader. Van mijn wereld. De wereld van mijn moeder leek minder hard getroffen te worden. Lia en Joop zagen we niet meer na dat akkefietje op die eerste zondag en Pim kwam ook niet meer langs sinds hij op kamers woonde. Daarbuiten kwam er toch al niet zo veel aan familie, kennissen of buren over de vloer. En sinds ome Klaas bij ons woonde zagen we sowieso al helemaal niemand meer. Ook van zijn kant niet. Het leek wel of hij geen vrienden of familie had. Zelfs de twee kinderen die hij had, Jack en Margreet, daar hoorde of zag ik nooit iets van. Maar het gaf niet dat ze vaak alleen waren, zei mijn stiefvader meermaals lachend. Hij en mijn moeder hadden genoeg aan elkaar, ze waren toch zó gelukkig samen. Doordeweeks keken ze 's avonds hand in hand op de bank tv en op zaterdag deden ze inkopen, poetste mijn stiefvader zijn Datsun en keken ze daarna ook weer tv. Op zondag gingen ze steevast een stuk rijden met de auto. Toeren, noemde mijn moeder dat. In de glimmende Datsun tuften ze urenlang door de groenste en waterigste stukken van de randstad. Onderweg haalden ze een patatje of een ijsje. Vooral de Kaagroute was al snel favoriet bij mijn moeder. Ze bleven altijd uren weg, wat mij de gelegenheid gaf om beneden de woonkamer in te nemen om lekker hard mijn singletjes en elpees van Blondie en Kiss te draaien. Daar moest mijn stiefvader niks van hebben, van die 'klere-herrie'. Vooral aan Kiss had-ie een schurfthekel. 'Die gekken met die beschilderde rotsmoelen van ze. Het lijken wel wijven.' Ze kraamden alleen maar grote flauwekul uit, waar ik volgens hem helemaal niets van begreep. Hij daagde me uit om de tekst van 'die hit van ze' (hij bedoelde I was made for lovin' you) in het Nederlands te vertalen. Als me dat zou lukken, kreeg ik een rijksdaalder van hem. Ik ging direct aan de slag. Het was lang niet zo makkelijk als ik gedacht had. Ik kwam best een eind, had het meeste wel vertaald, maar liep stuk op een stuk of tien woorden en zelfs een paar hele zinnen. Het zweet brak me uit. Mijn eer stond op het spel. Plus een rijksdaalder. Toen kreeg ik een ingeving. Ik pakte de tekst van Sure know something, de tweede grote hit die Kiss scoorde na I was made for lovin' you, en begon die tekst in Nederlands om te zetten. Dat ging al een stuk beter. Wat ik niet wist dat verzon ik er wel bij, het liep als een tierelier. Ik zou deze vertaling aan mijn stiefvader geven, hij wist immers geen woord Engels en hij kon de liedjes van Kiss toch niet uit elkaar houden, laat staan een titel noemen. Triomfantelijk, zeker van de winst, leverde ik de vertaling in bij mijn stiefvader. Die twee gulden vijtig zat geramd in de tas. Mijn stiefvader liet zijn leesbril van zijn schedel op zijn neus zakken, wierp een vluchtige blik op mijn vertaalwerk, en zei: 'Overgeschreven uit zo'n popblaadje zeker? Ja zo kan ik 't ook. Nee Nelis daar trap ik mooi niet in.' Hij lachte een kort, schamper lachje, en verdiepte zich weer in zijn Algemeen Dagblad. Er was sinds de komst van mijn stiefvader trouwens nog iets veranderd op de zondagen: ma en ik gingen niet meer naar de kerk. Mijn moeder was, met buien dan, een heel enthousiaste katholieke vrouw. Vooral sinds ze van pappa gescheiden was, bloeide het geloof in haar op. Ze bad weesgegroetjes bij de vleet, er lag een rozenkrans op haar nachtkastje, ze zorgde op vrijdag voor vis op tafel (niet te moeilijk natuurlijk, gewoon lekkerbekjes van de visboer) en volgde op tv intensief hoe het in Rome liep met het kiezen van een nieuwe Paus na het overlijden van Paulus VI. Het voor de buis afwachten van de witte rook werd steeds zwaarder voor haar. Ze beet haar nagels stuk van spanning, soms tot bloedens toe. Toen na lange onzekerheid Paus Johannes Paulus I was uitverkoren, raakte ma op slag volledig in de gloria van deze hartelijk zwaaiende en zegenende man. De Lachende Paus had mijn moeder geheel in zijn ban. Groot was het verdriet dan ook voor haar toen Johannes Paulus na een maandje alweer stierf. Anderzijds begon nu opnieuw de spannende periode van afwachten wie er nu weer als Paus uit de verkiezingen zou rollen. Dat had ook wel weer wat. Zoals ma ook altijd de puntentelling bij het Eurovisie Songfestival op het puntje van haar stoel beleefde. Op een dag had mijn moeder bedacht dat ik misdienaar zou worden in de Heilig Kruiskerk aan de Liendertseweg. Ik zag er als een berg tegenop. Dat ging me voortaan elke week de hele zondagochtend kosten. Maar het moest. Ik fietste naar de kerk, naar de pastoor, die me uitlegde wat de bedoeling was. Het waren een heleboel handelingen, van wijn schenken tot boeken wegleggen en geldmandjes door de kerk verdelen. En dan ook nog buigen hier, handen vouwen daar, knielen op de marmeren vloer bij het altaar, op tijd amen zeggen. De pastoor probeerde me gerust te stellen: er werd heus niet van me verwacht dat ik alles gelijk uit m'n hoofd kende. Ik mocht in het begin tijdens de mis gewoon afkijken wat de andere jongens deden en dat dan snel nadoen. Ik werd voorgesteld aan een andere jongen, Jürgen, die het al een tijdje deed. Jürgen deed nogal uit de hoogte tegen me, alsof-ie het eigenlijk maar niks vond dat-ie met mij de mis zou moeten gaan dienen. Hij kwam vast uit een rijk nest. Plichtmatig vertelde Jürgen dat de misdienaars ieder jaar een uitje kregen aangeboden door de kerk. Een dag wandelen in het bos, of naar een pretpark. Met pannenkoeken eten na. Dat leek me maar niks, met jongens als Jürgen naar een pretpark en pannenkoeken eten. Ik stelde me voor dat al die nette misdienaars direct met hun pannenkoeken naar elkaar gingen gooien als de pastoor even op de wc zat. Ik kreeg een muf ruikende jurk aan, een habijt. Toen moest ik samen met Jürgen gaan oefenen. Ik deed Jürgen zo goed en kwaad als het ging na, maar het lukte niet goed. Ik werd zenuwachtig van het geïrriteerde gezucht van Jürgen. Ik stuikelde over de te lange jurk die voor me was uitgezocht en schudde de hosti's te wild uit in de zilveren schaal, waardoor er een heleboel op de grond vielen. Tijdens de diensten liep ik voortdurend achter de feiten aan, deed alles net te laat of niet correct. Zelfs na maanden had ik het nog niet onder de knie. En ik bleef het vies vinden dat we allemaal uit dezelfde kelk een slok wijn moesten drinken. Getver, iedereen met z'n mond aan hetzelfde ding, dat doe je thuis toch ook niet? Die slok wijn nam ik trouwens nooit, ik deed maar alsof. Ik knoeide en stumperde maar aan als misdienaar. Maar op de eerste rij zat elke zondag trouw mijn moeder. Ze genoot ervan dat haar zoon zo'n belangrijke rol in de kerkdienst vervulde. Ze vond het ook leuk om links en rechts aan mensen in de kerk te vertellen: 'Kijk, dat jochie daar, die misdienaar, ja die met dat brilletje, dat is mijn zoon Jeroen.' Daar stond ze met plezier vroeg voor op, elke zondagochtend weer. Maar nu, met mijn stiefvader in huis, hoefde het opeens niet meer voor haar. Ze lag voortaan op zondag in bed als de dienst begon. Ze had niet eens de moeite genomen om mij af te melden bij de kerk. Het misdienaarschap was ineens over en klaar. Op zondagochtend legde ze de hoorn naast de telefoon, dan kon er niemand van de kerk bellen waar ik bleef. Toen er later in de week werd gebeld waar ik toch was geweest, zei mijn moeder dat ik een griepje had gehad. De zondag daarop hield ze me weer thuis, en de keer daarna ook. Ik was er wel blij mee dat ik niet meer hoefde, maar ik vroeg me wel af wat ze wel niet van me zouden denken in de kerk. 'Nou zeg, dat joch van De Haan is er alwéér niet, schandelijk, wat zijn dat voor manieren?' Dat zouden ze vast tegen elkaar zeggen over mij. Er kwam nog een brief van de kerk waarin opheldering werd gevraagd en waarin werd aangekondigd dat ik niet meer zou worden opgeroepen als misdienaar als we niet zouden reageren. Daarna hoorden we niets meer. ****** (wordt vervolgd) ******

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen