maandag 3 juni 2013

De bomen schudden nee (deel 4 van 60)

Thuis was alles heel snel anders dan anders geworden. Binnen een paar weken nadat ome Klaas bij ons was ingetrokken, had mijn broer een kamer bij een hospita in Amersfoort gevonden en ging hij uit huis. 'Het zal tijd worden ook', bromde mijn stiefvader, 'dat jong is goddomme al 24.' 'Nouja, het is wel mijn zoon...' 'Da's goed voor 'm, op zichzelf. Misschien krijgt-ie dan eindelijk 's een grietje. En wij hebben wat meer privacy.' Hij grijnsde naar mijn moeder. Ik was niet blij met het vertrek van mijn broer. Okee, Pim was een chagrijn, een brombeer, een knorrepot. Maar wel mijn broer, die toch altijd voor mij gezorgd had als mijn moeder achter de mannen aan was. Zonder hem werd het er niet beter op, thuis. 'Ik moet die vent niet' zei Pim. Bozig pakte hij zijn elpees in. Ik zat op zijn bed en keek hem sip aan, terwijl hij geërgerd doorfoeterde. 'Wat een eikel is die vent. Ik snap niet wat ma in hem ziet. Mijn vader was een rotzak, die ouwe van jou is een lul-de-behanger eersteklas, maar dit is ook niet bepaald veel soeps.' Het deed me goed dat mijn vader er in elk geval niet slechter afkwam dan ome Klaas. Maar aan de andere kant, het klonk wel nogal onheilspellend wat mijn broer daar zei. Pim ging door. 'Hij wil me voor mijn verjaardag naar de hoeren sturen omdat-ie vindt dat ik te weinig ervaring met vrouwen heb. Ik mag op zijn kosten naar de hoeren voor mijn verjaardag, wat een viezerik. En ma zat er als een schaap bij te lachen toen-ie dat zei. Bah.' Pim vertrok en liet zich thuis niet meer zien. Ik was nu helemaal niet graag meer beneden in de woonkamer als mijn stiefvader thuis was. Het leek wel of hij alle ruimte innam zodra-ie thuis was. Als-ie na het werk thuiskwam, gaf-ie mijn moeder een kus, grommelde 'Zo, Nelis' tegen mij, en ging dan wijdbeens op zijn bank zitten. Daar stak-ie een shaggie op. Mijn moeder babbelde en giechelde tegen hem, terwijl ze hem een vers bakkie koffie voorschotelde. Op egale bromtoon beantwoordde hij in korte zinnen mijn moeders vraagjes en verhaaltjes. Hij keek daarbij onaangedaan en koel voor zich uit. Dat ik ook in de kamer was, scheen hem te storen noch te interesseren. In elk geval was duidelijk dat de woonkamer voortaan van hem was. En dus ging ik dan maar naar boven om te spelen tot het eten klaar was. En na het eten ook gauw weer naar boven. Dan zette ik Denise van Blondie op, ging op de rand van mijn bed zitten en drumde in de lucht mee met de plaat. Bij TopPop had ik heel goed opgelet wat de drummer van Blondie allemaal sloeg en bij welk geluid hij welke beweging deed. Dat deed ik heel precies na. En ik droomde dat ik dan de drummer van Blondie was, heel dichtbij de zangeres kon zijn, en zo altijd naar haar kon kijken. Ik moest u tegen mijn stiefvader zeggen. Dat hoefde ik verder tegen niemand. Niet tegen mijn vader en moeder, niet tegen de juffen en meesters van de Paulusschool, niet tegen Paul Breitner en zelfs niet tegen mijn ouwe opa Van den Berg. Maar tegen ome Klaas moest dat wel. Dat had met respect te maken. Denk 'r om, ik moest wél respect voor mijn stiefvader hebben. En dat deed ik door u tegen hem te zeggen. Ik vond dat maar lastig, dat u zeggen. Ik kon het niet goed onder woorden brengen toen ik dat aan mijn moeder probeerde uit te leggen. Ik kon niet op het goeie woord daarvoor komen. 'Wat geeft 't nou, dat je u moet zeggen? Het is maar zo'n klein woordje, en je doet ome Klaas er een groot plezier mee.' Mijn moeder wist het mooi in te pakken. In praktijk omzeilde ik in al mijn zinnen die ik tegen ome Klaas zei, dat ik u of je zou moeten zeggen. Ik vertikte het gewoon. Hij bleef mij maar Nelis noemen in plaats van Jeroen, hoe kwam-ie daar toch bij? Nelis, wat een stomme, ordinaire naam. Daar had ik een ontzettende hekel aan, dat-ie me zo noemde. Moest ik hem dan als dank daarvoor u noemen? Op een dag was er iets heel vervelends gebeurd. Iemand had een kras op ome Klaas` auto gemaakt. Op zijn mooie metallic blauwe Datsun. 'Bewust. Met een autosleutel. Heel duidelijk. Over de hele breedte van de wagen.' Zijn ogen schoten vuur terwijl hij dit vertelde. In zijn kwaaie gezicht trok hij zijn lippen samen, waardoor zijn kin scherp omhoog en vooruit stak. Chimpansee, dacht ik. 'Rustig, Klaas.' 'Wat, godverdomme, ik ben helemaal niet rustig.' 'Neem eerst je koffie' probeerde mijn moeder. Haar gezicht liep rood aan van de spanning. Hij nam een ongecontroleerde slok van de hete bak. Hij verslikte zich, proestte, en werd nog een tandje nijdiger. Met zijn vrije hand omklemde hij zijn autosleutel, de plastic omsluiting in zijn handpalm en met de sleutelpunt omhoog tussen zijn ring- en wijsvinger door. Zo liep hij altijd over straat, had-ie me een keer uitgelegd. Je kon immers zomaar aangevallen worden en dan kon je direct een hengst uitdelen met die scherpe punt van de sleutel. 'Ik ben ze altijd een slag voor.' Mijn moeder werd steeds zenuwachtiger van mijn woedende stiefvader, vooral doordat hij wel dacht te weten wie hem dit geintje geflikt had. 'Die geile Piet uit Lelystad zeker? Of die glijer uit Leiden?' Ome Wim zocht de dader duidelijk in de kringen van ex-lovers van ma. En hoe harder ze piepte dat dat nooit waar kon zijn, dat ze niet zou weten wie en waarom in Godsnaam, en dat het toch ook een ongelukje kon zijn geweest of kattenkwaad van kinderen, des te wantrouwiger en woester werd haar geliefde. Het leek wel of het háár schuld was dat er zo'n grote lelijke kras op zijn automobiel was gekomen. Een paar weken later volgde een lekke voorband. Mijn stiefvader wist heel zeker dat het om dezelfde dader moest gaan. Nee het was beslist geen glas, spijker of kraaienpoot waar-ie per ongeluk zelf overheen was gereden. Dat wist-ie honderd procent zeker. Het was diezelfde ploert geweest. Hij vloekte en vloekte, binnensmonds, terwijl hij voor het raam stond en rusteloos tuurde naar de parkeerplaats bij de garages die bij het Boerspad hoorden. Hij had zijn auto zo goed als hij maar kon in de gaten gehouden. Hij had zelfs een paar keer 's nachts op de uitkijk gestaan, achter een paar struiken bij de parkeerplaats. Als de dader zich weer zou laten zien, dan kon-ie die klerelijer gelijk te grazen nemen. Maar er kwam niemand. Was die schoft soms gewaarschuwd dat-ie op de uitkijk stond? * De kras-affaire sudderde nog lang na. Het zorgde nog voor weken vol spanning en suggesties. Toen er ten slotte een hele tijd niets meer gebeurd was, zei mijn stiefvader dat-ie dacht dat het nu wel voorbij was omdat de dader vast wel zó bang voor hem was geworden, dat-ie zich niet meer durfde te vertonen. De sfeer ontspande nu wat. Ma en ome Klaas hadden plezier samen, tortelden samen op de bank. 'Zie je dat, Nelis vindt het geloof ik maar een beetje raar dat ik hier zo met jou zit, Stien.' Ik vond het inderdaad geen leuke aanblik. Ome Klaas die mijn kirrende moeder in een soort houdgreep hield waarin ze haast leek te stikken. Dan weer gaf hij haar een paar zogenaamd harde klappen op haar billen. Ik lachte maar een beetje mee. Ik kreeg op mijn beurt mijn stiefvader ook een keer aan het lachen, al was dat zonder opzet. Omdat ik tot ongeveer mijn achtste vaak bij mijn moeder in bed had geslapen, wist ik dat ze in haar slaap nogal luidruchtig kon zijn. Ze knarste met haar tanden, en als ze heftig lag te dromen dan kreunde en kermde ze, praatte ze hardop, heel snel soms. En als ze eng droomde dan schudde ze heen en weer en slaakte ze kreetjes van angst. Ik schrok me dan altijd wild. Zelfs nu, als ik in mijn kamertje in bed lag, hoorde ik mijn moeder af en toe door de muur heen dromen. Ik vertelde dit aan mijn stiefvader, en vroeg hem: 'Nooit last van, dat mijn moeder 's nachts vaak zo hard ligt te dromen? Ik hoorde het vannacht nog, heel hard.' Hij brulde van het lachen. 'Hahahaha, hoor je dat Stien? Of ik daar last van heb, dat jij 's nachts zo hard ligt te dromen! Nou, wij weten wel hoe dat komt hè, dat jij 's nachts zo hard ligt te dromen!' ****** (wordt vervolgd) ******

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen