donderdag 6 juni 2013

De bomen schudden nee (deel 7 van 60)

Veel liever dan opa zag ik tante Els, mamma's oudtante, komen voor een logeerpartijtje. Ik was dan wel gelijk mijn kamertje kwijt als logeerkamer voor tante Els, en in haar kamer stonk het altijd op zo'n speciale ouwe-dames-manier. Maar ze was wel lief en gezellig en zij vond het juist leuk dat ik zo goed mee kon komen met jokeren. Ze kon ook heel goed tegen haar verlies. 'Wat een pienter jochie ben je toch', prees ze me, als ik een spel gewonnen had en mijn centjes incasseerde. We speelden om een cent per overgebleven kaart. Lachend schoof tante Els me mijn winst toe, het was me van harte gegund. Aan het eind van de dag stond tante Els toch altijd in de plus, die paar centen konden er wel vanaf. Eén keer had tante Els met al haar jokerroutine aan het eind van een zaterdag meer dan een gulden winst bij elkaar gespeeld tegen mij, pappa en mamma samen. Dat was nog nooit vertoond op het Ariaplein! Ze nam er nog maar 's een extra volgeschonken advocaatje op. Het was eigenlijk best gezellig bij ons thuis. Misschien wel té gezellig. Mijn vader dronk nu elke dag volop en ging vaker en vaker te ver. Hij had een kwade dronk over zich. Die vrijdag ook. Pas 's avonds laat of 's nachts kwam-ie thuis, zwaaiend op zijn benen, vloekend en tierend. Hij sloeg een lamp kapot, of gooide met servies. Mijn moeder probeerde hem piepend en flemend te sussen. Het maakte hem alleen maar kwaaier. Hij haalde uit naar haar. Pim wierp zich ertussen, wilde zijn moeder beschermen. Pakte een mes en wilde toeslaan. De getrainde militair, zo bezopen als-ie was, greep razendsnel naar de pols van zijn stiefzoon en draaide die om. Het mes viel op de grond. 'Ik maak je kapot, rooie donder' gromde mijn vader en hij drukte de keel van Pim dicht. Nu sprong mijn moeder ertussen, duwde haar man omver en ontzette zo haar zoon. Ze sleepte de hoestende en proestende Pim overeind, de trappen van de flat af, naar buiten. Daar wandelden ze net zo lang in het parkje tot de hartkloppingen van Pim voorbij waren. Ik sliep intussen heel zoetjes en tevreden in mijn bed, mijn grote rode knuffelmuis Bas in mijn armen. Een paar weken later stond ik bij mevrouw Hemstra voor het raam naar buiten te kijken. Ik zag hoe mijn vader door twee agenten in een politie-auto werd gestopt. Hij had handboeien om. Op het dak van de Kever flakkerde wit-blauw een zwaailicht. Ik was een uur eerder naar mevrouw Hemstra gestuurd, die twee hoog woonde. Mevrouw Hemstra was gehandicapt, zat in een rolstoel, maar had wel haar eigen flatje. Ze paste wel vaker een uurtje op me. 'Zo jochie, kom maar bij het raam weg, da's niks voor je. Wil je een glaasje limo?' Ik wist niet dat mijn vader mijn moeder met een touw om haar nek het balcon op had gedreven en haar met één arm over de rand had geduwd, het touw stevig vast in zijn andere hand. Met bovenmenselijke inspanning had mijn moeder de handgreep van het balcon vast weten te grijpen en had ze zich terug het balcon op getrokken. Ook wist ik niet dat mijn vader een paar weken eerder mijn moeder en haar zus Greet met zijn dienstpistool dreigde dood te schieten. Maar de politie wist het wel, en nu moest mijn vader de gevangenis in. * Via een maisonette-woning aan de Olivierplaats waren we binnen Amersfoort ten slotte beland in een eensgezinswoning aan op het gloednieuwe Boerspad. Lia was al een tijdje de deur uit, die was in de Ariaplein-tijd met Joop getrouwd en woonde nu met hem in een flatje aan de Sperwerstraat. Pim woonde nog altijd thuis. Met de meiden wilde het niet zo vlotten. Als-ie al eens kennis aan een meisje had, dan vond mijn moeder haar maar niks. Hij werd er moedeloos van. Mijn moeder vond het prima dat Pim nog steeds thuis woonde. Ze vond het fijn hem te verzorgen. Met een echte eensgezinswoning was ma zeer in haar nopjes. Elke verhuizing had vooruitgang betekend, dit grote huis aan de begane grond met tuin voor en achter was het hoogtepunt. * Het zwijgen op school hoefde niet meer. Mijn moeder had daar aangekondigd dat we naar Zandvoort gingen verhuizen. Ze hoefde niet bang te zijn dat mijn vader via school vernemen zou van de verhuizing, want van school haalde pappa me nooit op. Mijn klasgenootjes van de zesde vonden het wel interessant dat ik naar Zandvoort ging verhuizen, jemig, Jeroen gaat aan het strand wonen! Maar iedereen vond het toch ook erg jammer. Ikzelf nog het meest. Ik was erg verdrietig. Middenin het laatste jaar van school af, een regelrechte ramp. Het was toch al een beetje een moeilijk jaar, de zesde klas. Tot en met de vijfde was het allemaal heel zonnig gelopen. Ik had zulke leuke juffen en meesters gehad. Zoals juffrouw Kramer, die mij 's morgens wel eens onderweg oppikte met haar auto als ze mij op de stoep in de regen naar school zag kuieren. Of meester Baars, die alle kinderen die dat wilden buiten schooltijd schaken geleerd had. Hij had een schoolcompetitie georganiseerd die ik met vlag en wimpel won. Ik veegde iedereen compleet van de mat. Samen met het beste meisje van onze school, Elise, mocht ik de eer van de Paulusschool verdedigen in een schaaktoernooi met alle kampioenen van de scholen uit Amersfoort en omstreken. Meester Baars was erg trots dat-ie ons zo enthousiast aan het schaken had gekregen. Hij stond er dan ook op dat-ie Elise en mij persoonlijk zou begeleiden tijdens het toernooi. Opgewonden van de wedstrijdspanning stonden Elise en ik die ochtend klaar op het schoolplein. Meester Baars haalde ons op in zijn grote zwarte auto en vol goede moed gingen we op weg naar Hoevelaken. Onderweg maakten we grapjes en waren we vol bravoure. Maar het toernooi werd een drama. We werden allebei finaal in de pan gehakt, Elise bij de meisjes en ik bij de jongens. Nul punten. De hele terugweg lang zat een bedremmelde meester Baars met twee huilende kinderen in de auto. Pas in de zesde klas werd het minder leuk. Er was een nieuwe, jonge meester gekomen, die heel anders was dan onze andere onderwijzers. Hij heette Hopbergen, had een snor en altijd gefronste wenkbrauwen. Hij was strenger dan we ooit hadden meegemaakt. Afgezien van een enkele zeldzame aanvaring, met juffouw Beukers in de eerste klas, had ik nooit problemen gehad met de onderwijzers. Die ene aanvaring in de eerste was overigens wel een pittige. Ik zat op een hekje aan de rand van het schoolplein. Achter die hekjes mocht je niet komen, je moest op het schoolplein blijven. Ik had er met één been overheen op gezeten, en dat was juf Beukkers kennelijk al te wild. Toen ik niet snel genoeg van het hekje afkwam, greep ze me resoluut beet en sleurde me zonder pardon aan mijn haren de school in. Wat deed dat zeer! Ik dacht dat ze mijn haren van mijn kop zou trekken. In gedachten zag ik mijn haardos als een scalp aan haar riem bungelen. De Paulusschool was een warme, veilige en lieve school. Huiswerk kregen we nooit, we wisten niet eens wat het was. Na school kon je gelijk doen waar je zin in had. Veel kinderen bleven op het schoolplein knikkeren, overlopertje spelen of touwtje springen. Ikzelf ging meestal in het gras achter de school boompjesvoetballen met een vaste club jongens. Mark was er ook altijd bij. En Pieter de Leeuw natuurlijk, de rusteloze blonde schicht met hazentanden, die 's morgens vroeg naar school kwam gerend met zijn kicksen al aan. Van al dat speelse en knusse bleef bij Hopbergen in de zesde niet veel meer over. Tegen de meisjes deed-ie nog best leuk en aardig, maar ons jongens pakte-ie hard aan. Aan mij had-ie een speciale hekel. Hij gaf me zelfs strafwerk toen ik een verhaaltje had ingeleverd voor de schoolkrant. Ik deed dat wel vaker. Vooral meester Baars moedigde dat aan. Ik had dit keer een verhaal geschreven over een kabouter de in een gewoon mensenhuis ging wonen. Alles in dat huis was natuurlijk veel te groot voor die arme kabouter. Ik had er een tekening bij gemaakt, van de sippe kabouter die op een tak zat te grienen omdat het allemaal niet lukte. Maar het verhaal liep wel goed af, want een jongen schoot de kabouter te hulp, en bouwde het grote mensenhuis vol met allemaal hulptrappetjes zodat de kabouter voortaan overal bij kon komen. 'Waar heb je dit uit overgeschreven?' 'Dat heb ik niet gedaan. Ik heb het zelf geschreven.' 'Dat kan niet. Een elfjarige schrijft niet zo, met zulke volzinnen. Ik vind dat niet leuk van je, dat je jokt.' 'Ik lieg niet, ik heb het echt zelf geschreven!' Ik kreeg strafwerk. De dag kwam om afscheid te nemen. Van de klas, van de juffen en meesters, van Mark. Met tranen in mijn ogen liep in naast mijn moeder de school uit, het plein over en langs de ramen van het lokaal waar de zesde zat. Iedereen joelde en zwaaide naar me. Ik zwaaide terug. Daarna gingen we nog even langs de sigarenwinkel van meneer Bak. Daar waren we al jaren vaste klant. Ik haalde er altijd mijn voetbalplaatjes, mamma haar Story, pappa zijn Van Nelle Export. Ik gaf meneer en mevrouw Bak een handje. 'Niet zo beteuterd kijken hoor Jeroen, het wordt vast heel leuk in Zandvoort.' Meneer Bak knipoogde naar me. Toen stopte-ie me vijf zakjes voetbalplaatjes toe. 'Voor jou.' In Zandvoort was vast niet zo'n aardige meneer Bak om voetbalplaatjes bij te kopen. 'Als mijn ex-man hier vandeweek komt...' '... dan zeggen we niets, maakt u zich geen zorgen.' ****** (wordt vervolgd) ******

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen