woensdag 12 juni 2013

De bomen schudden nee (deel 13 van 60)

De kersverse echtgenoot van mijn moeder had nóg een nieuw plan gekregen. 'Wat zou je ervan zeggen als je voortaan Akerboom zou heten?' Hij oogde ontspannen terwijl hij het me voorlegde. Hij glimlachte zelfs. Naast hem keek mijn moeder me vol verwachting aan. Ze hoopte duidelijk dat ik ja zou zeggen. 'Dan ben je echt mijn zoon en hebben we de dingen goed geregeld.' Ik duizelde. Wat een vreselijk plan. De naam van die boer hier op de bank aannemen, anmenooitniet. Ik moest er niet aan denken. En mijn vader zou het niet overleven. 'Goh, dank u wel, da's heel hartelijk van u. Maar u overvalt me wel een beetje. Ik denk er even rustig over na, goed?' Ik hoorde mezelf u tegen mijn stiefvader zeggen, terwijl ik dat toch al zo lang zo zorgvuldig had weten te omzeilen. Ik was duidelijk van de kaart. 'Hm. Goed dan.' Hij was zichtbaar teleurgesteld dat ik niet direct dankbaar hoera had geroepen en daarbij mijn handen van dolle blijdschap ten hemel geheven. Ik was heel anders dan zijn vrouw, die alles goed en geweldig aan hem vond. Haar had-ie wél honderd procent onder contrôle. Bij mij kwam-ie misschien wel tot negentig, maar die laatste tien procent zaten hem erg dwars. De volgende ochtend, toen de heer des huizes naar zijn werk was, vertelde ik mijn moeder dat ik het niet wilde. 'Oh... maar daar doe je ome Klaas erg veel verdriet mee.' Ze keek verontrust. Een beetje bang. 'Toch wil ik het niet.' Ik liet het mijn moeder aan hem vertellen. In de woonkamer hoorde ik hem tieren. 'Ik trek mijn handen van dat rotjong af! Mijn hart klopte in mijn keel. 'Ondankbaar stuk vreten!' Ik begon zachtjes te bidden. * De trainingen bij Zandvoort '75 begonnen weer. Ik had me de hele zomer behoorlijk fit gehouden met al mijn spelletjes met de bal. Mijn ziel en zaligheid gooide ik erin. Met de schietoefeningen liet ik af en toe projectielen los waar onze keeper even een stapje voor opzij deed. Het seizoen kon beginnen. Wat wel al van start was gegaan, was het schooljaar. Gevieren fietste de delegatie van de Nicolaasschool de hele Zandvoortselaan af, onder station Heemstede-Aerdenhout door, linksaf de Leidsevaart op. Daar zag je het statige Sancta Maria al van verre liggen, aan de overkant van het water. Geen van de andere drie zat bij mij in de brugklas. Voor de tweede keer in nog geen jaar tijd belandde ik in een gloednieuwe klas. De lokalen waren immens, de hele school was immens. Met al mijn schoolboeken in mijn overladen, uitpuilende tas, sleepte ik me van les naar les. Tussen de lessen door verdwaald, op zoek naar het juiste lokaal. Geduw van grotere kinderen. 'Stomme brugsmurf!' De hoeveelheid huiswerk viel in het begin heel erg mee. Op de Nicolaasschool had ik veel meer thuis moeten doen. Wat stom, dat ze ons daar zo veel huiswerk hadden gegeven. 'Dan kun je vast wennen, voor straks op de grote school', hadden ze altijd gezegd. Maar op de grote school kregen we nu veel minder opgaven voor thuis. Op de Paulusschool hadden we nooit huiswerk, konden we altijd spelen. Dat vond ik veel beter. Thuis liep de spanning op. Sinds ik geen Akerboom wilde gaan heten, vond mijn stiefvader steeds vaker dat ik maar naar mijn vader moest gaan om geld te vragen voor kleding, voor voetbalschoenen, voor weet ik wat allemaal. Wist ik wel wat al die schoolboeken hadden gekost? Een vermogen, Nelis! Ik zat in een lastig parket. Ik voelde me rot dat ik zoveel geld kostte, maar telkens om geld bij mijn vader bedelen zag ik ook niet zitten. De eerste keer dat ik er bij mijn vader over was begonnen, extra geld voor kleding voor mij, was-ie helemaal geflipt. Of die lul van een vent daar in Zandvoort soms te beroerd was om voor mij te zorgen en kleren voor me te kopen, godgodverdegodgodgodverdegodver. Ik snapte mijn vader wel, stond aan zijn kant, vond het gênant dat ik op pad werd gestuurd om zijn portemonnee leeg te kloppen. Uiteindelijk kwamen mijn vader en moeder telefonisch overeen dat pa de alimentatie wat op zou schroeven en dan verder geen gezeur meer. Hij zou het regelen met meneer Burgstra, die zijn geldzaken beheerde sinds ons vertrek naar Zandvoort. Voorlopig was er weer even wapenstilstand. * Er waren geldzorgen. De flat was toch wel duur. Er was net een nieuwe, grotere auto op afbetaling gekocht. Van Zandvoort naar naar Mariënhave in Warmond heen en weer was toch nog steeds erg veel benzine elke dag. De alimentatie die mijn stiefvader aan zijn ex-vrouw moest betalen loog er ook niet om. En de alimentatie voor mij was juist te weinig. Er moest iets gebeuren. In Aerdenhout zocht de Stichting Gezinszorg Kennemerland Zuid een net echtpaar dat als concierges boven het kantoor wilde wonen. Alle kantoren moesten wekelijks worden schoongemaakt en allerlei klussen in en om het pand hoorden er ook bij. Gras maaien, bladeren vegen, kleine reparaties, dat soort dingen. In ruil voor die diensten mocht het nette echtpaar gratis en voor niets wonen op de zolderétage. Op een zondag gingen we op spionage. In de fonkelnieuwe Mitsubishi Galant van mijn stiefvader. Een grote, chique beige bak. Zijn trots. Die had-ie wel verdiend, legde-ie uit. Hij had al zó veel ellende meegemaakt in zijn leven, zo'n mooie auto kwam hem nu wel toe. Bovendien was hij een uitmuntend chauffeur. Dat bewees het Mitsubishi-speldje dat-ie trots op zijn stropdas droeg. Zo'n speldje kreeg je als je 25 jaar schadevrij had gereden. Omdat hij Mitsubishi reed toen hij deze fraaie mijlpaal bereikte, had Mitsubishi Nederland het genoegen gesmaakt om Klaas Akerboom met deze speld te decoreren voor 25 jaar geen ongelukken op de weg. De witte villa van de Stichting was veel groter dan we hadden durven denken. Ik was er al heel vaak vlak langs gefietst, de Zandvoortselaan voerde immers ook door Aerdenhout, maar de villa aan de Van Lennepweg 1 was me nog nooit opgevallen omdat ze verscholen ging tussen forse bomen en struikpartijen. De drie verdiepingen telden talloze kantoortjes en ramen. We waagden ons op het parkeerterrein naast het kantoor. Liepen een rondje om het gebouw heen. Achter de villa was een overdekte parkeerplek en een schuur. Een tuin, ruim genoeg om een balletje te kunnen trappen, omzoomde de halve omtrek van het gebouw. Mijn moeder was opgetogen, kirde van plezier en opwinding. In Aerdenhout woonden allen maar rijke stinkerds. In zo'n dure villa wilde ze ook wel wonen. En dan nog voor niks ook! Het was een buitenkansje. Klaas Akerboom keek nog eens peinzend omhoog, naar de bovenste étage, de concierge-woning. Er brandde geen licht, het was helemaal donker in de nok van het gebouw. Hij knikte. Ze moesten het maar doen, schrijven op de betrekking als concierges. Ze maakten vast een goede kans. Het begon met losse droppen te regenen. We hadden genoeg gezien. De auto startte, draaide het parkeerterrein af, terug naar de Zandvoortselaan. Ik keek nog eens door de achterruit waar de druppels steeds harder op vielen. Ik tuurde naar de tuin. De donkere boomtoppen wiegden in de wind heel zachtjes van links naar rechts. De bomen schudden nee. ****** (wordt vervolgd) ******

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen