maandag 17 juni 2013

De bomen schudden nee (deel 17 van 60)

'Hij heeft gisteren toch heel erg zijn best gedaan', hoorde ik mijn moeder prevelen. 'Wil je terug naar huis ma?' 'Ja... ik denk dat dat voor ons allemaal het beste is...' Ze klonk niet alsof ze erin geloofde, maar alsof ze wílde dat ze erin geloofde. Er werd getelefoneerd. Hij kwam ons halen. De directeur wenste mijn moeder succes. Mij gaf-ie een knipoog en een aai over mijn bol. 'Het komt vast wel weer goed voor mekaar jongen.' De hele rit naar huis was mijn stiefvader aan het woord. Wat-ie allemaal wel niet door had moeten maken. En waaraan hij dit in Godsnaam toch verdiend had. Hij kon er nóg niet over uit. Regelmatig schoot-ie vol. Ik vroeg me af of-ie de weg nog wel goed kon zien. Ik rook cognac om hem heen. Mijn moeder rommelde in haar tas. 'Hier Klaas, een zaddoekie.' * 'Ik hou je in de gaten, vuile schmiecht.' Mijn moeder was in de keuken bezig met koken. Ik rook bloemkool en karbonaadjes. Ik lag in mijn kamer op de grond de Voetbal International te lezen. Mijn stiefvader stond naast me, ik keek tegen zijn sandalen aan. Ik keek omhoog. Ik zag zijn gebalde vuisten in zijn zij. Zijn geërgerde kop. Dat mondje. Hij siste nog even door. 'Stiekem rotjong. Je moeder ophitsen tegen mij hè. 'm Smeren als een dief in de nacht, samen met je moer. Flik dat niet nog een keer, Nelis. Dan trek ik je kop van je romp. Met dat stomme smoel van je.' Hij liep weer weg. Ik staarde even voor me uit. Schudde mijn hoofd als een hond die kletsnat uit een vijver was gekropen. Daarna zonk ik weer terug in het artikel over Haarlem, dat na de degradatie in de eerste divisie aan een sterk seizoen bezig was. Ik was de afgelopen weken al een paar keer in mijn eentje wezen kijken. Met de fiets van Aerdenhout naar Haarlem-noord op zaterdagavond of zondagmiddag. In het begin belandde ik nog in het altijd bijna lege oostvak, naderhand vaste prik op de West-side, onder het scorebrod, waar de fantiekste blauw-rode fans stonden en waar 90 minuten lang gezongen, gescandeerd, gejouwd, gejuicht en gefloten werd. Daar voelde ik me thuis. Mijn schoolvriendjes Jan en Theo stonden er ook altijd. Theo stotterde, maar tijdens het zingen van Haarlem-liederen verdween die handicap als sneeuw voor de zon. Maar als-ie in al zijn opwinding wat tegen de scheidsrechter of een Haarlem-speler wilde roepen, dan liep-ie gelijk weer helemaal vast. 'S-s-s-schop 'm-em-em-em-em neer g-g-g-godvrrr-redomme!' Voorstopper Piet Huyg was de grote favoriet van Theo. Piet Huyg stotterde ook. Daarnaast had hij een sportzaak in Haarlem-noord en ook nog een knappe dochter. Piet Huyg was Mister Haarlem voor de harde kern op de tribunes. Ikzelf was het meest gecharmeerd van de dartele spits Joop Böckling, die koket met de handjes wapperend door het vijandelijke strafschopgebied huppelde. Hij had sluik haar, een fijn snorretje, ondeugende ogen en hij droeg altijd witte enkelsokjes over zijn kousen. Volgens Jan en Theo duidden die sokjes en dat verwijfde gedoe met die handjes maar op één ding: Jopie Böckling was een ongelofelijke nicht. Ik vond zijn sokjes en kittige gebaartjes juist erg grappig, en besloot Joop nog feller dan ooit tevoren aan te moedigen. Ik begon zijn manier van bewegen in het veld bij Zandvoort'75 te imiteren. Het maakte me lichtvoetiger, wendbaarder, en sneller in de eerste meters. Jopie Böckling was mijn grote held. Op school rolde ik aardig door de brugklas. Mijn contact met de andere drie brugklassers van de Nicolaasschool was snel verwaterd. Ik sloot me aan bij een groep jongens die iedere pauze met een tennisbal voetbalde op een groot stenen veld. Met jassen werden doelpalen aangemerkt. Het ging er rauw aan toe. Er werden beuken uitgedeeld, hier en daar maakte een jongen een onbedoelde buikschuiver over de tegels en gilde het uit. Maar het ging vooral om het maken van doelpunten, die op uitzinnige wijze werden gevierd. De doelpuntenmaker spurtte van het stenen veld naar het aanperkende gras, alwaar hij voor zijn juichende medespelers uitvluchtte totdat eentje hem tackelde, waarna het hele team de gelukkige schutter op brute wijze besprong en bedolf. Zo ging dat op tv immers ook. Mijn lievelingsvakken waren Duits en Nederlands. Dat ging me het makkelijkst af. Gym vond ik ook leuk. Tenminste, als er gehonkbald of gevoetbald werd. Dat gedoe met paarden, ringen en rekken lag me een stuk minder. Ik had hoogtevrees en was bang om te vallen. Sancta Maria viel me reuze mee, het was hier veel leuker dan op die achterlijke Nicolaasschool. ****** (wordt vervolgd) ******

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen