zondag 2 juni 2013

De bomen schudden nee (deel 3 van 60)

Vriendjes mocht ik niet mee naar huis nemen. Dat vond mijn moeder teveel drukte geven. Alleen voor Mark, mijn beste vriend, maakte ze soms een uitzondering. Ik mocht zó vaak bij Mark thuis spelen en meeëten, dat mijn moeder Mark maar moeilijk kon weigeren, die enkele keer dat ik vroeg of het goed was dat hij meekwam. Tegen andere jongens moest ik altijd zeggen dat mijn moeder lag te slapen en dat het daarom niet kon. Ik kon heel goed alleen spelen. Mijn moeder vertelde vaak vol trots dat ze mij al alleen thuis kon laten toen ik nog maar vijf was, en zij uit werken moest terwijl pappa in de kazerne was. 'Ik zei dan alleen maar tegen je: niet met je handjes aan de kachel komen hoor, en dan zat je uren zoet te spelen in je eentje.' Daar was ze geweldig mee ingenomen, dat ze mij al die tijd onbezorgd alleen kon laten. De zaterdagen als mijn moeder bij de één of andere oom was, die waren eigenlijk zo gek nog niet. Prima zelfs. Op zondag werd het langzaam spannend, wanneer het moment naderde waarop mijn moeder weer thuis zou komen. Zou ze alleen terugkomen, met de bus vanaf het station? Of zou ze helemaal naar huis gebracht worden door haar nieuwste vlam? Dat laatste gebeurde regelmatig: oom zus of zo wilde natuurlijk de puike gentleman uithangen, en bracht mamma in zijn auto wel even naar huis in Amersfoort. Zo'n gentleman had uiteraard nog wel een kopje koffie verdiend, en zo werden Pim en ik dan weer voorgesteld aan alweer een wildvreemde meneer. De slimmeriken onder de wildvreemde meneren waren op alles voorbereid en wisten niet alleen onze namen al bij het voorstellen, maar hadden ook een cadeautje meegebracht voor ons allebei: een pakje Drum voor Pim en een dinky toy voor mij. Mamma had ze ongetwijfeld goed geïnstrueerd. Of zo'n oom verder aardig was of niet, het leverde in elk geval altijd weer een nieuwe bolide op voor mijn Formule 1-races. Maar nu was er ineens deze ome Klaas. Het had meteen geklikt tussen hem en mamma, afgelopen zaterdagavond in de stationsrestauratie. En dus was hij meteen mee naar huis genomen. En toen klikte het zelfs zó goed, dat ze diezelfde nacht besloten dat hij maar bij ons moest komen wonen. En nu was het maandagochtend, 36 uur nadat ze elkaar voor het eerst ontmoet hadden. Mijn moeder was opgewonden, ademde snel en verheugde zich op de thuiskomst van ome Klaas, die nu eerst aan het werk was en daarna wat kleren bij zijn vrouw ging halen. En daarna voor altijd bij ons zou komen wonen. * Ik mocht niemand vertellen van ome Klaas. Op school niet, op de club niet, en zeker mijn vader niet. Ik kon heel goed een geheim bewaren, dus zei ik er niemand iets over. Ome Klaas was niet iemand die zich interesseerde voor wat ik deed of meemaakte, dus niemand van de Paulusschool of bij Amersfoortse Boys zag hem ooit of had iets in de gaten. Maar ook mijn vader mocht ik dus niks zeggen. Mamma was bang dat mijn vader het er helemaal niet mee eens zou zijn, dat kon een hoop problemen geven. Bijvoorbeeld met de alimentatie. Maar ook waste mamma nog altijd pappa's kleren en maakte ze zijn huis in de Miereveldstraat schoon. Daarvoor kreeg ze een vergoeding van pappa, en dat wilde ze niet door ruzie in de waagschaal stellen. Mijn moeder beheerde zelfs het geld van mijn vader. Pappa was daar niet zo handig in. Die bracht zijn hele salaris -en dat was best veel- maar naar de kroeg en naar zijn rare vrienden als mijn moeder dat niet voor hem in de gaten hield. Ook hiervoor kreeg mijn moeder een vergoeding van pappa. Die vergoeding kon ze zelf makkelijk regelen. Ze kon bij al het geld van pappa en hij maakte zich er niet druk om. Zijn rekeningen waren altijd keurig betaald, zijn overhemden schoon, zijn huisje aan kant, en toch bleef er nog genoeg over om wat leuks met mij te ondernemen. En voor zijn jenever en Amstel-bier. Kortom: iedereen tevreden. En dat wilde mijn moeder graag zo houden. Dat was ook in mijn belang, zei ze. Ik zei dan ook niets tegen mijn vader. En wat maakte het eigenlijk uit? We bleven elkaar zien bij Amersfoortse Boys op zaterdag, en vaak ook op zondag. Dan gingen we naar Birkhoven, het voetbalstadion in Amersfoort, voor een wedstrijd van SC Amersfoort, dat praktisch altijd verloor. Of naar het honkbalstadion, waar hoofdklasser Fresh Up Quick haar thuiswedstrijden speelde. Net zoals de sportcollega's van de Amersfoortse profvoetbalclub vormden ook de spelers van Fresh Up Quick bepaald geen team van kampioenen. Maar de aanhang was talrijk en bloedfanatiek en geen enkele club reisde graag naar Amersfoort, waar het behoorlijk kon spoken in dat stadionnetje vol zingende, schreeuwende en hossende malloten. Mijn vader kende een paar spelers persoonlijk, waaronder de sierlijke eerstehonkman Tico Flemming. Via hem regelde pappa dat ik en Mark de handtekeningen kregen van de hele selectie. En ik mocht met Tico Flemming op de foto. Helemaal niet verbazingwekkend dat mijn vader dat allemaal zo kon ritselen, want iedereen in Amersfoort kende mijn vader. En iedereen mocht hem graag. Als mijn vader weer eens in het ziekenhuis verbleef na een buikoperatie (een regelmatig terugkerend euvel sinds hij in zijn KNIL-tijd in Indië in zijn buik was geschoten, de wond bleef telkens opnieuw ontsteken) en hij zat in de benedenhal met mij te kletsen, dan deed pappa niets anders dan mensen groeten, handen schudden, zwaaien, babbelen, lachen, een tong uitsteken hier en knipoogje geven daar. Het leek wel een defilé. Wat was die man populair, dat was niet normaal. Je kon werkelijk geen gesprek met hem voeren in die hal van het Elisabeth Ziekenhuis. En dus haalde ik nog maar een gevulde koek in het winkeltje in de hal. Pappa was bovendien nogal een knappe kerel, met zijn jongensachtige kop, zijn bruine ogen en zwart haar. Als jonge vent had-ie aanbidsters te kust en te keur en nam hij het er behoorlijk van. Zelfs in de huwelijksnacht van zijn eerste huwelijk bedroog hij zijn vrouw, tante Mia, met een ander. Tante Mia was de moeder van Ton en Guusje, mijn halfbroer en -zus. Mijn moeder leerde-ie jaren later kennen in het militair hospitaal in Utrecht, toen de oorlogswond in zijn buik weer eens opspeelde. Ook mijn moeder had al twee kinderen uit een eerste huwelijk met ene Govert Smit: Lia en Pim, mijn andere halfbroer en -zus. Toen mijn moeder zwanger werd van mij, zijn zij en mijn vader allebei voor de tweede keer in het huwelijksbootje gestapt. Mijn vader was ook op zijn werk alom gewaardeerd. Hij had twee banen sinds hij was ontslagen uit het leger: eentje overdag op kantoor bij verkeringsmaatschappij Levob en daar bovenop nog drie avonden als sorteerder bij de PTT. Hij strooide met grappen en was erg geliefd, dat merkte ik wel als ik met hem meekwam. 'Eén ding moet ik je vader nageven: hij is een harde werker' prees mijn moeder hem vaak. Alleen in het leger dachten ze daar anders over, daar was pappa uiteindelijk na het zoveelste incident eruit gevlogen. Dronkenschap onder diensttijd was al vaker voorgekomen, maar dat een zwaar benevelde kapitein De Haan ook nog met zijn dienstpistool zijn vrouw en schoonzus had bedreigd en daarom was opgepakt door de politie van Amersfoort, dat had de deur dichtgedaan. Gelukkig had deze geschiedenis geen problemen opgeleverd toen mijn vader bij Levob en de PTT solliciteerde. En daar hield-ie zich op het werk aardig in, met de drank. Ook bij mij hield pappa zich in met drinken. Ik merkte er bijna nooit iets van. Alleen een keer toen we naar de motorcross gingen. Er was een lange rij voor het loket waar de kaartjes verkocht werden en dat wachten vond pappa maar niks. Hij maakte misbaar, pufte, blies, vloekte heel hard en wankelde op zijn benen. Toen we eindelijk aan de beurt waren smeet pappa het geld voor de kaartjes woedend neer voor de neus van de kaartjes verkoopster. 'Hier dan, gatverredámme! Pfffff!' 'Da's toch ook wat hè, voor zo'n kind', hoorde ik achter me fluisteren. Ik schaamde me rot. ****** (wordt vervolgd) ******

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen